Besluit houders van dieren Actueel

Inhoud

§ 5

Houdverbod gezelschapsdieren met voor hen schadelijke kenmerken

Artikel 3.33

  1. Het is verboden om huiskatten (Felis silvestris catus) te houden die:

    1. homo- of heterozygoot zijn voor de p.V342F substitutie (c.1024G>T) in TRPV4, of

    2. permanent geen functionele vacht of geen snor- en tastharen hebben.

  2. Een huiskat wordt vermoed homo- of heterozygoot te zijn voor de p.V342F substitutie (c.1024G>T) in TRPV4 als deze voorwaarts neerhangende oren heeft.

Artikel 3.34

  1. Het verbod in artikel 3.33, eerste lid, is niet van toepassing op het houden van in dat lid bedoelde katten:

    1. in een inrichting voor de opvang van gezelschapsdieren als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, mits de opvang van zulke katten door de inrichting incidenteel plaatsvindt,

    2. als zij afkomstig zijn van een inrichting voor de opvang van gezelschapsdieren en dit blijkt uit een op schrift gestelde verklaring van de desbetreffende inrichting,

    3. door diergeneeskundigen in de uitoefening van hun praktijk voor het verrichten van diergeneeskundige handelingen bij dat dier,

    4. door degene die ze onder zich houdt vanwege vervoer daarvan vanuit een ander land via een Nederlandse zee- of luchthaven naar een ander land, voor de duur van ten hoogste vier werkdagen, of zoveel langer indien dat met het oog op de uitreiking van een officieel certificaat onder toepassing van artikel 87 van verordening (EU) 2017/625 noodzakelijk is, of

    5. door degene die ze onder zich houdt, wanneer deze opzettelijk katten die zich in een noodsituatie bevinden vangt en onder zich houdt met het oog op het onverwijld vervoeren van die dieren naar de eigenaar, een inrichting voor de opvang van gezelschapsdieren of een diergeneeskundige.

  2. Een op schrift gestelde verklaring als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is niet vereist wanneer het een kat betreft waarop artikel 3.35 van toepassing is.

Artikel 3.35

In afwijking van artikel 3.33, eerste lid, mag een kat als bedoeld in dat artikellid gehouden worden, als de kat al voor 1 januari 2026 werd gehouden en dit door de houder aangetoond kan worden op basis van een schriftelijk bewijs van de datum waarop de microchip van de kat is geplaatst of geregistreerd.

Artikel 3.36

Het is verboden om een kat die op grond van artikel 3.34 of 3.35 gehouden mag worden deel te laten nemen aan wedstrijden of vertoningen.

← terug naar Besluit houders van dieren