-
Het monitoringsprogramma bevat de methode van:
vaststelling van de toestandsklasse waarin een waterlichaam zich bevindt, per stof en kwaliteitselement; en
indeling van een krw-oppervlaktewaterlichaam of een grondwaterlichaam in een toestandsklasse, waarbij de indeling in een toestandsklasse overeenkomt met:
- 1°
bij een krw-oppervlaktewaterlichaam: de laagste toestandsklasse waarin de chemische toestand, de ecologische toestand of het ecologische potentieel verkeert; en
- 2°
bij een grondwaterlichaam: de laagste toestandsklasse waarin de kwantitatieve toestand of de chemische toestand verkeert.
- 1°
-
Het monitoringsprogramma voorziet bij de vaststelling en indeling, bedoeld in het eerste lid, in de volgende toestandsklassen:
voor een krw-oppervlaktewaterlichaam:
- 1°
voor de chemische toestand: een goede chemische toestand en geen goede chemische toestand;
- 2°
voor de ecologische toestand: een zeer goede ecologische toestand, een goede ecologische toestand, een matige ecologische toestand, een ontoereikende ecologische toestand en een slechte ecologische toestand; en
- 3°
voor het ecologische potentieel: een goed ecologisch potentieel, een matig ecologisch potentieel, een ontoereikend ecologisch potentieel en een slecht ecologisch potentieel; en
- 1°
voor een grondwaterlichaam:
- 1°
voor de kwantitatieve toestand: een goede kwantitatieve toestand en een ontoereikende kwantitatieve toestand; en
- 2°
voor de chemische toestand: een goede chemische toestand en een ontoereikende chemische toestand.
- 1°
Inhoud
Artikel 11.30
Tekst van deze versie
-
Het monitoringsprogramma bevat de methode van:
vaststelling van de toestandsklasse waarin een waterlichaam zich bevindt, per stof en kwaliteitselement; en
indeling van een krw-oppervlaktewaterlichaam of een grondwaterlichaam in een toestandsklasse, waarbij de indeling in een toestandsklasse overeenkomt met:
- 1°
bij een krw-oppervlaktewaterlichaam: de laagste toestandsklasse waarin de chemische toestand, de ecologische toestand of het ecologische potentieel verkeert; en
- 2°
bij een grondwaterlichaam: de laagste toestandsklasse waarin de kwantitatieve toestand of de chemische toestand verkeert.
- 1°
-
Het monitoringsprogramma voorziet bij de vaststelling en indeling, bedoeld in het eerste lid, in de volgende toestandsklassen:
voor een krw-oppervlaktewaterlichaam:
- 1°
voor de chemische toestand: een goede chemische toestand en geen goede chemische toestand;
- 2°
voor de ecologische toestand: een zeer goede ecologische toestand, een goede ecologische toestand, een matige ecologische toestand, een ontoereikende ecologische toestand en een slechte ecologische toestand; en
- 3°
voor het ecologische potentieel: een goed ecologisch potentieel, een matig ecologisch potentieel, een ontoereikend ecologisch potentieel en een slecht ecologisch potentieel; en
- 1°
voor een grondwaterlichaam:
- 1°
voor de kwantitatieve toestand: een goede kwantitatieve toestand en een ontoereikende kwantitatieve toestand; en
- 2°
voor de chemische toestand: een goede chemische toestand en een ontoereikende chemische toestand.
- 1°
Nog geen automatische verwijzingen.