Omgevingsbesluit Actueel

Inhoud

§ 10.8.5

Geluid

Artikel 10.39a

  1. Degene die op een industrieterrein een activiteit anders dan het wonen verricht, verstrekt op verzoek van de gemeenteraad, of provinciale staten als artikel 2.12a, eerste lid, van de wet wordt toegepast, gegevens over het geluid door die activiteit voor de vaststelling van een geluidproductieplafond als omgevingswaarde voor het industrieterrein.

  2. Het eerste lid geldt niet voor:

    1. informatie die is aangemerkt als staatsgeheim als bedoeld in het Besluit Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst Bijzondere Informatie 2013 (VIRBI 2013); en

    2. informatie over het geluid door een activiteit waarvoor het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarborgt dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT van het geluid op een afstand van 30 m van de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht, niet meer bedraagt dan de standaardwaarden, bedoeld in tabel 5.65.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, verminderd met 5 dB.

Artikel 10.39b

Als dat nodig is om aan de verplichting van een bestuursorgaan tot gegevensverstrekking, bedoeld in artikel 10.42a, eerste lid, aanhef en onder f of g, te voldoen, verstrekt degene die een activiteit als bedoeld in die onderdelen verricht, op verzoek van dat bestuursorgaan gegevens over het geluid door die activiteit.

Artikel 10.39c

Als dat nodig is om aan de verplichting tot gegevensverstrekking, bedoeld in artikel 10.42a, eerste lid, aanhef en onder e, te voldoen, verstrekt degene die een luchthaven exploiteert, op verzoek van gedeputeerde staten, Onze Minister van Defensie of Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat gegevens over het geluid door die luchthaven.

Artikel 10.40

  1. Gedeputeerde staten verstrekken elke vijf jaar uiterlijk op 31 maart de gegevens, bedoeld in artikel 11.49, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

  2. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat publiceert elke vijf jaar uiterlijk op 29 juni in de Staatscourant:

    1. de door gedeputeerde staten verstrekte gegevens; en

    2. de gegevens, bedoeld in artikel 11.49, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 10.41

  1. Degene die een geluidbron beheert, verstrekt op verzoek van het bestuursorgaan dat is belast met de vaststelling van een geluidbelastingkaart als bedoeld in artikel 20.17, eerste lid, onder a, van de wet, alle gevraagde gegevens voor zover dat bestuursorgaan daar zelf geen toegang toe heeft.

  2. De gegevens worden binnen drie maanden na de dag waarop het verzoek is ontvangen verstrekt, of, wanneer de gevraagde gegevens nog niet beschikbaar zijn, onverwijld nadat die beschikbaar zijn gekomen.

Artikel 10.42

Als dat nodig is voor de vaststelling van een geluidbelastingkaart als bedoeld in artikel 20.17, eerste lid, onder a, van de wet, verstrekken bestuursorganen elkaar op verzoek alle gevraagde gegevens voor zover het verzoekende bestuursorgaan daar geen toegang toe heeft.

Artikel 10.42a

  1. De volgende bestuursorganen verstrekken de volgende gegevens op elektronische wijze aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat binnen de daarbij aangegeven termijn:

    1. het college van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder a, onder 1°, onder 3° tot en met 5° en onder 8°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, binnen vier weken na bekendmaking van hun besluit tot vaststelling van een geluidproductieplafond als omgevingswaarde;

    2. het college van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder a, onder 2°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, op de dag van bekendmaking van hun besluit tot vaststelling van een geluidproductieplafond als omgevingswaarde;

    3. het college van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten, Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de beheerder, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Spoorwegwet, verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder a, onder 6° en 7°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, over een kalenderjaar voor 18 juli van het daarop volgende jaar;

    4. het college van burgemeester en wethouders en het dagelijks bestuur van het waterschap verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder b, onder 1°, 2°, 3° en 6°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, binnen vier weken:

      1. na het bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, bedoeld in artikel 11.46, derde lid, van dat besluit;

      2. nadat toepassing is gegeven aan artikel 3.27, zesde lid, van dat besluit; en

      3. nadat hun besluit tot aanleg van een weg of spoorweg als bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, onder b, van dat besluit is genomen;

    5. het college van burgemeester en wethouders en het dagelijks bestuur van het waterschap verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder b, onder 4° en 5°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, binnen vier weken na het uiterste tijdstip, bedoeld in artikel 10.42c, eerste lid, onder b;

    6. gedeputeerde staten, Onze Minister van Defensie en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving binnen vier weken na de bekendmaking van hun luchthavenbesluit;

    7. het college van burgemeester en wethouders, de gemeenteraad, gedeputeerde staten, Onze Minister voor Klimaat en Energie en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, binnen vier weken na de bekendmaking van hun besluit tot vaststelling van het omgevingsplan dat, de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die of het projectbesluit dat waarden bevat voor het geluid door een windturbine of een windpark op een industrieterrein; en

    8. het college van burgemeester en wethouders, de gemeenteraad, gedeputeerde staten, Onze Minister van Defensie en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder e, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, binnen vier weken na de bekendmaking van hun besluit tot vaststelling van het omgevingsplan dat, de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die of het projectbesluit dat waarden bevat voor het geluid door een civiele buitenschietbaan, een militaire buitenschietbaan of een militair springterrein op een industrieterrein.

  2. De bestuursorganen, bedoeld in het eerste lid, verstrekken onverwijld gecorrigeerde gegevens nadat is gebleken dat eerder door hen verstrekte gegevens onjuist zijn.

Artikel 10.42b

  1. Voor industrieterreinen in een gemeente die niet ligt in een bij ministeriële regeling aangewezen agglomeratie, doet het college van burgemeester en wethouders voor 18 juli 2029 en daarna elke vijf jaar verslag van de resultaten van de monitoring, bedoeld in artikel 11.45 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de wijze waarop is voldaan aan de resultaatsverplichting, bedoeld in artikel 3.44 van dat besluit. Het verslag bevat daarnaast:

    1. een overzicht van de op grond van artikel 2.11a van de wet vastgestelde geluidproductieplafonds waarbij toepassing is gegeven aan artikel 3.37 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

    2. een beschrijving van de ontwikkelingen van het bronbeleid en andere relevante ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de geluidproductieplafonds als bedoeld onder a;

    3. een motivering of de ontwikkelingen, bedoeld onder b, aanleiding geven tot intrekking of wijziging van geluidproductieplafonds als bedoeld onder a;

    4. de conclusies naar aanleiding van de resultaten van de monitoring, bedoeld in artikel 11.45 van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

    5. een overzicht van de maatregelen die naar verwachting de komende vijf jaar nodig zijn om te voldoen aan de resultaatsverplichting, bedoeld in artikel 3.44 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

  2. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat doet jaarlijks verslag van de resultaten van de monitoring, bedoeld in artikel 11.45 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de wijze waarop is voldaan aan de resultaatsverplichting, bedoeld in artikel 3.44 van dat besluit.

  3. De beheerder, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Spoorwegwet, doet jaarlijks aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat verslag van de resultaten van de monitoring, bedoeld in artikel 11.45 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de wijze waarop is voldaan aan de resultaatsverplichting, bedoeld in artikel 3.44 van dat besluit.

  4. Als toepassing is gegeven aan artikel 3.46, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, doen het college van burgemeesters en wethouders en gedeputeerde staten elk jaar voor 18 juli voor de betrokken geluidproductieplafonds verslag van de monitoring, bedoeld in artikel 11.45 van dat besluit.

  5. Het verslag van de monitoring wordt voor een ieder elektronisch beschikbaar gesteld.

Artikel 10.42c

  1. Het college van burgemeester en wethouders doet aan de gemeenteraad en het dagelijks bestuur van een waterschap doet aan het algemeen bestuur van het waterschap:

    1. uiterlijk op het bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, bedoeld in artikel 11.46, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, verslag van de waarde van de basisgeluidemissie, bedoeld in dat artikel; en

    2. uiterlijk op 18 juli 2029 en vervolgens elke vijf jaar uiterlijk op 18 juli verslag van de resultaten van de monitoring, bedoeld in artikel 11.47 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

  2. Het verslag, bedoeld in het eerste lid, onder b, bevat ten minste:

    1. de afweging van geluidbeperkende en geluidwerende maatregelen voor gebouwen als bedoeld in artikel 3.28 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

    2. een overzicht van de geluidgevoelige gebouwen waarvoor op grond van artikel 3.52, eerste lid, onder a of b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving een besluit over het treffen van geluidwerende maatregelen wordt genomen; en

    3. de wijzigingen van de basisgeluidemissie ten opzichte van het vorige verslag.

  3. Het verslag van de waarde van de basisgeluidemissie en het verslag van de resultaten van de monitoring worden voor een ieder elektronisch beschikbaar gesteld.

← terug naar Omgevingsbesluit