Het doden van dieren zonder voorafgaande bedwelming, bedoeld in artikel 2.10, vierde lid, van de wet, geschiedt slechts door personen die door een organisatie als bedoeld in artikel 5.5b, tweede lid zijn voorgedragen om het slachtproces overeenkomstig de betrokken religieuze ritus uit te voeren, en die van die voordracht een bewijs overleggen aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 5.5f, eerste lid.
Inhoud
Artikel 5.6
Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 07-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 07-07-2026.
07-07-2026
Huidig
01-01-2026
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
12-12-2023
Historisch
07-10-2023
Historisch
01-07-2023
Historisch
22-12-2022
Historisch
05-05-2022
Historisch
11-03-2022
Historisch
01-03-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
01-11-2021
Historisch
21-04-2021
Historisch
Tekst van deze versie
Het doden van dieren zonder voorafgaande bedwelming, bedoeld in artikel 2.10, vierde lid, van de wet, geschiedt slechts door personen die door een organisatie als bedoeld in artikel 5.5b, tweede lid zijn voorgedragen om het slachtproces overeenkomstig de betrokken religieuze ritus uit te voeren, en die van die voordracht een bewijs overleggen aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 5.5f, eerste lid.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.