-
De criteria, bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de wet, zijn:
dieren:
- 1°
van de desbetreffende diersoort of diercategorie kunnen zonder specialistische kennis en vaardigheden worden gehouden, gelet op:
- i
de mate waarin het dier behoefte heeft aan bewegen en een specifieke leefomgeving;
- ii
de gemiddelde grootte van het dier op volwassen leeftijd;
- iii
de behoefte van het dier aan periodes van activiteit of inactiviteit gedurende een dag of een seizoen;
- iv
de behoeften van het dier met betrekking tot foerageren en eten, waaronder de rantsoensamenstelling;
- v
de mate waarin het dier behoefte heeft aan veiligheid en schuilgelegenheid;
- vi
de behoeften van het dier met betrekking tot voortplanting en grootbrengen van jongen;
- vii
de behoefte van het dier met betrekking tot schoonmaakgedrag;
- viii
de sociale of biosociale behoeften van het dier;
- ix
de mate waarin het dier behoefte heeft aan prikkels en afleiding, of
- i
- 2°
behoren tot een diersoort of diercategorie die bij artikel 2.1 zijn aangewezen, of
- 1°
het houden van dieren van de desbetreffende diersoort of diercategorie:
- 1°
levert geen onaanvaardbare mate van gevaar op voor mens of dier,
- 2°
is niet verboden op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet in samenhang met artikel 11.38, 11.47, eerste lid, aanhef en onder a, 11.93, 11.96, of 11.101 van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met daarvoor aangewezen vergunningvrije gevallen, geldende uitzonderingen, maatwerkregels of maatwerkvoorschriften, of
- 3°
levert gelet op de subonderdelen i tot en met ix van onderdeel a, onder 1°, geen onaanvaardbare aantasting op van het welzijn of de gezondheid van die dieren.
- 1°
-
Het verbod, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de wet, is uitsluitend van toepassing op zoogdieren.
Inhoud
Artikel 1.4
Vergelijking met vorige versie
Tekst van deze versie
-
De criteria, bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de wet, zijn:
dieren:
- 1°
van de desbetreffende diersoort of diercategorie kunnen zonder specialistische kennis en vaardigheden worden gehouden, gelet op:
- i
de mate waarin het dier behoefte heeft aan bewegen en een specifieke leefomgeving;
- ii
de gemiddelde grootte van het dier op volwassen leeftijd;
- iii
de behoefte van het dier aan periodes van activiteit of inactiviteit gedurende een dag of een seizoen;
- iv
de behoeften van het dier met betrekking tot foerageren en eten, waaronder de rantsoensamenstelling;
- v
de mate waarin het dier behoefte heeft aan veiligheid en schuilgelegenheid;
- vi
de behoeften van het dier met betrekking tot voortplanting en grootbrengen van jongen;
- vii
de behoefte van het dier met betrekking tot schoonmaakgedrag;
- viii
de sociale of biosociale behoeften van het dier;
- ix
de mate waarin het dier behoefte heeft aan prikkels en afleiding, of
- i
- 2°
behoren tot een diersoort of diercategorie die bij artikel 2.1 zijn aangewezen, of
- 1°
het houden van dieren van de desbetreffende diersoort of diercategorie:
- 1°
levert geen onaanvaardbare mate van gevaar op voor mens of dier,
- 2°is niet verboden bij artikel 3.2, eerste lid, of 3.6, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, in samenhang met artikel 3.2, tweede en derde lid, onderscheidenlijk artikel 3.6, derde lid, van die wet en krachtens artikel 3.3, derde lid, onderscheidenlijk 3.8, derde lid, van die wet verleende ontheffingen of vrijstellingen, en is niet verboden op grond van bij of krachtens artikel 3.37,5.1, 3.38tweede oflid, 3.39aanhef en onder g, van de Wet natuurbescherming, gestelde regels,Omgevingswet in samenhang met krachtens artikel 3.4011.38, 11.47, eerste lid, aanhef en onder a, 11.93, 11.96, of 11.101 van diehet wetBesluit verleendeactiviteiten ontheffingenleefomgeving in samenhang met daarvoor aangewezen vergunningvrije gevallen, geldende uitzonderingen, maatwerkregels of vrijstellingen,maatwerkvoorschriften, of
- 3°
levert gelet op de subonderdelen i tot en met ix van onderdeel a, onder 1°, geen onaanvaardbare aantasting op van het welzijn of de gezondheid van die dieren.
- 1°
-
Het verbod, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de wet, is uitsluitend van toepassing op zoogdieren.
Nog geen automatische verwijzingen.