Besluit houders van dieren Actueel

Inhoud

§ 11.2

Identificatiemiddelen

Artikel 1.56

  1. Een aanvraag voor een goedkeuring van een identificatiemiddel voor runderen, schapen, geiten, varkens, paardachtigen, kameelachtigen of hertachtigen wordt gedaan met een daartoe door Onze Minister beschikbaar gesteld middel.

  2. Het model van het identificatiemiddel waarvoor goedkeuring wordt gevraagd, vergezelt de aanvraag.

  3. Bij ministeriële regeling kunnen voor de daarin te onderscheiden diersoorten of diercategorieën regels worden gesteld over de gegevens die bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt.

  4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de gevallen waarin een aanvraag als bedoeld in het eerste lid door Onze Minister wordt goedgekeurd of waarin een goedkeuring wordt ingetrokken.

Artikel 1.57

  1. Onze Minister of de leverancier van een goedgekeurd identificatiemiddel verstrekt een identificatiemiddel uitsluitend aan een exploitant die daartoe een bestelling heeft gedaan.

  2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:

    1. het middel waarmee een bestelling kan worden geplaatst bij Onze Minister;

    2. de door de leverancier bij te houden administratie over bestelde en geleverde identificatiemiddelen;

    3. de door de leverancier aan te leveren informatie aan Onze Minister;

    4. degene aan wie een leverancier identificatiemiddelen verstrekt;

    5. de identificatiemiddelen die de leverancier verstrekt.

Artikel 1.58

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:

  1. het aanbrengen en het gebruik van een identificatiemiddel;

  2. de verwijdering, wijziging of vervanging van een identificatiemiddel;

  3. de vernietiging van een elektronisch identificatiemiddel;

  4. de termijn waarbinnen en de voorwaarden waaronder een identificatiemiddel wordt aangebracht.

← terug naar Besluit houders van dieren