-
Als minder dan 10.000 m3 vaste stoffen in situ wordt ontgraven, is geen heffing als bedoeld in artikel 13.4a, eerste lid, van de wet, verschuldigd.
-
Als het bedrag van de ontgrondingenheffing lager is dan € 250,–, vindt geen teruggave van de heffing plaats.
-
De ontgrondingenheffing wordt geheven bij wijze van aanslag.
Omgevingsbesluit Actueel
Inhoud
Afdeling 8.2
Artikel 8.3
Van de heffing, bedoeld in artikel 13.4b, eerste lid, van de wet, zijn vrijgesteld onttrekkingen van grondwater:
door het gemeentebestuur, het waterschapsbestuur, het provinciebestuur of Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat voor de uitoefening van taken op het gebied van het beheer van watersystemen op grond van de wet;
voor het gebruiken van een open bodemenergiesysteem, bedoeld in artikel 4.1146 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
voor het saneren van een verontreiniging van de bodem of het grondwater;
voor landijsbanen;
voor het ontwateren of afwateren van gronden; en
door een oevergrondwaterwinning.
Artikel 8.4
-
De onderzoeken, bedoeld in artikel 13.4b, eerste lid, onder b, van de wet, waarvan de kosten kunnen worden bestreden met de grondwateronttrekkingsheffing zijn de onderzoeken voor het grondwaterbeleid van de provincie die noodzakelijk zijn voor het vaststellen en uitvoeren van een regionaal waterprogramma als bedoeld in artikel 3.8, tweede lid, van de wet.
-
De kosten van de onderzoeken, bedoeld in artikel 13.4b, vierde lid, van de wet, die kunnen worden bestreden met de grondwateronttrekkingsheffing zijn de kosten van:
het monitoren en verzamelen van gegevens over de geohydrologische gesteldheid van de bodem van de provincie;
een bijdrage aan een onderzoeksprogramma dat direct verband houdt met de totstandkoming en uitvoering van het grondwaterbeleid;
het verzamelen, beoordelen en berekenen van gegevens voor het grondwaterbeleid;
het personeel dat de onderzoeken verricht of begeleidt; en
het beschikbaar stellen van de resultaten van de onderzoeken aan het publiek.