De vergunninghouder beschikt over een beleidsprotocol met daarin opgenomen:
een noodplan met betrekking tot de ontsnapping van dieren;
het beleid met betrekking tot de voeding en de preventieve en curatieve diergeneeskundige verzorging van de dieren dat is opgesteld onder begeleiding van een dierenarts;
het doel van de activiteiten, bedoeld in artikel 4.10, eerste lid, en van het programma, bedoeld in artikel 4.10, tweede lid;
een eenduidig beleid met betrekking tot de in artikel 4.10 genoemde onderwerpen,
en handelt dienovereenkomstig.