Omgevingsregeling

Inhoud

Artikel 5.14

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 27-06-2026.
  1. De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening kan registreren:

    1. gegevens over voor welke gebouwen de energieprestatie is geregistreerd, waaronder adresgegevens, identificerend objectnummer van het pand of verblijfsobject als bedoeld in artikel 19 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen en de opleverstatus van het gebouw;

    2. kenmerken van de registratie van de energieprestatie bedoeld in artikel 5.11, eerste en tweede lid, en artikel 5.12, eerste en tweede lid, waaronder de aanduiding van het soort opname van de energieprestatie, de opnamedatum van de energieprestatie en gegevens over de energieadviseur, de NL-EPBD-certificaathouder en de geattesteerde software;

    3. de registratiedatum van de energieprestatie bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en het unieke registratienummer van het energielabel; en

    4. de gegevens, bedoeld in artikel 5.13, op basis waarvan het energielabel is vastgesteld.

  2. De minister beheert de registratie.

  3. De registratie heeft tot doel het toezicht op de naleving en handhaving van de voorschriften op het gebied van energielabels te kunnen waarborgen en de verstrekking van de gegevens aan de instellingen en organisaties, bedoeld in het vijfde lid, mogelijk te maken voor zover de gegevens noodzakelijk zijn in verband met hun werkzaamheden als bedoeld in het vijfde lid.

  4. De minister is verwerkingsverantwoordelijke voor de registratie.

  5. De minister kan het energielabel en de gegevens, bedoeld in het eerste lid, verstrekken aan:

    1. certificatie-instellingen, voor zover het energielabel en die gegevens noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van hun taak zoals omschreven in BRL 9500-W en BRL 9500-U;

    2. het centraal bureau voor de statistiek, voor zover het energielabel en die gegevens noodzakelijk zijn voor het van overheidswege uitvoeren van statistisch onderzoek ten behoeve van praktijk, beleid en wetenschap; en

    3. andere onderzoeksinstellingen en -organisaties, voor zover het energielabel en die gegevens gebruikt worden voor wetenschappelijke, statistische of historische doeleinden en de persoonlijke levenssfeer niet onevenredig geschaad wordt.

  6. De minister verstrekt het energielabel, de gegevens, bedoeld in het eerste lid, en de uitvoerfile van het rekenprogramma, bedoeld in paragraaf 4.3.6 van BRL 9500-W en paragraaf 4.2.6 van BRL 9500-U, aan de eigenaar van het gebouw of gedeelte daarvan waarvoor het energielabel is afgegeven.

  7. De minister verstrekt het energielabel en de gegevens, bedoeld in het eerste lid, aan:

    1. de persoon die in de basisregistratie personen op het woonadres van het gebouw of gedeelte daarvan waarvoor het energielabel is afgegeven, staat ingeschreven; en

    2. de energieadviseur, bedoeld in de artikelen 5.11, eerste lid, en 5.12, eerste lid, voor het gebouw of gedeelte daarvan waarvan hij de energieprestatie heeft geregistreerd.

  8. De gegevens in de registratie worden ten hoogste vijftien jaar bewaard, gerekend vanaf de opnamedatum van de energieprestatie voor een energielabel.

01-07-2026 Huidig 27-06-2026 Historisch 29-05-2026 Historisch 28-05-2026 Historisch 01-04-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 07-10-2025 Historisch 01-10-2025 Historisch 02-08-2025 Historisch 12-07-2025 Historisch 08-07-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 18-06-2025 Historisch 09-06-2025 Historisch 01-04-2025 Historisch 08-03-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 15-06-2024 Historisch 25-05-2024 Historisch 01-04-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 29-05-2026.

Tekst van deze versie

  1. De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening kan registreren:

    1. gegevens over voor welke gebouwen de energieprestatie is geregistreerd, waaronder adresgegevens, identificerend objectnummer van het pand of verblijfsobject als bedoeld in artikel 19 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen en de opleverstatus van het gebouw;

    2. kenmerken van de registratie van de energieprestatie bedoeld in artikel 5.11, eerste en tweede lid, en artikel 5.12, eerste en tweede lid, waaronder de aanduiding van het soort opname van de energieprestatie, de opnamedatum van de energieprestatie en gegevens over de energieadviseur, de NL-EPBD-certificaathouder en de geattesteerde software;

    3. de registratiedatum van de energieprestatie bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en het unieke registratienummer van het energielabel; en

    4. de gegevens, bedoeld in artikel 5.13, op basis waarvan het energielabel is vastgesteld.

  2. De minister beheert de registratie.

  3. De registratie heeft tot doel het toezicht op de naleving en handhaving van de voorschriften op het gebied van energielabels te kunnen waarborgen en de verstrekking van de gegevens aan de instellingen en organisaties, bedoeld in het vijfde lid, mogelijk te maken voor zover de gegevens noodzakelijk zijn in verband met hun werkzaamheden als bedoeld in het vijfde lid.

  4. De minister is verwerkingsverantwoordelijke voor de registratie.

  5. De minister kan het energielabel en de gegevens, bedoeld in het eerste lid, verstrekken aan:

    1. certificatie-instellingen, voor zover het energielabel en die gegevens noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van hun taak zoals omschreven in BRL 9500-W en BRL 9500-U;

    2. het centraal bureau voor de statistiek, voor zover het energielabel en die gegevens noodzakelijk zijn voor het van overheidswege uitvoeren van statistisch onderzoek ten behoeve van praktijk, beleid en wetenschap; en

    3. andere onderzoeksinstellingen en -organisaties, voor zover het energielabel en die gegevens gebruikt worden voor wetenschappelijke, statistische of historische doeleinden en de persoonlijke levenssfeer niet onevenredig geschaad wordt.

  6. De minister verstrekt het energielabel, de gegevens, bedoeld in het eerste lid, en de uitvoerfile van het rekenprogramma, bedoeld in paragraaf 4.3.6 van BRL 9500-W en paragraaf 4.2.6 van BRL 9500-U, aan de eigenaar van het gebouw of gedeelte daarvan waarvoor het energielabel is afgegeven.

  7. De minister verstrekt het energielabel en de gegevens, bedoeld in het eerste lid, aan:

    1. de persoon die in de basisregistratie personen op het woonadres van het gebouw of gedeelte daarvan waarvoor het energielabel is afgegeven, staat ingeschreven; en

    2. de energieadviseur, bedoeld in de artikelen 5.11, eerste lid, en 5.12, eerste lid, voor het gebouw of gedeelte daarvan waarvan hij de energieprestatie heeft geregistreerd.

  8. De gegevens in de registratie worden ten hoogste vijftien jaar bewaard, gerekend vanaf de opnamedatum van de energieprestatie voor een energielabel.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Omgevingsregeling