Besluit kwaliteit leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 5.1.4.2a.3

Geluid door wegen en lokale spoorwegen zonder geluidproductieplafonds als omgevingswaarden

Artikel 5.78i

  1. Deze subparagraaf is van toepassing op het geluid door:

    1. verharde gemeentewegen en waterschapswegen, niet zijnde een erf in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met een verkeersintensiteit van meer dan 2.500 motorvoertuigen per etmaal als kalenderjaargemiddelde; en

    2. lokale spoorwegen die niet bij omgevingsverordening zijn aangewezen.

  2. Deze subparagraaf is niet van toepassing op het geluid op een niet-geluidgevoelige gevel.

Artikel 5.78j

  1. Voor de toepassing van deze subparagraaf wordt onder een wijziging van een gemeenteweg of waterschapsweg verstaan:

    1. het verplaatsen van een of meer rijstroken met meer dan 2 m;

    2. het verhogen of verlagen van de rijstroken met meer dan 1 m;

    3. een toename van het aantal rijstroken, niet zijnde voorsorteerstroken en in- en uitvoegstroken;

    4. het vervangen van een wegdek door een minder stil wegdek; of

    5. het verwijderen van geluidbeperkende maatregelen bestaande uit werken of bouwwerken langs de weg.

  2. Voor de toepassing van deze subparagraaf wordt onder een wijziging van een lokale spoorweg verstaan:

    1. het verplaatsen van een of meer sporen met meer dan 2 m;

    2. het verhogen of verlagen van een of meer sporen met meer dan 1 m;

    3. een toename van het aantal sporen;

    4. het vervangen van een spoorconstructie door een minder stille spoorconstructie; of

    5. het verwijderen van geluidbeperkende maatregelen bestaande uit werken of bouwwerken langs de spoorweg.

Artikel 5.78k

  1. Voor de toepassing van deze subparagraaf wordt onder een wijziging van het gebruik van een lokale spoorweg verstaan een wijziging die leidt tot een toename van de geluidemissie met meer dan 1,5 dB door:

    1. het verhogen van de maximumrijsnelheid;

    2. het vervangen van spoormaterieel door minder stil spoormaterieel; of

    3. het verhogen van de treinintensiteit.

  2. De toename van de geluidemissie wordt bepaald door de situatie in een voor die spoorweg maatgevend jaar na de wijziging te vergelijken met de situatie in datzelfde jaar zonder die wijziging.

Artikel 5.78l

  1. In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met het geluid door wegen en spoorwegen op geluidgevoelige gebouwen.

  2. Een omgevingsplan voorziet erin dat het geluid door de gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg op geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied aanvaardbaar is.

  3. Bij de toepassing van het eerste lid wordt in ieder geval voldaan aan artikel 5.78p.

  4. Aan het tweede lid wordt voldaan door toepassing te geven aan artikel 5.78m.

  5. In afwijking van het vierde lid kan aan het tweede lid worden voldaan door toepassing te geven aan artikel 5.78n of 5.78o.

Artikel 5.78m

  1. Een omgevingsplan dat de aanleg van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg toelaat, voorziet erin dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 3.34.

  2. Een omgevingsplan dat een wijziging van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg of een wijziging van het gebruik van een lokale spoorweg toelaat, voorziet erin dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de hoogste van de volgende twee waarden:

    1. de standaardwaarde, bedoeld in tabel 3.34; en

    2. het geluid op die geluidgevoelige gebouwen op het tijdstip van de wijziging van het omgevingsplan.

  3. Als een aan te leggen of te wijzigen lokale spoorweg grotendeels is verweven of gebundeld met een gemeenteweg, of een aan te leggen of te wijzigen gemeenteweg grotendeels is verweven of gebundeld met een lokale spoorweg, kan voor het geluid van de gemeenteweg en lokale spoorweg gezamenlijk de standaardwaarde voor gemeentewegen, bedoeld in tabel 3.34, worden gehanteerd.

Artikel 5.78n

  1. Een omgevingsplan dat de aanleg of een wijziging van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg toelaat of dat regels bevat over een wijziging van het gebruik van een lokale spoorweg, kan erin voorzien dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen hoger wordt dan de hoogste van de twee waarden, bedoeld in artikel 5.78m, tweede lid, als:

    1. geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de hoogste van de twee waarden te voldoen;

    2. de overschrijding van de hoogste van de twee waarden door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt; en

    3. het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in tabel 3.35.

  2. Geluidbeperkende maatregelen als bedoeld in het eerste lid worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan.

  3. Als een aan te leggen of te wijzigen lokale spoorweg grotendeels is verweven of gebundeld met een gemeenteweg, of een aan te leggen of te wijzigen gemeenteweg grotendeels is verweven of gebundeld met een lokale spoorweg, kan voor het geluid van de gemeenteweg en lokale spoorweg gezamenlijk de grenswaarde voor gemeentewegen, bedoeld in tabel 3.35, worden gehanteerd.

Artikel 5.78o

Bij de toepassing van artikel 5.78n kan een omgevingsplan meer geluid dan de grenswaarden, bedoeld in tabel 3.35, toelaten als zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen.

Artikel 5.78p

Bij de toepassing van de artikelen 5.78n en 5.78o wordt de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelige gebouw beoordeeld.

Artikel 5.78q

Bij de toepassing van de artikelen 5.78n en 5.78o wordt in het omgevingsplan het gezamenlijke geluid op het geluidgevoelige gebouw bepaald.

← terug naar Besluit kwaliteit leefomgeving