Besluit houders van dieren

Inhoud

Artikel 6.7

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 12-12-2023.
  1. Een aanmelding bij Onze Minister die is verricht op grond van artikel 3, eerste lid van het Honden- en kattenbesluit 1999, zoals dat gold onmiddellijk voor het tijdstip van intrekking van dat besluit, geldt als een aanmelding als bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, voor activiteiten met honden of katten, voor zover die activiteiten bij die eerdere aanmelding zijn gemeld.

  2. Artikel 3.8, vierde lid, is gedurende een periode van vier maanden vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel niet van toepassing op een inrichting, indien degene onder wiens verantwoordelijkheid de in artikel 3.6 bedoelde activiteiten op die inrichting worden verricht:

    1. desgevraagd kan aantonen dat de inrichting vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel in gebruik is genomen en het een inrichting betreft waarvoor geen aanmeldingsplicht bestond op basis van artikel 3, eerste lid, van het Honden- en Kattenbesluit 1999, en

    2. binnen vier maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel, de inrichting bij Onze Minister aanmeldt.

07-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 12-12-2023 Historisch 07-10-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 22-12-2022 Historisch 05-05-2022 Historisch 11-03-2022 Historisch 01-03-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-11-2021 Historisch 21-04-2021 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 21-04-2021.

Tekst van deze versie

  1. Een aanmelding bij Onze Minister die is verricht op grond van artikel 3, eerste lid van het Honden- en kattenbesluit 1999, zoals dat gold onmiddellijk voor het tijdstip van intrekking van dat besluit, geldt als een aanmelding als bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, voor activiteiten met honden of katten, voor zover die activiteiten bij die eerdere aanmelding zijn gemeld.

  2. Artikel 3.8, vierde lid, is gedurende een periode van vier maanden vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel niet van toepassing op een inrichting, indien degene onder wiens verantwoordelijkheid de in artikel 3.6 bedoelde activiteiten op die inrichting worden verricht:

    1. desgevraagd kan aantonen dat de inrichting vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel in gebruik is genomen en het een inrichting betreft waarvoor geen aanmeldingsplicht bestond op basis van artikel 3, eerste lid, van het Honden- en Kattenbesluit 1999, en

    2. binnen vier maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel, de inrichting bij Onze Minister aanmeldt.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Besluit houders van dieren