Als diercategorieën als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, van de wet worden aangewezen ganzen, honden en katten.
Besluit houders van dieren Actueel
Inhoud
§ 3
Artikel 1.10
Als gevallen als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, van de wet worden aangewezen gevallen waarin:
een dier wordt gedood ter beëindiging of voorkoming van onmiddellijk gevaar voor mens of dier;
een dierenarts heeft vastgesteld dat doden in het belang van het dier is;
dat doden bij of krachtens enig wettelijk voorschrift of ingevolge een EU-verordening is voorgeschreven;
een dier wordt gedood ter beëindiging van ondraaglijk lijden van het dier;
een dier wordt gedood vanwege niet te corrigeren gevaarlijke gedragskenmerken.
Artikel 1.11
De artikelen 1.12 tot en met 1.14 zijn van toepassing op zoogdieren, reptielen, amfibieën en vogels.
Artikel 1.12
Bij het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten wordt de dieren elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden bespaard.
Artikel 1.13
-
Een dier wordt gedood door middel van een methode die waarborgt dat de dood onmiddellijk of na bedwelming, maar vóórdat de bewusteloosheid is geweken, intreedt.
-
In afwijking van het eerste lid behoeft een dier niet te worden bedwelmd indien een dier moet worden gedood:
ter beëindiging of voorkoming van onmiddellijk gevaar voor mens of dier of
ter beëindiging van ondraaglijk lijden van het dier.
-
Bij ministeriële regeling kunnen voor de daarin te onderscheiden diersoorten of categorieën dieren nadere regels worden gesteld ten aanzien van de methode, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 1.14
-
Het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten worden uitgevoerd door personen die aantoonbaar de nodige kennis en vaardigheden bezitten om de taken humaan en doeltreffend uit te voeren.
-
Bij ministeriële regeling kunnen voor de daarin te onderscheiden diersoorten of categorieën dieren nadere regels worden gesteld ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde kennis en vaardigheden.