-
Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat beslist op een enkel- of meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten:
een ontgrondingsactiviteit in een rijkswater anders dan in het winterbed van een rivier;
een milieubelastende activiteit waarbij nationale veiligheidsbelangen zijn betrokken als bedoeld in:
- 1°
artikel 3.247 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
- 2°
artikel 3.324, eerste lid, 3.327, 3.332 of 3.335, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving; of
- 3°
elke andere bepaling uit hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving waarin een vergunningplichtige milieubelastende activiteit is aangewezen, als die activiteit geheel of in hoofdzaak plaatsvindt op:
- i
een locatie als bedoeld in artikel 5.28, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; of
- ii
een militair terrein of een terrein met een militair object als bedoeld in artikel 5.150, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
- i
- 1°
een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk, de luchthaven Schiphol, een overige burgerluchthaven van nationale betekenis, een buitenlandse burgerluchthaven, een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg; of
een activiteit anders dan bedoeld onder a tot en met c of in artikel 4.10, eerste lid, 4.12 of 4.13, die geheel of in hoofdzaak plaatsvindt in:
- 1°
de territoriale zee voor zover gelegen buiten het provinciaal en gemeentelijk ingedeelde gebied; of
- 2°
de exclusieve economische zone.
- 1°
-
Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat beslist ook op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag betrekking heeft op een of meer activiteiten als bedoeld in:
het eerste lid, onder a, voor zover het gaat om een ontgrondingsactiviteit waarbij 100.000 m3 of meer in situ wordt ontgraven; of
het eerste lid, onder b;
en een of meer andere activiteiten.
Inhoud
Artikel 4.11
Tekst van deze versie
-
Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat beslist op een enkel- of meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag alleen betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten:
een ontgrondingsactiviteit in een rijkswater anders dan in het winterbed van een rivier;
een milieubelastende activiteit waarbij nationale veiligheidsbelangen zijn betrokken als bedoeld in:
- 1°
artikel 3.247 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
- 2°
artikel 3.324, eerste lid, 3.327, 3.332 of 3.335, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving; of
- 3°
elke andere bepaling uit hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving waarin een vergunningplichtige milieubelastende activiteit is aangewezen, als die activiteit geheel of in hoofdzaak plaatsvindt op:
- i
een locatie als bedoeld in artikel 5.28, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; of
- ii
een militair terrein of een terrein met een militair object als bedoeld in artikel 5.150, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
- i
- 1°
een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk, de luchthaven Schiphol, een overige burgerluchthaven van nationale betekenis, een buitenlandse burgerluchthaven, een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg; of
een activiteit anders dan bedoeld onder a tot en met c of in artikel 4.10, eerste lid, 4.12 of 4.13, die geheel of in hoofdzaak plaatsvindt in:
- 1°
de territoriale zee voor zover gelegen buiten het provinciaal en gemeentelijk ingedeelde gebied; of
- 2°
de exclusieve economische zone.
- 1°
-
Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat beslist ook op een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning als de aanvraag betrekking heeft op een of meer activiteiten als bedoeld in:
het eerste lid, onder a, voor zover het gaat om een ontgrondingsactiviteit waarbij 100.000 m3 of meer in situ wordt ontgraven; of
het eerste lid, onder b;
en een of meer andere activiteiten.
Nog geen automatische verwijzingen.