Besluit houders van dieren Actueel

Inhoud

§ 11.3

Injecteerbare transponders

Artikel 1.58a

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  1. verordening (EU) nr. 2019/2035: verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren (PbEU 2019, L 314).

  2. identificatiecode: code als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, van verordening (EU) nr. 2019/2035;

  3. injecteerbare transponder: injecteerbare transponder als bedoeld in bijlage III, onderdeel e, van verordening (EU) nr. 2019/2035 die is voorzien van een identificatiecode die begint met de Nederlandse landcode.

Artikel 1.58b

  1. Onze Minister verstrekt de identificatiecode die op een injecteerbare transponder wordt aangebracht aan een leverancier.

  2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:

    1. de technische specificaties van injecteerbare transponders;

    2. de gegevens die in of op een injecteerbare transponder worden vermeld of vastgelegd;

    3. de handel in injecteerbare transponders.

Artikel 1.58c

  1. De leverancier van een injecteerbare transponder beschikt over een erkenning van Onze Minister.

  2. Onze Minister erkent een leverancier indien:

    1. de leverancier een onderneming heeft als bedoeld in artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007 of een rechtspersoon is in de zin van artikel 54 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, die in een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte is gevestigd;

    2. de leverancier aantoont dat hij gegevens elektronisch en tijdig kan uitwisselen met Onze Minister; en

    3. de leverancier aantoont te voldoen aan de eisen die voortvloeien uit de wetgeving over de verwerking van persoonsgegevens.

  3. Onze Minister kan de erkenning schorsen dan wel intrekken indien de leverancier niet voldoet aan één of meer voorschriften als bedoeld in het tweede lid of een ander voorschrift dat betrekking heeft op de technische specificaties van injecteerbare transponders of de handel in injecteerbare transponders.

  4. Een injecteerbare transponder wordt uitsluitend overgedragen aan een persoon die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 2.9, derde lid, van het Besluit diergeneeskundigen.

  5. Bij de overdracht van een injecteerbare transponder registreert de persoon die de injecteerbare transponder overdraagt de leverdatum, de identificatiecode en de naam van de exploitant die de bestelling heeft gedaan bij Onze Minister.

← terug naar Besluit houders van dieren