Deze afdeling is van toepassing op het heffen van rechten bij:
een aanvraag om een besluit als bedoeld in artikel 13.1 van de wet; en
de gevallen, bedoeld in artikel 161a, tweede lid, onder h en j, van het Mijnbouwbesluit.
Deze afdeling is van toepassing op het heffen van rechten bij:
een aanvraag om een besluit als bedoeld in artikel 13.1 van de wet; en
de gevallen, bedoeld in artikel 161a, tweede lid, onder h en j, van het Mijnbouwbesluit.
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om de volgende besluiten waarvoor een minister het bevoegd gezag is, heft die minister rechten:
een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 van de wet, met uitzondering van een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument of een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een militaire luchthaven; en
een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 4.5 van de wet, met uitzondering van maatwerkvoorschriften die betrekking hebben op een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument of een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een militaire luchthaven.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van een besluit als bedoeld in dat lid.
Geen rechten worden geheven voor de behandeling van een aanvraag waarvan de kosten op grond van afdeling 13.6 van de wet zijn of worden verhaald.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat heft naast de besluiten, bedoeld in het eerste lid, rechten voor het op aanvraag verlenen, wijzigen, intrekken of beoordelen van:
een melding als bedoeld in artikel 2.7 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
een toestemming als bedoeld in artikel 2.7 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en
gegevens en bescheiden als bedoeld in de artikelen 4.1117, 6.47a en 7.69 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Als ter uitvoering van een door de Minister voor Natuur en Stikstof op grond van artikel 18.16a of 18.16b van de wet genomen besluit een omgevingsvergunning of document benodigd is, kan hij in afwijking van de artikelen 14.41, 14.41a, 14.41b, 14.41c, 14.41d, 14.41e, 14.41f, 14.42, 14.43, 14.43a, 14.44, 14.44a, 14.44b en 14.45, eerste lid, van deze regeling bepalen dat geen rechten worden geheven.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heft naast de besluiten, bedoeld in het eerste lid, rechten voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot aanwijzing als certificatie-instelling als bedoeld in artikel 3.74, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Als de voorgenomen beslissing op een aanvraag instemming behoeft van een minister op grond van artikel 16.16 van de wet, heft die minister voor het in behandeling nemen van de aanvraag om het besluit over instemming van het bevoegd gezag rechten.
De rechten worden geheven met overeenkomstige toepassing van de bepalingen in dit hoofdstuk over het heffen van rechten voor het in behandeling nemen van de aanvraag waarop de instemming betrekking heeft, met uitzondering van de artikelen 14.4 tot en met 14.6.
Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de tarieven behorend bij die activiteiten.
Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning.
Als de voorgenomen beslissing op een aanvraag instemming behoeft van een ander bestuursorgaan op grond van artikel 16.16 van de wet, wordt het tarief verhoogd met het tarief dat dat bestuursorgaan voor het in behandeling nemen van de aanvraag om het besluit over instemming in rekening brengt.
Als het bevoegd gezag op grond van een aanvraag om een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bedraagt het tarief 15% van het oorspronkelijke tarief voor het in behandeling nemen van die aanvraag.
Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bedraagt het tarief 15% van het oorspronkelijke tarief voor het in behandeling nemen van die aanvraag.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk is ingetrokken, geldt voor de activiteiten waarvoor de aanvraag is ingetrokken het volgende percentage van het oorspronkelijke tarief dat bij die activiteiten behoort:
bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen zes weken na de indiening van de aanvraag: 25%;
bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken tot achttien weken na de indiening van de aanvraag: 50%;
bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf achttien weken na de indiening van de aanvraag: 75%.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken, geldt voor de activiteiten waarvoor de aanvraag is ingetrokken het volgende percentage van het oorspronkelijke tarief dat bij die activiteiten behoort:
bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na indiening van de aanvraag: 25%;
bij gehele of gedeeltelijke intrekking na vier weken en binnen zes weken na indiening van de aanvraag: 50%; of
bij gehele of gedeeltelijke intrekking na zes weken na indiening van de aanvraag: 75%.
De rechten worden geheven bij beschikking.
Als voor de beslissing op een aanvraag om een besluit een uurtarief is opgenomen, bevat de beschikking een begroting van de kosten.
Het bevoegd gezag zendt de beschikking drie weken na ontvangst van de aanvraag toe aan de aanvrager.
De betaling geschiedt binnen vijf weken na toezending van de beschikking.
De beslissing op een aanvraag om een besluit als bedoeld in deze afdeling wordt niet eerder genomen dan nadat de aanvrager het verschuldigde recht heeft betaald of nadat zekerheid tot betaling is gesteld.
Het tweede tot en met vijfde lid zijn niet van toepassing als de Minister van Economische Zaken en Klimaat het bevoegd gezag is.
Het tweede tot en met het vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op aanvragen om documenten, ringen en merktekens voor dieren als bedoeld in artikel 13.1, eerste lid, van de wet.
Bij de beslissing op een aanvraag om een besluit waarvoor een uurtarief is opgenomen worden teveel betaalde kosten terugbetaald. De terugbetaling wordt berekend door het bedoelde uurtarief te vermenigvuldigen met het aantal werkelijk bestede uren, verminderd met het al betaalde tarief, bedoeld in artikel 14.5, vijfde lid. Het teveel betaalde wordt binnen zes weken na de beslissing op de aanvraag terugbetaald.
Als bij een aanvraag om een besluit een van de gevallen, bedoeld in artikel 14.4, van toepassing is, en:
de aanvrager het verschuldigde recht niet heeft betaald, wordt de beschikking tot het heffen van het recht ambtshalve daaraan aangepast; of
de aanvrager het verschuldigde recht heeft betaald, wordt ambtshalve een teruggaaf verleend.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing als de Minister van Economische Zaken en Klimaat het bevoegd gezag is.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.25 of 2.26 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief € 250.
Het tarief in het eerste lid wordt vermeerderd met:
0,24% van de bouwkosten over het deel van de bouwkosten tussen de € 0 en € 25.000;
0,23% van de bouwkosten over het deel van de bouwkosten tussen de € 25.000 en € 50.000;
1,10% van de bouwkosten over het deel van de bouwkosten tussen de € 50.000 en € 200.000;
1,57% van de bouwkosten over het deel van de bouwkosten tussen de € 200.000 en € 2.500.000; en
1,61% van de bouwkosten over het deel van de bouwkosten tussen de € 2.500.000 en elk bedrag daarboven.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning.
Als op grond van artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluitafdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.7, tweede lid, verhoogd met € 1.600.
Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op:
het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of
het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving,
bedraagt het uurtarief € 125.
Als een aanvraag betrekking heeft op het verlengen van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief € 500.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit van nationaal belang als bedoeld in artikel 4.8 van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief € 5.000.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning.
Als op grond van artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluitafdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.11, eerste lid, verhoogd met € 1.600.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam en het gaat om het lozen van afvalwater afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 607.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning.
Als op grond van artikel 16.43, eerste lid, van de wet bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.13, eerste lid, verhoogd met € 8.422.
Als op grond van artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluitafdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.13, eerste lid, verhoogd met € 8.974.
Als kennisgeving van het ontwerp of van het besluit op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze geschiedt, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.13, eerste lid, verhoogd met € 520.
Als een aanvraag als bedoeld in artikel 14.13 wordt ingediend:
waarop afdeling 3.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing is, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.13, eerste lid, verhoogd met € 3.786; of
voor een lozingsactiviteit vanuit een ippc-installatie waarop afdeling 3.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving niet van toepassing is, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.13, eerste lid, verhoogd met € 2.243.
Als bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een hogedrempelinrichting een veiligheidsrapport als bedoeld in artikel 4.14 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.13, eerste lid, verhoogd met € 3.365.
Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam en het gaat om het lozen van afvalwater afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 3.786.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanleggen of het exploiteren van een mijnbouwwerk, bedoeld in de artikelen 3.320 en 3.321, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 7.280.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning.
Als op grond van artikel 16.43, eerste lid, van de wet bij de voorbereiding van het besluit moet worden beoordeeld of het besluit aanzienlijke milieueffecten kan hebben, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.16, eerste lid, verhoogd met € 2.750.
Als op grond van artikel 16.43, eerste lid, van de wet bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.16, eerste lid, verhoogd met € 5.250.
Als op grond van artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluitafdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.16, eerste lid, verhoogd met € 2.750.
Als kennisgeving van het ontwerp of van het besluit op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze geschiedt, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.16, eerste lid, verhoogd met € 520 per publicatie en, voor zover aanvullend daaraan kennisgeving in een landelijk dagblad of in andere media geschiedt, met de daarvoor in rekening gebrachte kosten.
Als een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning wordt gedaan en de wijziging geen significante nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid of het milieu als bedoeld in artikel 10.24, vierde lid, van het Omgevingsbesluit, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.16, tweede lid, verminderd met € 2.080.
Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op het aanleggen of het exploiteren van een mijnbouwwerk, bedoeld in artikel 3.320 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.
Als kennisgeving van het ontwerp van het besluit en bekendmaking, kennisgeving of mededeling van het besluit of de zakelijke inhoud ervan in een huis-aan-huisblad geschiedt, wordt het tarief verhoogd met € 520 per publicatie en, voor zover de kennisgeving, bekendmaking of mededeling in een landelijk dagblad of in andere media geschiedt, met de daarvoor in rekening gebrachte kosten.
Als een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen betrekking heeft op het aanleggen of het exploiteren van een mijnbouwwerk, bedoeld in artikel 3.320 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.
Als kennisgeving van het ontwerp van het besluit en bekendmaking, kennisgeving of mededeling van het besluit of de zakelijke inhoud ervan in een huis-aan-huisblad geschiedt, wordt het tarief verhoogd met € 520 per publicatie en, voor zover de kennisgeving, bekendmaking of mededeling in een landelijk dagblad of in andere media geschiedt, met de daarvoor in rekening gebrachte kosten.
Als voor het aanleggen, aanpassen, testen, onderhouden, repareren of buiten gebruik stellen van een boorgat met een verplaatsbaar mijnbouwwerk of voor het stimuleren van een voorkomen via een boorgat met een verplaatsbaar mijnbouwwerk gegevens en bescheiden worden verstrekt, als bedoeld in de artikelen 4.1116 en 4.1117, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het exploiteren van een militaire zeehaven, bedoeld in de artikelen 3.323 en 3.324 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het uurtarief € 125.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het exploiteren van een militaire luchthaven, bedoeld in de artikelen 3.326 en 3.327 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het uurtarief € 125.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen of voorwerpen, bedoeld in de artikelen 3.331 en 3.332 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het uurtarief € 125.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het gebruik van ontplofbare stoffen of voorwerpen, bedoeld in de artikelen 3.334 en 3.335 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het uurtarief € 125.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, anders dan bedoeld in de artikelen 14.13, 14.16 en 14.19 tot en met 14.22, bedraagt het uurtarief € 125.
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning als bedoeld in de artikelen 14.19 tot en met 14.23 die betrekking heeft op:
één milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 2.500;
twee tot vijf milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, in afwijking van artikel 14.3 € 4.375;
vijf tot tien milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, in afwijking van artikel 14.3 € 8.125;
tien tot vijftien milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, in afwijking van artikel 14.3 € 11.250; of
vijftien of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, in afwijking van artikel 14.3 € 15.000.
Voor een aanvraag om een maatwerkvoorschrift als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, anders dan bedoeld in de artikelen 14.15 en 14.18, die betrekking heeft op:
één milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 2.500;
twee tot vijf milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, in afwijking van artikel 14.3 € 4.375;
vijf tot tien milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, in afwijking van artikel 14.3 € 8.125;
tien tot vijftien milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, in afwijking van artikel 14.3 € 11.250; of
vijftien of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, in afwijking van artikel 14.3 € 15.000.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van het maatwerkvoorschrift.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk, een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, een ontgrondingsactiviteit in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk of een wateronttrekkingsactiviteit in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, onder a tot en met c en e, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 607.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning.
Als op grond van artikel 16.43, eerste lid, van de wet bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.26, eerste lid, verhoogd met € 8.422.
Als op grond van artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluitafdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.26, eerste lid, verhoogd met € 8.974.
Als kennisgeving van het ontwerp of van het besluit op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze geschiedt, wordt het tarief, bedoeld in bedoeld in artikel 14.26, eerste lid, verhoogd met € 520.
Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk, een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, een ontgrondingsactiviteit in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, of een wateronttrekkingsactiviteit in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, onder a tot en met c en e, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 2.725.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een mijnbouwlocatieactiviteit als bedoeld in artikel 6.46, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning.
Als op grond van artikel 16.43, eerste lid, van de wet bij de voorbereiding van het besluit moet worden beoordeeld of het besluit aanzienlijke milieueffecten kan hebben, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.28a, eerste lid, verhoogd met € 2.750.
Als op grond van artikel 16.43, eerste lid, van de wet bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.28a, eerste lid, verhoogd met € 5.250.
Als op grond van artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluitafdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.28a, eerste lid, verhoogd met € 2.750.
Als kennisgeving van het ontwerp of van het besluit op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze geschiedt, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.28a, eerste lid, verhoogd met € 520 per publicatie en, voor zover aanvullend daaraan kennisgeving in een landelijk dagblad of in andere media geschiedt, met de daarvoor in rekening gebrachte kosten.
Als een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning wordt gedaan en de wijziging geen significante nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid of het milieu als bedoeld in artikel 10.24, vierde lid, van het Omgevingsbesluit, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.28a, tweede lid, verminderd met € 2.080.
Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een mijnbouwlocatieactiviteit als bedoeld in artikel 6.45 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.
Als een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen betrekking heeft op een mijnbouwlocatieactiviteit als bedoeld in artikel 6.45, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.
Als voor het gebruiken van een locatie in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk voor een mijnbouwinstallatie, met inbegrip van het voor die installatie geldende beperkingengebied, een melding wordt gedaan als bedoeld in artikel 6.47, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een mijnbouwinstallatie in een waterstaatswerk als bedoeld in de artikelen 6.56i en 6.56j van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning.
Als op grond van artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluitafdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.28f, eerste lid, verhoogd met € 2.750.
Als kennisgeving van het ontwerp of van het besluit op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze geschiedt, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.28f, eerste lid, verhoogd met € 520 per publicatie en, voor zover aanvullend daaraan kennisgeving in een landelijk dagblad of in andere media geschiedt, met de daarvoor in rekening gebrachte kosten.
Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een mijnbouwinstallatie in een waterstaatswerk als bedoeld in artikel 6.56i van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.
Als een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een mijnbouwinstallatie in een waterstaatswerk als bedoeld in artikel 6.56i van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk, een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een installatie in een waterstaatswerk, een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam, een stortingsactiviteit op zee, een ontgrondingsactiviteit of een wateronttrekkingsactiviteit als bedoeld in artikel 7.1, onder a tot en met e en g, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 607.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning.
Als op grond van artikel 16.43, eerste lid, van de wet bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.29, eerste lid, verhoogd met € 8.422.
Als op grond van artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluitafdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.29, eerste lid, verhoogd met € 8.974.
Als kennisgeving van het ontwerp of van het besluit op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze geschiedt, wordt het tarief, bedoeld in bedoeld in artikel 14.29, eerste lid, verhoogd met € 6.500.
Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk, een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een installatie in een waterstaatswerk, een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam, een stortingsactiviteit op zee, een ontgrondingsactiviteit of een wateronttrekkingsactiviteit als bedoeld in artikel 7.1, onder a tot en met e en g, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 2.725.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een installatie in een waterstaatswerk als bedoeld in de artikelen 7.46 en 7.47, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning.
Als op grond van artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluitafdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.31a, eerste lid, verhoogd met € 2.750.
Als kennisgeving van het ontwerp of van het besluit op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze geschiedt, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.31a, eerste lid, verhoogd met € 520 per publicatie en, voor zover aanvullend daaraan kennisgeving in een landelijk dagblad of in andere media geschiedt, met de daarvoor in rekening gebrachte kosten.
Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een installatie in een waterstaatswerk als bedoeld in artikel 7.46 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.
Als een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een installatie in een waterstaatswerk als bedoeld in artikel 7.46 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een mijnbouwlocatieactiviteit als bedoeld in de artikelen 7.66, aanhef en onder a, en 7.67, onder a of b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 4.300.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning.
Als op grond van artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluitafdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.31e, eerste lid, verhoogd met € 2.750.
Als kennisgeving van het ontwerp of van het besluit op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze geschiedt, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.31e, eerste lid, verhoogd met € 520 per publicatie en, voor zover aanvullend daaraan kennisgeving in een landelijk dagblad of in andere media geschiedt, met de daarvoor in rekening gebrachte kosten.
Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een mijnbouwlocatieactiviteit als bedoeld in artikel 7.66 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.
Als een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen betrekking heeft op een mijnbouwlocatieactiviteit als bedoeld in artikel 7.66 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.
Als voor het gebruiken van een locatie in de Noordzee voor een mijnbouwinstallatie, met inbegrip van het voor die installatie geldende beperkingengebied, een melding wordt gedaan als bedoeld in artikel 7.68, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg als bedoeld in artikel 8.16, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 607.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning.
Als op grond van artikel 16.43, eerste lid, van de wet bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.32, eerste lid, verhoogd met € 8.422.
Als op grond van artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluitafdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.32, eerste lid, verhoogd met € 8.974.
Als kennisgeving van het ontwerp of van het besluit op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze geschiedt, wordt het tarief, bedoeld in bedoeld in artikel 14.32, eerste lid, verhoogd met € 520.
Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg als bedoeld in artikel 8.1, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 2.211.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een hoofdspoorweg als bedoeld in artikel 9.20 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.665.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een hoofdspoorweg als bedoeld in artikel 9.31 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief:
in de gevallen, bedoeld in artikel 9.31, aanhef en onder a en c, van het Besluit activiteiten leefomgeving:
voor zover het gaat om een beperkingengebiedactiviteit die alleen bestaat uit de activiteiten, bedoeld in artikel 2.27 of 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of werkzaamheden voor het verwijderen of in standhouden van bomen en struiken: € 1.665;
andere gevallen dan bedoeld onder 1: € 11.300,
in de gevallen, bedoeld in artikel 9.31, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving: € 1.665.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een hoofdspoorweg als bedoeld in artikel 9.38 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.665.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een hoofdspoorweg als bedoeld in artikel 9.44 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.665.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een bijzondere spoorweg als bedoeld in de artikelen 9.20, 9.31, 9.38 of 9.44 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 775.
Het eerste tot en met vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning.
Als kennisgeving van het ontwerp of van het besluit op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze geschiedt, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.35, eerste tot en met vierde lid, verhoogd met € 6.500.
Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een hoofdspoorweg als bedoeld in artikel 9.1, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 950.
Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een bijzondere spoorweg als bedoeld in artikel 9.1, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 775.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een luchthaven als bedoeld in artikel 10.11, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief:
als sprake is van een obstakel beneden veiligheidsvlakken bedoeld in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol: € 675; of
als sprake is van een obstakel door veiligheidsvlakken bedoeld in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol: € 1.924.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning.
Voor een aanvraag om verlenging van een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid bedraagt het tarief: € 46.
[Gereserveerd]
Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een luchthaven als bedoeld in artikel 10.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.568.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een Natura 2000-activiteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de wet, bedraagt het tarief:
als de omgevingsvergunning voor een geldigheidsduur van ten hoogste een jaar wordt aangevraagd: € 800;
als de omgevingsvergunning voor een geldigheidsduur van één tot drie jaar wordt aangevraagd: € 1.900; of
als de omgevingsvergunning voor een geldigheidsduur van drie jaar of meer wordt aangevraagd: € 3.500.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op:
flora- en fauna-activiteiten als bedoeld in artikel 11.37, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief:
als de omgevingsvergunning voor een geldigheidsduur van ten hoogste een jaar wordt aangevraagd: € 600;
als de omgevingsvergunning voor een geldigheidsduur van een tot drie jaar wordt aangevraagd: € 1.600; of
als de omgevingsvergunning voor een geldigheidsduur van drie jaar of meer wordt aangevraagd: € 3.000; of
flora- en fauna-activiteiten soorten als bedoeld in artikel 11.46, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief:
als de omgevingsvergunning voor een geldigheidsduur van ten hoogste een jaar wordt aangevraagd: € 600;
als de omgevingsvergunning voor een geldigheidsduur van een tot drie jaar wordt aangevraagd: € 1.600; of
als de omgevingsvergunning voor een geldigheidsduur van drie jaar of meer wordt aangevraagd: € 3.000; of
flora- en fauna-activiteiten als bedoeld in artikel 11.54, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief:
als de omgevingsvergunning voor een geldigheidsduur van ten hoogste een jaar wordt aangevraagd: € 600;
als de omgevingsvergunning voor een geldigheidsduur van een tot drie jaar wordt aangevraagd: € 1.600; of
als de omgevingsvergunning voor een geldigheidsduur van drie jaar of meer wordt aangevraagd: € 3.000.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op:
flora- en fauna-activiteiten als bedoeld in artikel 11.38, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: € 80; of
flora- en fauna-activiteiten als bedoeld in artikel 11.47, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: € 80.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op:
flora- en fauna-activiteiten als bedoeld in artikel 11.39, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: € 60; of
flora- en fauna-activiteiten als bedoeld in artikel 11.47, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: € 60.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het uitzetten van dieren of eieren van dieren, bedoeld in artikel 11.61, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief:
voor de herintroductie van een soort: € 1.600; of
voor het uitzetten, planten of zaaien van exoten: € 800.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op:
een valkeniersactiviteit, bedraagt het tarief: € 65; en
een duplicaat van een omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit, bedraagt het tarief: € 30.
De gelden die zijn voldaan voor een verleende omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit worden niet gerestitueerd.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op:
een jachtgeweeractiviteit, bedraagt het tarief: € 138;
een jachtgeweeractiviteit voor de periode aansluitend op de periode waarvoor een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit is verleend, bedraagt het tarief: € 68;
het wijzigen van een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit, bedraagt het tarief: € 30;
het vervangen als gevolg van verlies van een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit, bedraagt het tarief: € 30; en
een duplicaat van een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit, bedraagt het tarief: € 30.
De gelden die zijn voldaan voor een verleende omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit worden niet gerestitueerd.
Het tarief voor een combinatie van de in het eerste lid genoemde handelingen bedraagt niet meer dan het bedrag dat zou zijn verschuldigd voor dat deel van de combinatie waarvoor het hoogste tarief geldt.
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de wet, of een activiteit als bedoeld in de artikelen 11.37, eerste lid, 11.46, eerste lid, en 11.54, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt het tarief:
als de wijziging geen nieuwe ecologische beoordeling vergt: € 0; en
als de wijziging een nieuwe ecologische beoordeling vergt: 25% van het tarief dat bij de activiteiten, bedoeld in artikelen 14.41 en 14.41a, hoort.
Als onderzoek als bedoeld in artikel 48a van de Regeling wapens en munitie, deel uitmaakt van de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.14f, verhoogd met € 55.
Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 11.31, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 100.
Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op het verbod op bezit van en handel in dieren en planten als bedoeld in artikel 11.96, eerste, tweede en derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving en betrekking heeft op levende dieren, bedraagt het tarief € 15.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van het maatwerkvoorschrift.
Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op herbeplanten van grond als bedoeld in artikel 11.114, onder a van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 300.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van het maatwerkvoorschrift.
Voor de behandeling van een aanvraag om afgifte of wijziging van de hierna genoemde documenten, bedraagt het tarief voor:
een invoervergunning als bedoeld in artikel 4 van de cites-basisverordening: € 60;
een uitvoervergunning als bedoeld in artikel 5 van de cites-basisverordening: € 60;
een wederuitvoercertificaat als bedoeld in artikel 5 van de cites-basisverordening: € 60;
een bijlage bij een document als bedoeld in onderdeel a, b of c waarop maximaal 3 soorten worden vermeld: € 60;
een inschrijving als wetenschappelijke instelling als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de cites-basisverordening: € 40;
een certificaat als bedoeld in de artikelen 8, derde lid, en 9, tweede lid, onderdeel b, van de cites-basisverordening: € 15;
een certificaat van persoonlijke eigendom als bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de cites-uitvoeringsverordening: € 45;
een certificaat van monsterverzameling als bedoeld in artikel 44 bis van de cites-uitvoeringsverordening: € 60;
een muziekinstrumentencertificaat als bedoeld in artikel 44 decies, eerste lid, van de cites-uitvoeringsverordening: € 45;
een certificaat voor reizende tentoonstellingen als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de cites-uitvoeringsverordening: € 45;
een etiket als bedoeld in artikel 66, zesde lid, van de cites-uitvoeringsverordening: € 0,25; en
een vergunning als bedoeld in artikel 66, zevende lid, van de cites-uitvoeringsverordening: € 60.
Voor de behandeling van een aanvraag om een document als bedoeld in de artikelen 8, zesde lid, en 9, zesde lid, van de invasieve-exoten-basisverordening, voor zover de aanvraag niet gelijktijdig wordt ingediend met de aanvraag om een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 11.109 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt: € 15.
Voor de behandeling van een aanvraag om merktekens voor een geprepareerde vogel als bedoeld in artikel 7.219, vierde lid, bedraagt het tarief: € 1 per merkteken.
De aan erkende organisaties, als bedoeld in artikel 4.34, eerste lid, door de leverancier in rekening gebrachte kostprijs voor de vervaardiging van gesloten pootringen wordt aan de aanvrager doorberekend.
De erkende organisaties kunnen de in het tweede lid bedoelde kostprijs verhogen met een bedrag ter dekking van de kosten voor de uitreiking van ringen ter hoogte van maximaal € 1 per ring.
Gesloten pootringen worden uitgereikt na voldoening van de som van de gelden, bedoeld in het tweede en derde lid.
[Vervallen]
Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een activiteit die het werelderfgoed betreft als bedoeld in artikel 14.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 2.211.
Voor de behandeling van een aanvraag tot aanwijzing als certificatie-instelling als bedoeld in artikel 3.74, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, bedraagt het tarief € 11.826.
Deze afdeling is van toepassing als:
een gedoogplicht als bedoeld in artikel 10.14 of 10.21 van de wet is opgelegd voor een werk dat tot stand wordt gebracht of wordt opgeruimd door een initiatiefnemer als bedoeld in artikel 13.3e, eerste lid, van de wet; en
de initiatiefnemer op grond van artikel 13.3e, eerste lid, van de wet een redelijke gebruiksvergoeding is verschuldigd.
Artikel 10.1 van de wet is van overeenkomstige toepassing op deze afdeling.
Een initiatiefnemer is de redelijke gebruiksvergoeding, bedoeld in artikel 13.3e, eerste lid, van de wet, jaarlijks aan de eigenaar van de onroerende zaak verschuldigd. De redelijke gebruiksvergoeding wordt bepaald volgens de formule:
gebruiksvergoeding = grondoppervlakte · grondwaarde · rendementsfactor
waarbij wordt verstaan onder:
grondoppervlakte: oppervlakte in vierkante meter van het deel van de onroerende zaak waarop de gedoogplicht rust;
grondwaarde: marktwaarde per vierkante meter van de grondoppervlakte, uitgaande van de prijs die tot stand zou zijn gekomen bij een veronderstelde vrije koop in het economische verkeer tussen een redelijk handelende verkoper en een redelijk handelende koper, uitgaande van het in een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit toegelaten gebruik van de onroerende zaak;
rendementsfactor: forfaitair rendement van 2%.
Bij het bepalen van de grondwaarde wordt uitgegaan van de waarde op de dag voorafgaand aan die waarop de gedoogplicht wordt opgelegd.
De grondwaarde wordt vanaf de dag waarop de verplichting tot gedogen ingaat elke vijf jaar geïndexeerd overeenkomstig het percentage waarmee de consumentenprijsindex, zoals gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek, over de derde maand voorafgaand aan die waarin indexatie plaatsvindt, afwijkt van:
de consumentenprijsindex geldend op de dag waarop de verplichting tot gedogen is ingegaan; of
als indexatie tien jaar of meer na het ingaan van de verplichting tot gedogen plaatsvindt: de consumentenprijsindex waarop de voorgaande indexatie is gebaseerd.
Als voor de grondoppervlakte op grond van artikel 13.3e van de wet ook een redelijke gebruiksvergoeding aan een andere rechthebbende dan de eigenaar van de onroerende zaak is verschuldigd, komt die gebruiksvergoeding in mindering op de gebruiksvergoeding, bedoeld in het eerste lid.
De redelijke gebruiksvergoeding voor de andere rechthebbende wordt bepaald naar rato van:
de aard van het recht dat die rechthebbende op de onroerende zaak heeft; en
het aantal vierkante meter van de onroerende zaak waarop die rechthebbende een recht heeft en waarop de gedoogplicht rust.