Besluit houders van dieren Actueel

Inhoud

§ 7

Houden van schapen of geiten voor productie

Artikel 2.76ig

  1. Een houder die meer dan 50 schapen of geiten houdt ten behoeve van de bedrijfsmatige productie van melk laat maandelijks, of zo veel vaker als Onze Minister verzoekt, een monster onderzoeken van melk, die wordt bewaard in een melkkoeltank en die geen behandeling heeft ondergaan, op de aanwezigheid van Coxiella burnettii.

  2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de monstername en het onderzoek, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 2.76ih

  1. Het is een houder die meer dan 50 schapen of geiten houdt ten behoeve van de bedrijfsmatige productie van melk verboden om mest van schapen of geiten uit te rijden of af te voeren, tenzij de mest:

    1. direct na verwijdering uit de stal 30 dagen luchtdoorlatend afgedekt is opgeslagen, of

    2. rechtstreeks en afgedekt naar een erkende composteerinrichting of erkend composteerbedrijf wordt vervoerd.

  2. Een houder als bedoeld in het eerste lid administreert:

    1. de datum waarop mest uit een stal is verwijderd;

    2. de begin- en einddatum van de composteringsperiode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;

    3. de datum waarop mest op het bedrijf is uitgereden;

    4. de hoeveelheid mest, uitgedrukt in kubieke meters, die is verwijderd, opgeslagen of uitgereden.

  3. Een houder bewaart de gegevens, bedoeld in het tweede lid, twee jaar.

← terug naar Besluit houders van dieren