Omgevingsregeling Actueel

Inhoud

§ 7.2.4.3

Grondverzet

Artikel 7.162

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder c, van de wet die bestaat uit het ontgronden in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. een beschrijving van:

    1. de wijze waarop de activiteit wordt verricht;

    2. de oppervlakte die ten hoogste wordt ontgrond;

    3. de diepte in meters die ten hoogste wordt bereikt ten opzichte van Normaal Amsterdams Peil;

    4. de bestaande maaiveldhoogte;

    5. de dwarsprofielen van de activiteit; en

    6. de opleveringshoogten;

  2. de coördinaten van de locatie waarop de ontgrondingsactiviteit wordt verricht;

  3. een beschrijving van de locatie waarop de activiteit wordt verricht en een vermelding van het huidige gebruik;

  4. de reden van de activiteit en het toekomstig gebruik van de te ontgronden locatie;

  5. de hoeveelheid in kubieke meters en de soort stoffen die naar verwachting:

    1. worden ontgraven;

    2. worden toegepast op een andere locatie dan de locatie waarop de activiteit wordt verricht;

    3. worden toegepast op de locatie waarop de activiteit wordt verricht en afkomstig zijn van een andere locatie; en

    4. de herkomst van de stoffen die worden toegepast op de locatie waarop de activiteit wordt verricht en afkomstig zijn van een andere locatie;

  6. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan;

  7. een beschrijving van de wijze waarop is verzekerd dat de locatie, zowel tijdens het verrichten van de activiteit als daarna, veilig en stabiel is;

  8. een beschrijving en tekening van de inrichting en het beheer van de locatie na beëindiging van de activiteit;

  9. een tekening met daarop aangegeven de begrenzing van de te ontgronden en in te richten locatie;

  10. naam, type en registratiegegevens van het te gebruiken vaartuig of drijvend werktuig;

  11. een beschrijving van de gevolgen van de activiteit voor het oppervlaktewaterlichaam en de omgeving;

  12. een rapportage met een weergave van een verricht hydrologisch en geohydrologisch onderzoek naar de gevolgen van de activiteit; en

  13. als het gaat om een activiteit in een rivier: een rivierkundig onderzoek.

Artikel 7.163

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen of in stand houden van een terreinophoging in een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.29 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, verstrekt.

Artikel 7.164

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het ontgraven, verplaatsen of toepassen van grond of baggerspecie in een beperkingengebied met betrekking tot een waterkering in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.30 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, verstrekt.

← terug naar Omgevingsregeling