Omgevingsbesluit

Inhoud

Artikel 13.21

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
  1. Het bevoegd gezag, de toezichthouder, bedoeld in artikel 1, derde lid, onder d, van de Arbeidsomstandighedenwet, en het bestuur van de veiligheidsregio werken gezamenlijk het toezichtplan uit in toezichtprogramma’s voor routinematig en niet-routinematig toezicht op een Seveso-inrichting.

  2. Een toezichtprogramma vermeldt ten minste de frequentie waarmee routinematig toezicht wordt gehouden. De frequentie waarmee routinematig toezicht wordt gehouden, is:

    1. voor hogedrempelinrichtingen: ten minste eenmaal per jaar; en

    2. voor Seveso-inrichtingen die geen hogedrempelinrichtingen zijn: ten minste eenmaal per drie jaar.

  3. Het tweede lid, tweede zin, is niet van toepassing als een toezichtprogramma is vastgesteld op grond van een systematische evaluatie van de gevaren van zware ongevallen, die ten minste is gebaseerd op:

    1. de mogelijke gevolgen voor de gezondheid en het milieu;

    2. gegevens over de naleving van paragraaf 4.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en

    3. als dat passend is: bevindingen van het houden van toezicht op de naleving van andere wettelijke voorschriften dan die in paragraaf 4.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

01-07-2026 Huidig 21-01-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 30-12-2025 Historisch 29-08-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-07-2024 Historisch 07-05-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2024.

Tekst van deze versie

  1. Het bevoegd gezag, de toezichthouder, bedoeld in artikel 1, derde lid, onder d, van de Arbeidsomstandighedenwet, en het bestuur van de veiligheidsregio werken gezamenlijk het toezichtplan uit in toezichtprogramma’s voor routinematig en niet-routinematig toezicht op een Seveso-inrichting.

  2. Een toezichtprogramma vermeldt ten minste de frequentie waarmee routinematig toezicht wordt gehouden. De frequentie waarmee routinematig toezicht wordt gehouden, is:

    1. voor hogedrempelinrichtingen: ten minste eenmaal per jaar; en

    2. voor Seveso-inrichtingen die geen hogedrempelinrichtingen zijn: ten minste eenmaal per drie jaar.

  3. Het tweede lid, tweede zin, is niet van toepassing als een toezichtprogramma is vastgesteld op grond van een systematische evaluatie van de gevaren van zware ongevallen, die ten minste is gebaseerd op:

    1. de mogelijke gevolgen voor de gezondheid en het milieu;

    2. gegevens over de naleving van paragraaf 4.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en

    3. als dat passend is: bevindingen van het houden van toezicht op de naleving van andere wettelijke voorschriften dan die in paragraaf 4.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Omgevingsbesluit