Deze paragraaf is van toepassing op de monitoring, bedoeld in artikel 11.43 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, voor de omgevingswaarde voor zwemlocaties, bedoeld in artikel 2.19 van dat besluit.
Omgevingsregeling Actueel
Inhoud
§ 12.2.2.1
Artikel 12.60
De monitoringspunten liggen op locaties waar:
de meeste zwemmers worden verwacht; of
volgens het zwemwaterprofiel, bedoeld in artikel 3.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, het grootste risico van verontreiniging wordt verwacht.
Artikel 12.61
-
De monitoring wordt eenmaal kort voor het begin van het badseizoen uitgevoerd en vindt vervolgens gedurende het badseizoen ten minste eenmaal per maand plaats.
-
De frequentie van de monitoring is zo hoog als nodig is om het aantal monsters, bedoeld in artikel 12.67, te verzamelen.
Artikel 12.62
-
Voor het begin van elk badseizoen stelt de beheerder van het oppervlaktewaterlichaam een tijdschema voor monitoring vast.
-
De monitoring wordt telkens binnen vier dagen na de in het tijdschema aangegeven datum uitgevoerd.
-
De uitvoering van het tijdschema voor monitoring kan worden onderbroken wanneer de zwemwaterkwaliteit wordt beïnvloed door een situatie die zich naar verwachting gemiddeld niet meer dan eens in de vier jaar zal voordoen. De uitvoering van het tijdschema wordt hervat na afloop van de situatie.
-
Ter compensatie van de periode waarin geen monsters zijn genomen, worden zo spoedig mogelijk nieuwe monsters genomen.
Artikel 12.63
Op het meten van de percentielwaarden bacteriën op zwemlocaties is van toepassing:
voor intestinale enterokokken: NEN-EN-ISO 7899-1 of NEN-EN-ISO 7899-2;
voor escherichia coli: NEN-EN-ISO 9308-3.
Artikel 12.64
Het steriliseren van monsterflessen, het nemen van monsters en het bewaren en vervoeren van monsters voor analyse vindt plaats in overeenstemming met bijlage V bij de zwemwaterrichtlijn.
Artikel 12.65
In afwijking van de artikelen 12.63 en 12.64 kan een andere methode of een andere werkwijze worden toegepast, als het resultaat daarvan gelijkwaardig is aan het resultaat van de in de bijlagen I en V bij de zwemwaterrichtlijn voorgeschreven methoden en werkwijzen.
Artikel 12.66
-
Na afloop van elk badseizoen wordt in overeenstemming met bijlage II bij de zwemwaterrichtlijn een zwemwaterkwaliteitsbeoordeling uitgevoerd.
-
De zwemwaterkwaliteitsbeoordeling wordt gebaseerd op de gegevens die bij de monitoring van de omgevingswaarde voor zwemlocaties zijn verzameld gedurende een periode bestaande uit:
het zojuist ten einde gelopen badseizoen en de drie voorgaande badseizoenen; of
alleen de drie voorgaande badseizoenen, als:
- 1°
de zwemlocatie minder dan vier badseizoenen geleden is aangewezen; of
- 2°
wijzigingen zijn opgetreden die de indeling van de zwemlocatie op grond van artikel 12.70zullen of redelijkerwijs zullen beïnvloeden.
- 1°
-
De periode, bedoeld in het tweede lid, kan eenmaal in de vijf jaar worden gewijzigd in een periode bestaande uit de drie of vier voorgaande badseizoenen.
-
Als er wijzigingen zijn opgetreden die de indeling van de zwemlocatie zullen of redelijkerwijs zullen beïnvloeden, dan wordt de zwemwaterkwaliteitsbeoordeling gebaseerd op gegevens die zijn verzameld nadat de wijzigingen zijn opgetreden.
Artikel 12.67
De zwemwaterkwaliteitsbeoordeling vindt plaats aan de hand van:
ten minste 16 monsters; of
ten minste 12 monsters, als sprake is van een omstandigheid als bedoeld in bijlage IV, punt 2, bij de zwemwaterrichtlijn.
Artikel 12.68
Bij de zwemwaterkwaliteitsbeoordeling, bedoeld in artikel 12.66, kunnen tijdens een kortstondige zwemwaterverontreiniging genomen monsters buiten beschouwing worden gelaten. Deze monsters worden vervangen door in overeenstemming met bijlage IV, punt 4, bij de zwemwaterrichtlijn genomen monsters.
Artikel 12.69
-
De beheerder van het oppervlaktewaterlichaam kan voor de zwemwaterkwaliteitsbeoordeling, bedoeld in artikel 12.66, de zwemlocaties onderverdelen of groeperen.
-
Zwemlocaties kunnen alleen worden gegroepeerd als zij:
aangrenzend zijn;
tijdens de vier voorgaande jaren op dezelfde wijze zijn beoordeeld op grond van artikel 12.66; en
een zwemwaterprofiel als bedoeld in artikel 3.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving vertonen met gemeenschappelijke risicofactoren of zonder risicofactoren.
Artikel 12.70
-
Om te bepalen of wordt voldaan aan de omgevingswaarde voor zwemlocaties, deelt de beheerder van het oppervlaktewaterlichaam na afloop van het badseizoen de zwemlocatie in een van de volgende klassen in:
slecht;
aanvaardbaar;
goed;
uitstekend.
-
Indeling vindt plaats in overeenstemming met de uitkomst van de zwemwaterkwaliteitsbeoordeling en de eisen gesteld in bijlage II bij de zwemwaterrichtlijn.