Omgevingsregeling Actueel

Inhoud

§ 12.2.1.3

Monitoring door berekening

Artikel 12.49

Deze paragraaf is van toepassing op het berekenen van de concentratie van stikstofdioxide en PM10 door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bedoeld in de artikelen 11.19 en 11.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 12.50

Op het berekenen van de concentratie van stikstofdioxide en PM10 bij wegen is van toepassing:

  1. standaardrekenmethode luchtkwaliteit 1 als:

    1. de weg in een stedelijke omgeving ligt waarbij:

      1. i

        er aan beide zijden van de weg min of meer aaneengesloten bebouwing is op een afstand van ten hoogste 60 m van de wegas, waarbij de afstand tussen wegas en gevel kleiner is dan 3 maal de hoogte van de bebouwing maar groter is dan 1,5 maal de hoogte van de bebouwing;

      2. ii

        er aan beide zijden van de weg min of meer aaneengesloten bebouwing is op een afstand van ten hoogste 60 m van de weg, waarbij de afstand tussen wegas en gevel kleiner is dan 1,5 maal de hoogte van de bebouwing;

      3. iii

        er aan één zijde min of meer aaneengesloten bebouwing is op een afstand van ten hoogste 60 m van de wegas, waarbij de afstand tussen wegas en gevel kleiner is dan 3 maal de hoogte van de bebouwing; of

      4. iv

        er min of meer aaneengesloten bebouwing is op een afstand van ten hoogste 60 m van de wegas, anders dan bedoeld onder i tot en met iii;

    2. er niet of nauwelijks een hoogteverschil is tussen de weg en de directe omgeving; en

    3. er langs de weg geen afschermende constructies zijn;

  2. standaardrekenmethode luchtkwaliteit 2 als:

    1. er in de directe omgeving geen bebouwing is; of

    2. er in de directe omgeving bebouwing is, op een afstand van ten minste 3 maal de hoogte van de bebouwing; of

  3. een softwaremodel als bedoeld in bijlage XIXa, waarbij is aangegeven dat het kan worden toegepast voor:

    1. wegen die vallen binnen het toepassingsbereik van standaardrekenmethode luchtkwaliteit 1 of standaardrekenmethode luchtkwaliteit 2; of

    2. wegen die vallen buiten het toepassingsbereik van standaardrekenmethode luchtkwaliteit 1 en standaardrekenmethode luchtkwaliteit 2.

Artikel 12.51

Een monitoringspunt voor het berekenen van de concentratie van stikstofdioxide en PM10 bij wegen ligt:

  1. op een locatie die representatief is voor de kwaliteit van de buitenlucht van een straatsegment met een lengte van ten minste 100 m;

  2. ten minste 25 m van de rand van grote kruispunten, waarbij de verkeersstroom onderbroken wordt en de uitstoot verschilt ten opzichte van het overige gedeelte van de weg;

  3. ten hoogste 10 m van de wegrand; en

  4. op een locatie waar de hoogste concentratie voorkomt waaraan de bevolking wel of niet rechtstreeks kan worden blootgesteld voor een periode die in vergelijking met de middelingstijd van de omgevingswaarde significant is.

Artikel 12.52

  1. Voor het berekenen van de concentratie van stikstofdioxide en PM10 bij wegen wordt gebruik gemaakt van:

    1. grootschalige concentratiegegevens, grootschalige dubbeltellingcorrectiegegevens, meteorologische gegevens en gegevens over de terreinruwheid als bedoeld in bijlage XX;

    2. de emissiefactoren van voertuigen, bedoeld in bijlage XXI; en

    3. gegevens die standaardrekenmethode luchtkwaliteit 1 of standaardrekenmethode luchtkwaliteit 2 vereist over:

      1. de kenmerken van de weg;

      2. het aantal en type motorvoertuigen dat gebruik maakt van de weg;

      3. de gemiddelde snelheid en wisselingen in de snelheid van het verkeer over de weg; en

      4. de directe omgeving van de weg.

  2. Op het geschikt maken voor het gebruik van de gegevens voor standaardrekenmethode luchtkwaliteit 2 is PreSRM van toepassing.

Artikel 12.53

Op het berekenen van de concentratie van stikstofdioxide en PM10 bij het exploiteren van een ippc-installatie voor het houden van pluimvee of varkens, bedoeld in artikel 3.200, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, of bij het houden van landbouwhuisdieren, bedoeld in artikel 3.200, eerste lid, onder b, van dat besluit, is van toepassing:

  1. standaardrekenmethode luchtkwaliteit 3, in een geval dat valt binnen het toepassingsbereik van die rekenmethode; of

  2. een softwaremodel als bedoeld in bijlage XIXa, waarbij is aangegeven dat het kan worden toegepast voor:

    1. milieubelastende activiteiten die vallen binnen het toepassingsbereik van standaardrekenmethode luchtkwaliteit 3; of

    2. milieubelastende activiteiten die vallen buiten het toepassingsbereik van standaardrekenmethode luchtkwaliteit 3.

Artikel 12.54

  1. Een monitoringspunt voor het berekenen van de concentratie van stikstofdioxide en PM10 bij het exploiteren van een ippc-installatie voor het houden van pluimvee of varkens, bedoeld in artikel 3.200, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, of bij het houden van landbouwhuisdieren, bedoeld in artikel 3.200, eerste lid, onder b, van dat besluit, ligt:

    1. buiten de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht;

    2. op een locatie waar de hoogste concentratie voorkomt waaraan de bevolking wel of niet rechtstreeks kan worden blootgesteld voor een periode die in vergelijking met de middelingstijd van de omgevingswaarde significant is of op een andere locatie die representatief is voor de blootstelling van de bevolking als geheel; en

    3. op een locatie waar het meten van zeer kleine micromilieus in de directe omgeving wordt voorkomen, waaraan in ieder geval wordt voldaan als een monitoringspunt representatief is voor de kwaliteit van de buitenlucht:

      1. van een locatie van ten minste 250 m bij 250 m die sterk door industriële bronnen wordt beïnvloed; en

      2. van een locatie van enkele vierkante kilometers in stedelijk gebied.

  2. Ten minste één monitoringspunt ligt benedenwinds van de activiteit in het meest dichtbij gelegen woongebied.

Artikel 12.55

  1. Voor het berekenen van de concentratie van stikstofdioxide en PM10 wordt gebruik gemaakt van:

    1. grootschalige concentratiegegevens, grootschalige dubbeltellingcorrectiegegevens, meteorologische gegevens en gegevens over de terreinruwheid, bedoeld in bijlage XX;

    2. gegevens die standaardrekenmethode luchtkwaliteit 3 vereist over:

      1. de fysieke kenmerken van de bron;

      2. de kenmerken van de emissie; en

      3. de kenmerken van de directe omgeving van de milieubelastende activiteit.

  2. Op het geschikt maken voor het gebruik van de gegevens is PreSRM van toepassing.

Artikel 12.56

  1. Als de berekende 24-uurgemiddelde concentratie PM10 meer dan 35 maal per kalenderjaar de omgevingswaarde voor PM10, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, overschrijdt, wordt het aantal overschrijdingen verminderd met het aantal overschrijdingen, bedoeld in bijlage XXIII, onder A, in de daarbij aangegeven provincie.

  2. Als de berekende kalenderjaargemiddelde concentratie PM10 hoger is dan de omgevingswaarde voor PM10, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, wordt de berekende concentratie verminderd met het aantal microgram per kubieke meter, bedoeld in bijlage XXIII, onder B, in de daarbij aangegeven gemeente.

Artikel 12.57

De berekende concentratie of het berekende aantal overschrijdingen wordt afgerond op hele getallen, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het meest dichtbij gelegen even getal.

Artikel 12.58

  1. De resultaten van het vaststellen van de concentratie van stikstofdioxide en PM10 worden vastgelegd in het verslag, bedoeld in artikel 10.29, derde lid, van het Omgevingsbesluit.

  2. Het verslag bevat:

    1. een vermelding van alle gegevens die zijn gebruikt, een toelichting en onderbouwing over de totstandkoming en de kwaliteit van die gegevens en van de wijze van invoer daarvan;

    2. een vermelding van de waarden van de concentraties op de monitoringspunten;

    3. een verantwoording van de toegepaste rekenmethode voor het berekenen van de concentratie bij wegen en een motivering dat die situatie valt binnen het toepassingsbereik van die rekenmethode, bedoeld in artikel 12.50;

    4. een verantwoording van de toegepaste rekenmethode voor het berekenen van de concentratie bij het exploiteren van een ippc-installatie voor het houden van pluimvee of varkens, bedoeld in artikel 3.200, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, of bij het houden van landbouwhuisdieren, bedoeld in artikel 3.200, eerste lid, onder b, van dat besluit, en een motivering dat die situatie valt binnen het toepassingsbereik van die rekenmethode, bedoeld in artikel 12.53.

  3. Als gebruik is gemaakt van een monitoringspunt op meer dan 10 m van de wegrand of meer dan 25 m van de rand van grote kruispunten als bedoeld in artikel 12.51, bevat het verslag een motivering daarvan en een toelichting op de gebruikte afstand.

← terug naar Omgevingsregeling