Omgevingsregeling Actueel

Inhoud

Afdeling 9.4

Voorschriften omgevingsvergunning milieubelastende activiteit – bodembescherming stortplaatsen voor alleen baggerspecie op land

Artikel 9.26

Deze afdeling is van toepassing op het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 8.62a van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 9.27

  1. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de bepaling van het toelaatbaar beïnvloede gebied, bedoeld in artikel 8.62c, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, plaatsvindt volgens bijlage XVIIIf.

  2. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de berekening of sprake is van een overschrijding als bedoeld in artikel 8.62c, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, plaatsvindt volgens bijlage XVIIIf.

Artikel 9.28

  1. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat in het oppervlaktewater dat in de potentiële invloedssfeer van de stortplaats is gelegen ten minste twee meetpunten worden aangewezen, die zo zijn gekozen dat uit de daar uitgevoerde metingen een beïnvloeding door de stortplaats kan worden vastgesteld.

  2. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de inventarisatie, bedoeld in artikel 8.62h, eerste lid, onder a, en de metingen, bedoeld in artikel 8.62h, eerste lid, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, ten minste eenmaal per drie maanden worden uitgevoerd, of met een lagere frequentie als uit evaluatie van de gegevens blijkt dat inventarisaties met langere tussenpozen even effectief zijn.

Artikel 9.29

Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat het vaststellen van het niveau van het grondwater, bedoeld in artikel 8.62i, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, ten minste elk half jaar plaatsvindt.

Artikel 9.30

  1. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de referentiepunten en de controlemeetpunten, bedoeld in artikel 8.62i, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, worden aangewezen op basis van een schriftelijk advies van een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige.

  2. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat als referentiepunt of referentiepunten als bedoeld in artikel 8.62i, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, een of meer meetpunten worden aangewezen die samen een betrouwbaar beeld geven van de concentratie van de betrokken stoffen in het grondwater in de nabijheid van de stortplaats zonder dat beïnvloeding van de stortplaats heeft plaatsgevonden.

  3. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat als controlemeetpunt of controlemeetpunten als bedoeld in artikel 8.62i, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, een of meer meetpunten worden aangewezen in het toelaatbaar beïnvloede gebied, bedoeld in artikel 8.62c, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving:

    1. die samen een betrouwbaar beeld geven van de verspreiding van de betrokken stoffen; en

    2. die zo gelegen zijn dat tijdig maatregelen kunnen worden getroffen om te voorkomen dat de concentratie van een stof buiten het toelaatbaar beïnvloede gebied gelijk is aan of groter is dan de signaalwaarde voor die stof, vermeerderd met de standaardwaarde voor die stof, bedoeld in bijlage XVIIIa bij het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 9.31

Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de metingen, bedoeld in artikel 8.62i, tweede lid, onder c, ten minste eenmaal per jaar plaatsvinden.

Artikel 9.32

  1. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de signaalwaarde, bedoeld in artikel 8.62l, eerste lid, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is:

    1. als één referentiepunt is aangewezen:

      1. als minder dan 30 metingen zijn verricht: de concentratie van een stof op het referentiepunt, vermenigvuldigd met 1,3; of

      2. als 30 of meer metingen zijn verricht: de waarde waaronder 98% van de metingen liggen;

    2. als meer dan een referentiepunt is aangewezen: het gemiddelde van de signaalwaarden op de afzonderlijke referentiepunten.

  2. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de herhaalde meting, bedoeld in artikel 8.62l, eerste lid, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, wordt uitgevoerd door een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige.

← terug naar Omgevingsregeling