Deze paragraaf is van toepassing op:
de monitoring, bedoeld in artikel 11.9 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, voor de omgevingswaarden voor de veiligheid van primaire waterkeringen, bedoeld in artikel 2.0c van dat besluit;
de monitoring, bedoeld in artikel 11.11 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, voor de andere parameters voor signalering over de veiligheid van primaire waterkeringen, bedoeld in artikel 11.11, eerste lid, van dat besluit; en
de monitoring, bedoeld in artikel 20.2, tweede lid, van de wet, voor de alarmeringswaarden voor hoogwaterstanden die een gevaar voor primaire waterkeringen kunnen opleveren, bedoeld in artikel 15.3.