Voor alle wateractiviteiten wordt de omgevingsvergunning los aangevraagd van de omgevingsvergunning voor andere activiteiten als bedoeld in de artikelen 5.1 en 5.4 van de wet.
Omgevingsbesluit Actueel
Inhoud
Afdeling 10.6
Artikel 10.21a
Voor de volgende activiteiten die de natuur betreffen wordt de omgevingsvergunning los aangevraagd van de omgevingsvergunning voor andere activiteiten als bedoeld in de artikelen 5.1 en 5.4 van de wet:
een jachtgeweeractiviteit;
een valkeniersactiviteit; en
een flora- en fauna-activiteit van nationaal belang als bedoeld in artikel 4.12, derde lid, onder c.
Artikel 10.21b
-
De aanvraag om een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit wordt door de aanvrager in persoon ingediend, onder overlegging van een geldig identiteitsbewijs.
-
Het eerste lid en artikel 16.78a, eerste lid, van de wet zijn niet van toepassing op een aanvrager die een aanvraag indient om een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit als bedoeld in artikel 10.23, vijfde lid.
Artikel 10.21c
Voor het elektronisch indienen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit wordt gebruikgemaakt van het elektronische formulier dat door Onze Minister voor Natuur en Stikstof beschikbaar is gesteld op mijn.rvo.nl.
Artikel 10.21d
Voor het elektronisch indienen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit van nationaal belang als bedoeld in artikel 4.12, derde lid, onder c, wordt gebruikgemaakt van het elektronische formulier dat door Onze Minister voor Natuur en Stikstof beschikbaar is gesteld op mijn.rvo.nl.
Artikel 10.22
-
Het bevoegd gezag verstrekt aan een bevoegde autoriteit van een andere staat een afschrift van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit met de daarbij behorende gegevens als:
die activiteit aanzienlijke nadelige gevolgen voor het milieu in die staat kan veroorzaken; of
die staat vanwege mogelijke aanzienlijke nadelige gevolgen voor het milieu daarom verzoekt.
-
Het afschrift en de daarbij behorende gegevens worden verstrekt op het moment waarop op grond van:
artikel 16.57 van de wet kennis wordt gegeven van de aanvraag; of
artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht het ontwerpbesluit met de daarbij behorende stukken ter inzage wordt gelegd.
-
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een winningsafvalvoorziening categorie A als bedoeld in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, die aanzienlijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben in een andere staat, en over het op die aanvraag te nemen besluit overleg plaatsvindt met bestuursorganen in die andere staat, wordt dit overleg vermeld in de kennisgeving, bedoeld in artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht.
-
Als de aanvraag betrekking heeft op het produceren en leveren van teruggewonnen water, bedoeld in artikel 19.1c van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt informatie uitgewisseld als bedoeld in de artikelen 6, vierde lid, en 8, eerste lid, van de verordening hergebruik stedelijk afvalwater.
-
Nadat het besluit is vastgesteld, verstrekt het bevoegd gezag dat besluit aan de bevoegde autoriteit, het betrokken publiek en de bevoegde instanties van die andere staat.
Artikel 10.22a0
Het bevoegd gezag dat bij de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit bij de toepassing van artikel 8.9, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving in een ontwerpbesluit of besluit afwijkt van het geldende circulair materialenplan, bedoeld in artikel 10.3 van de Wet milieubeheer, verstrekt aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat een afschrift van dat ontwerpbesluit of besluit binnen een week na de dag waarop:
het ontwerpbesluit op grond van artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage is gelegd; of
het besluit is bekendgemaakt.
Artikel 10.22a
-
Het bevoegd gezag verstrekt binnen een week na de dag waarop een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit is verleend een afschrift van de vergunning aan het college van burgemeester en wethouders en aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
-
Het bevoegd gezag verstrekt binnen een week na de dag waarop een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 2.34, vierde lid, van de wet is verleend die van invloed is op het karakter van dat stads- of dorpsgezicht, een afschrift van de vergunning aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel 10.23
-
In een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit die betrekking heeft op een tijdelijk bouwwerk wordt bepaald dat de vergunninghouder na het verstrijken van een bij de omgevingsvergunning gestelde termijn van ten hoogste vijftien jaar, verplicht is de voor de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand te hebben hersteld.
-
Als de in de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit bepaalde termijn korter is dan vijftien jaar, kan die termijn worden verlengd tot ten hoogste vijftien jaar.
-
In een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit wordt bepaald dat die geldt:
voor een daarbij gestelde termijn van ten hoogste een jaar, binnen een periode die loopt van 1 april tot 1 april van het daaropvolgende jaar; of
als dat eerder is, tot het tijdstip waarop een rechterlijke uitspraak ten uitvoer kan worden gelegd waarbij de bevoegdheid tot het gebruik van een geweer ter uitvoering van de wet is ontzegd.
-
In een omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit wordt bepaald dat die geldt:
voor een daarbij gestelde termijn van ten hoogste vijf jaar, binnen een periode die loopt van 1 april tot 1 april van het vijfde daaropvolgende jaar; of
als dat eerder is, tot het tijdstip waarop een rechterlijke uitspraak ten uitvoer kan worden gelegd waarbij de bevoegdheid tot het gebruik van een roofvogel ter uitvoering van de wet is ontzegd.
-
Als toepassing wordt gegeven aan artikel 8.74u of 8.74x van het Besluit kwaliteit leefomgeving en een omgevingsvergunning aan niet in Nederland woonachtige personen wordt verleend, wordt in de omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit en in de omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit bepaald dat die geldt voor een daarbij gestelde termijn van ten hoogste zes opeenvolgende in de vergunning vermelde dagen.
Artikel 10.24
-
Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van een besluit op een aanvraag om, wijziging van of intrekking van een omgevingsvergunning, als de aanvraag, wijziging of intrekking geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op de volgende activiteiten:
een rijksmonumentenactiviteit als het gaat om een rijksmonumentenactiviteit als bedoeld in artikel 4.32, eerste lid, onder a of b;
een milieubelastende activiteit voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
een milieubelastende activiteit voor zover het gaat om het exploiteren van een Seveso-inrichting, bedoeld in artikel 3.50 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
een milieubelastende activiteit voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het vergassen en vloeibaar maken van steenkool of andere brandstoffen, bedoeld in artikel 3.63, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
een milieubelastende activiteit voor zover het gaat om het storten of verzamelen van winningsafvalstoffen in een winningsafvalstoffenvoorziening, bedoeld in artikel 3.84, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk voor het lozen van afvalwater afkomstig van een ippc-installatie, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk voor het lozen van afvalwater afkomstig van een Seveso-inrichting, bedoeld in artikel 3.50 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
een lozingsactiviteit als bedoeld in artikel 3.16, tweede lid, 3.42, tweede lid, 3.108, 3.141, 3.149, 3.286, derde lid, 3.301, tweede lid, 6.55, eerste lid, onder c, of 7.60, eerste lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
een stortingsactiviteit als bedoeld in artikel 7.62 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
een Natura 2000-activiteit; of
een wateractiviteit anders dan bedoeld in de onderdelen f tot en met i, met uitzondering van een als wateractiviteit aan te merken beperkingengebiedactiviteit, als die betrekking heeft op:
- 1°
een ippc-installatie; of
- 2°
een Seveso-inrichting.
- 1°
-
Dit artikel is niet van toepassing op een activiteit als bedoeld in het eerste lid, onder a, als die activiteit alleen wordt verricht voor archeologisch vooronderzoek voor zover dit bestaat uit booronderzoek, proefputtenonderzoek, proefsleuvenonderzoek, of, bij cultureel erfgoed onder water, het nemen van materiaalmonsters of het meenemen van een archeologische vondst als bedoeld in de Erfgoedwet.
-
Dit artikel is niet van toepassing op een activiteit als bedoeld in het eerste lid, onder d, als die activiteit alleen of voornamelijk wordt uitgevoerd voor onderzoek, ontwikkeling en het testen van nieuwe methoden of producten gedurende minder dan twee jaar, tenzij aannemelijk is dat de activiteit significante nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid of het milieu.
-
Dit artikel is niet van toepassing op een wijziging van een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid, onder b tot en met f, en k, onder 1°, als die wijziging naar het oordeel van het bevoegd gezag geen significante nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid of het milieu.
Artikel 10.25
-
In een geval als bedoeld in artikel 16.7, eerste lid, onder a, van de wet is coördinerend bestuursorgaan als bedoeld in artikel 3:21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan dat bevoegd is te beslissen op de aanvraag om een omgevingsvergunning of wijziging van de voorschriften van een omgevingsvergunning voor de andere activiteit of activiteiten dan wateractiviteiten.
-
In de gevallen, bedoeld in artikel 16.7, eerste lid, onder b, van de wet, is coördinerend bestuursorgaan als bedoeld in artikel 3:21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan dat bevoegd is te beslissen op de aanvraag om een omgevingsvergunning of wijziging van de voorschriften van een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit, respectievelijk dat bevoegd is die voorschriften ambtshalve te wijzigen.