Een persoon verkrijgt geen hond van een houder indien de hond:
niet is voorzien van een injecteerbare transponder overeenkomstig artikel 3.27;
niet is voorzien van een identificatiedocument overeenkomstig artikel 3.28;
niet is geregistreerd overeenkomstig de artikelen 2.9, eerste lid, van het Besluit diergeneeskundigen en artikel 3.30, eerste lid; of
niet is geregistreerd overeenkomstig artikel 3.30, tweede lid.