Omgevingsbesluit Actueel

Inhoud

§ 10.8.3a

Natuur

Artikel 10.36a

  1. Gedeputeerde staten verstrekken aan Onze Minister voor Natuur en Stikstof gegevens over:

    1. door gedeputeerde staten of provinciale staten genomen besluiten of getroffen maatregelen ter uitvoering van de vogelrichtlijn en van de habitatrichtlijn;

    2. de staat van instandhouding van:

      1. de vogelsoorten, genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn, en de niet in die bijlage genoemde geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten; en

      2. de natuurlijke habitats, de habitats van soorten en de dier- en plantensoorten, genoemd in de bijlagen I, II, IV en V bij de habitatrichtlijn; en

    3. de voortgang van de inspanningen voor het bereiken van de doelstellingen uit de vogelrichtlijn en de habitatrichtlijn.

  2. De gegevens worden verstrekt ten behoeve van:

    1. de toepassing van artikel 4, eerste lid, van de vogelrichtlijn en artikel 4, eerste lid, in samenhang met artikel 11 van de habitatrichtlijn;

    2. de verslaglegging, bedoeld in artikel 9, derde lid, van de vogelrichtlijn en artikel 16, tweede lid, van de habitatrichtlijn; en

    3. de verslaglegging, bedoeld in artikel 12 van de vogelrichtlijn en artikel 17 van de habitatrichtlijn.

  3. Onze Minister voor Natuur en Stikstof verstrekt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, en de gegevens, bedoeld in de artikelen 7, vierde lid, laatste zin, en 10, tweede lid, van de vogelrichtlijn, aan de Europese Commissie.

Artikel 10.36b

  1. Het bevoegd gezag voor een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit of voor de vaststelling van een plan als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de habitatrichtlijn meldt gegevens over de compenserende maatregelen, bedoeld in artikel 8.74b, tweede lid, onder c, of 10.24, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, aan Onze Minister voor Natuur en Stikstof.

  2. Onze Minister voor Natuur en Stikstof verstrekt de gegevens aan de Europese Commissie.

Artikel 10.36c

  1. Gedeputeerde staten verstrekken aan Onze Minister voor Natuur en Stikstof uiterlijk op 1 juni 2025, en daarna steeds na zes jaar, gegevens over de uitvoering van de maatregelen voor de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve exoten van de in bijlage VC bij het Besluit kwaliteit leefomgeving genoemde soorten.

  2. De door gedeputeerde staten verstrekte gegeven hebben betrekking op:

    1. de aard en de doeltreffendheid van de getroffen maatregelen en de gevolgen van deze maatregelen voor niet-doelsoorten;

    2. de maatregelen die zijn getroffen om het publiek te informeren over de aanwezigheid van invasieve uitheemse soorten en over acties die burgers verzocht worden te ondernemen; en

    3. als deze gegevens aanwezig zijn: de kostprijs van de onder a en b bedoelde maatregelen.

  3. Onze Minister voor Natuur en Stikstof verstrekt de gegevens aan de Europese Commissie.

Artikel 10.36d

  1. Gedeputeerde staten verstrekken aan Onze Minister voor Natuur en Stikstof gegevens over de voortgang van de totstandkoming en instandhouding van het natuurnetwerk Nederland.

  2. Onze Minister voor Natuur en Stikstof informeert op basis van de gegevens van gedeputeerde staten de beide Kamers der Staten-Generaal over de voortgang van de totstandkoming en instandhouding van het natuurnetwerk Nederland.

Artikel 10.36da

  1. De bestuursorganen die zijn belast met de uitvoering van de maatregelen, opgenomen in het programma stikstofreductie en natuurverbetering, verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.69, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, elke twee jaar aan Onze Minister voor Natuur en Stikstof.

  2. De bestuursorganen die verantwoordelijk zijn voor de vaststelling van het beheerplan, bedoeld in de artikelen 3.8, derde lid, en 3.9, derde lid, van de wet, verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.69, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, elke zes jaar aan Onze Minister voor Natuur en Stikstof.

Artikel 10.36db

Uiterlijk op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en vervolgens steeds zo spoedig mogelijk na een daartoe strekkend verzoek van Onze Minister voor Natuur en Stikstof verstrekken gedeputeerde staten de gegevens, bedoeld in artikel 11.69b van het Besluit kwaliteit leefomgeving, aan die Minister.

Artikel 10.36dc

Onze Minister voor Natuur en Stikstof verstrekt aan de beide Kamers der Staten-Generaal de volgende verslagen met de volgende frequentie:

  1. elk jaar:

    1. het verslag over de resultaten van de monitoring voor de omgevingswaarden voor stikstofdepositie, bedoeld in artikel 11.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

    2. het verslag over de mate waarin wordt voldaan aan de tussentijdse doelstellingen om tijdig aan die omgevingswaarden te voldoen, bedoeld in artikel 11.69c, onder a, onder 2°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  2. elke twee jaar: het verslag over de voortgang en de gevolgen van de maatregelen, opgenomen in het programma stikstofreductie en natuurverbetering, bedoeld in artikel 11.69c, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

  3. elke zes jaar: het verslag over de ontwikkeling van de staat van instandhouding van de voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden in relatie tot de instandhoudingsdoelstellingen voor die gebieden, bedoeld in artikel 11.69c, onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 10.36dd

Het bestuursorgaan dat voornemens is om een wettelijk voorschrift of beleidsregel vast te stellen als een maatregel die leidt tot het verminderen van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, of stikstofdepositieruimte opneemt in AERIUS Register overeenkomstig paragraaf 10.2.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, geeft op elektronische wijze kennis daarvan.

Artikel 10.36e

De korpschef verstrekt op verzoek gegevens uit de gegevensverzameling, bedoeld in artikel 11.73 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, over de nakoming van een verzekering als bedoeld in artikel 11.78 van het Besluit activiteiten leefomgeving, aan:

  1. Onze Minister voor Natuur en Stikstof en Onze Minister van Justitie en Veiligheid;

  2. de personen belast met de opsporing van strafbaar gestelde feiten wegens handelen in strijd met het bepaalde bij of krachtens de wet; en

  3. hen die aannemelijk maken dat zij zijn betrokken bij schade die grond kan opleveren voor toepassing van artikel 8.4 van de wet.

← terug naar Omgevingsbesluit