-
Het is verboden schapen of geiten te insemineren of zo te houden dat bevruchting kan plaatsvinden van schapen of geiten die op een inrichting waar een besmetting met Q-koorts is vastgesteld aanwezig zijn geweest tussen het tijdstip waarop die besmetting is vastgesteld en 1 juni 2010.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op vrouwelijke dieren, geboren op of na 1 juli 2009.
Besluit houders van dieren Actueel
Inhoud
§ 9
Artikel 1.45
-
Een houder van schapen of geiten zorgt ervoor dat bezoekers niet met die dieren in contact kunnen komen ten tijde van de geboorte van hun lammeren.
-
De in het eerste lid bedoelde zorgplicht houdt in ieder geval in dat de houder zorgt dat bezoekers een stal waar lammeren worden geboren niet kunnen betreden.
-
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing, indien het bezoek noodzakelijk is in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf.
Artikel 1.46
-
Een houder van schapen of geiten laat de dieren tegen Q-koorts vaccineren in de volgende gevallen:
de houder houdt meer dan 50 schapen of geiten op een inrichting ten behoeve van de bedrijfsmatige productie van melk of voor de opfok ten behoeve van die productie;
de houder houdt schapen of geiten op een inrichting die is opengesteld voor het publiek met het oogmerk om direct contact tussen bezoekers en dieren te faciliteren;
de dieren worden vervoerd naar een inrichting als bedoeld in onderdeel a of b;
de dieren worden vervoerd naar een tentoonstelling, keuring of ander evenement.
-
De houder, bedoeld in het eerste lid, laat de dieren vaccineren ten minste drie weken en ten hoogste twaalf maanden voorafgaand aan:
de openstelling voor het publiek van de inrichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b;
het dekken door, onderscheidenlijk gedekt of geïnsemineerd worden van de dieren, indien de dieren worden gehouden op een inrichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b;
het vervoer van de dieren naar een inrichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b; of
het vervoer van de dieren naar een tentoonstelling, keuring of ander evenement.
-
De houder, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, laat de dieren opnieuw vaccineren binnen twaalf maanden na de vaccinatie, bedoeld in het tweede lid, en vervolgens elke twaalf maanden.
-
Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing op schapen of geiten die:
in hun eerste levensjaar worden geslacht en die geen dieren dekken, onderscheidenlijk gedekt of geïnsemineerd worden; of
jonger zijn dan drie maanden.
Artikel 1.47
-
Een houder meldt Onze Minister binnen een week na elke vaccinatie tegen Q-koorts op welke datum een schaap of geit is gevaccineerd.
-
De houder administreert:
de hoeveelheid gebruikt vaccin;
het aantal gevaccineerde dieren;
de vaccinatiedatum;
-
De gegevens, bedoeld in het tweede lid, worden voorzien van een handtekening van de houder en de dierenarts die de vaccinatie heeft uitgevoerd.
-
De houder doet de melding, bedoeld in het eerste lid, via een door Onze Minister beschikbaar gesteld middel.
-
De houder bewaart de gegevens, bedoeld in het tweede lid, twee jaar.