Omgevingsregeling

Inhoud

Artikel 9.24

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.
  1. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige de inspectie, de keuring en het onderzoek naar de technische staat van de bodembeschermende maatregelen, bedoeld in artikel 8.59, eerste lid, onder a, onder 1° tot en met 4°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, elke twee jaar uitvoert in overeenstemming met:

    1. hoofdstuk 15 van de Richtlijn voor dichte eindafwerking op afval- en reststofbergingen voor de bovenafdichting;

    2. de Richtlijn drainagesystemen en controlesystemen grondwater voor stort- en opslagplaatsen, met uitzondering van de paragrafen 3.11 en 4.3.2, voor:

      1. het opvang- en afvoersysteem van percolaat;

      2. de controle van de drainagevoorzieningen; en

      3. de bemonsteringsdrainagebuizen;

    3. de Ontwerpprocedure grondwatermonitoring stortplaatsen voor de bemonsteringspeilbuizen, met uitzondering van bijlage V; en

    4. de Richtlijn geohydrologische isolatie van bestaande stortplaatsen, voor zover geohydrologische isolatie is vereist.

  2. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige bij de analyse van het percolaat, bedoeld in artikel 8.59, eerste lid, onder a, onder 4°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, de voorgeschreven stoffen analyseert in verband met:

    1. eventuele aantasting van de afdichting;

    2. de processen in de stortplaats; en

    3. de afvoer van het percolaat.

  3. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verboden die inhouden dat de door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige in het kader van het onderzoek, bedoeld in artikel 8.59, eerste lid, onder a, onder 3°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, een inschatting maakt van de resterende levensduur van de maatregelen.

01-07-2026 Huidig 27-06-2026 Historisch 29-05-2026 Historisch 28-05-2026 Historisch 01-04-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 07-10-2025 Historisch 01-10-2025 Historisch 02-08-2025 Historisch 12-07-2025 Historisch 08-07-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 18-06-2025 Historisch 09-06-2025 Historisch 01-04-2025 Historisch 08-03-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 15-06-2024 Historisch 25-05-2024 Historisch 01-04-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2024.

Tekst van deze versie

  1. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige de inspectie, de keuring en het onderzoek naar de technische staat van de bodembeschermende maatregelen, bedoeld in artikel 8.59, eerste lid, onder a, onder 1° tot en met 4°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, elke twee jaar uitvoert in overeenstemming met:

    1. hoofdstuk 15 van de Richtlijn voor dichte eindafwerking op afval- en reststofbergingen voor de bovenafdichting;

    2. de Richtlijn drainagesystemen en controlesystemen grondwater voor stort- en opslagplaatsen, met uitzondering van de paragrafen 3.11 en 4.3.2, voor:

      1. het opvang- en afvoersysteem van percolaat;

      2. de controle van de drainagevoorzieningen; en

      3. de bemonsteringsdrainagebuizen;

    3. de Ontwerpprocedure grondwatermonitoring stortplaatsen voor de bemonsteringspeilbuizen, met uitzondering van bijlage V; en

    4. de Richtlijn geohydrologische isolatie van bestaande stortplaatsen, voor zover geohydrologische isolatie is vereist.

  2. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige bij de analyse van het percolaat, bedoeld in artikel 8.59, eerste lid, onder a, onder 4°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, de voorgeschreven stoffen analyseert in verband met:

    1. eventuele aantasting van de afdichting;

    2. de processen in de stortplaats; en

    3. de afvoer van het percolaat.

  3. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verboden die inhouden dat de door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige in het kader van het onderzoek, bedoeld in artikel 8.59, eerste lid, onder a, onder 3°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, een inschatting maakt van de resterende levensduur van de maatregelen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Omgevingsregeling