Besluit kwaliteit leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 11.2.5

Geluid

Artikel 11.45

  1. Monitoring voor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden vindt plaats door het geluid op geluidreferentiepunten te berekenen volgens bij ministeriële regeling gestelde regels.

  2. Voor de beoordeling of aan de voor een weg of spoorweg geldende geluidproductieplafonds als omgevingswaarden wordt voldaan, wordt een geluidbeperkende maatregel bestaande uit een werk of bouwwerk alleen betrokken als deze onderdeel is van de geluidbrongegevens behorende bij het geluidproductieplafond en aanwezig is.

  3. Voor de beoordeling of aan de voor een industrieterrein geldende geluidproductieplafonds als omgevingswaarden wordt voldaan, wordt een werk of bouwwerk alleen betrokken als dat aanwezig is.

  4. De volgende bestuursorganen of instanties zijn belast met de uitvoering van de monitoring:

    1. het college van burgemeester en wethouders voor industrieterreinen;

    2. gedeputeerde staten voor bij omgevingsverordening aangewezen wegen, lokale spoorwegen en industrieterreinen;

    3. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat voor bij ministeriële regeling aangewezen wegen; en

    4. de beheerder, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Spoorwegwet, voor bij ministeriële regeling aangewezen hoofdspoorwegen.

Artikel 11.46

  1. Het college van burgemeester en wethouders verzamelt gegevens voor de basisgeluidemissie van:

    1. gemeentewegen; en

    2. lokale spoorwegen voor zover deze niet bij omgevingsverordening zijn aangewezen.

  2. Het dagelijks bestuur van het waterschap verzamelt gegevens voor de basisgeluidemissie van waterschapswegen.

  3. De gegevens worden uiterlijk op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip verzameld voor de basisgeluidemissie over een kalenderjaar, maar uiterlijk het jaar 2026.

  4. De gegevens omvatten in ieder geval:

    1. de geluidbrongegevens; en

    2. het geluidaandachtsgebied.

  5. De verkeersintensiteit van wegen en lokale spoorwegen, bedoeld in het derde lid, onder a, wordt geteld of berekend. De verkeersintensiteit van wegen, bedoeld in het derde lid, onder b, wordt geteld, berekend of geschat.

Artikel 11.47

  1. Door monitoring wordt bewaakt het verschil tussen de geluidemissie in Lden en de basisgeluidemissie van gemeentewegen, waterschapswegen en lokale spoorwegen, voor zover deze niet bij omgevingsverordening zijn aangewezen.

  2. Het verschil tussen de geluidemissie en de basisgeluidemissie wordt berekend voor:

    1. wegen met een verkeersintensiteit van 4.500 of meer motorvoertuigen per etmaal; en

    2. lokale spoorwegen.

  3. Het verschil tussen de geluidemissie en de basisgeluidemissie wordt berekend of geschat voor wegen met een verkeersintensiteit van minder dan 4.500 motorvoertuigen per etmaal.

  4. De volgende bestuursorganen zijn belast met de uitvoering van de monitoring:

    1. het college van burgemeester en wethouders voor gemeentewegen en lokale spoorwegen, voor zover deze niet bij omgevingsverordening zijn aangewezen; en

    2. het dagelijks bestuur van het waterschap voor waterschapswegen.

  5. Op het berekenen van de geluidemissie en het schatten van het verschil tussen de geluidemissie en de basisgeluidemissie zijn de bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing.

Artikel 11.48

Voor de uitvoering van de monitoring verzamelen het college van burgemeester en wethouders en het dagelijks bestuur van een waterschap in ieder geval geluidbrongegevens en daarop betrekking hebbende gegevens.

Artikel 11.49

  1. Gedeputeerde staten houden bij:

    1. op welke wegen of delen van wegen, niet zijnde wegen in beheer bij het Rijk, naar verwachting in het daaropvolgende kalenderjaar meer dan drie miljoen maal een voertuig zal passeren;

    2. op welke spoorwegen of delen van spoorwegen, niet zijnde hoofdspoorwegen of spoorwegen die zijn gelegen in een bij ministeriële regeling aangewezen agglomeratie, naar verwachting in het daaropvolgende kalenderjaar meer dan 30.000 maal een trein zal passeren; en

    3. op welke burgerluchthavens van regionale betekenis naar verwachting in het daaropvolgende kalenderjaar meer dan 50.000 vliegtuigbewegingen zullen plaatsvinden, oefenvluchten met lichte vliegtuigen niet meegerekend.

  2. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat houdt bij op welke overige burgerluchthavens van nationale betekenis naar verwachting in het daaropvolgende kalenderjaar meer dan 50.000 vliegtuigbewegingen zullen plaatsvinden, oefenvluchten met lichte vliegtuigen niet meegerekend.

Artikel 11.50

  1. Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen agglomeratie verzamelt gegevens over de geluidbelasting in Lden en in Lnight door:

    1. wegen en spoorwegen als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a en b, van de wet;

    2. luchthavens als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder c, van de wet, voor zover de geluidbelasting binnen de gemeente meer is dan 55 Lden of 50 Lnight; en

    3. een activiteit of een samenstel van activiteiten als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder d, van de wet, voor zover het gaat om:

      1. activiteiten die worden verricht op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld, voor zover het geluid door dat industrieterrein meer is dan 55 Lden of 50 Lnight;

      2. activiteiten in een gebied waarvoor in het omgevingsplan voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT van geluid een hogere waarde is vastgesteld dan de standaardwaarden, bedoeld in artikel 5.65, eerste lid, aanhef en onder a, tweede, derde, of vierde lid, voor zover de geluidbelasting door die activiteiten op omliggende geluidgevoelige gebouwen meer kan zijn dan 55 Lden of 50 Lnight; of

      3. activiteiten buiten een gebied als bedoeld onder 2° voor zover de ten hoogste toegelaten geluidbelasting door die activiteiten meer is dan 55 Lden of 50 Lnight.

  2. Gedeputeerde staten verzamelen gegevens over de geluidbelasting in Lden en in Lnight door de belangrijke wegen, belangrijke spoorwegen en belangrijke burgerluchthavens van regionale betekenis die op grond van artikel 10.40, tweede lid, onder a, van het Omgevingsbesluit zijn gepubliceerd.

  3. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat verzamelt gegevens over de geluidbelasting in Lden en in Lnight door de wegen en spoorwegen, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onder b, onder 1° en 2°, van de wet, de luchthaven Schiphol, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onder b, onder 3°, van de wet, en de belangrijke overige burgerluchthavens van nationale betekenis die op grond van artikel 10.40, tweede lid, onder b, van het Omgevingsbesluit zijn gepubliceerd.

  4. De gegevensverzameling vindt plaats door berekening van:

    1. de geluidbelasting in Lden en in Lnight door de geluidbronnen, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, in het kalenderjaar voorafgaand aan dat van de vaststelling van een geluidbelastingkaart; en

    2. het aantal geluidgevoelige gebouwen en bewoners van woningen dat aan bij ministeriële regeling vastgestelde waarden van de geluidbelasting in Lden en in Lnight wordt blootgesteld.

  5. Op het berekenen van de geluidbelasting in Lden en in Lnight zijn de bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing.

Artikel 11.51

  1. Er is een landelijk geluidregister.

  2. Het geluidregister wordt beheerd door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

  3. Het geluidregister is voor een ieder langs elektronische weg toegankelijk.

Artikel 11.52

  1. Het geluidregister bevat in ieder geval de volgende gegevens:

    1. voor het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen met geluidproductieplafonds als omgevingswaarden:

      1. de waarde van het geluidproductieplafond;

      2. een aanduiding van het besluit waarmee het geluidproductieplafond is vastgesteld;

      3. de ligging van het geluidreferentiepunt;

      4. de geluidbrongegevens;

      5. het geluidaandachtsgebied;

      6. het geluid op een geluidreferentiepunt, bedoeld in artikel 11.45, eerste lid, over elk kalenderjaar;

      7. een verwijzing naar het internetadres waar het verslag van de monitoring van geluidproductieplafonds, bedoeld in artikel 11.45, elektronisch beschikbaar is gesteld; en

      8. voor wegen en spoorwegen, het kalenderjaar waar de geluidbrongegevens betrekking op hebben;

    2. voor het geluid door wegen en spoorwegen met een basisgeluidemissie:

      1. de waarde van de basisgeluidemissie per weg, spoorweg of gedeelte daarvan;

      2. een verwijzing naar de vindplaats waar het verslag van de waarde van de basisgeluidemissie, bedoeld in artikel 11.46, elektronisch is gepubliceerd;

      3. de geluidbrongegevens;

      4. het geluidaandachtsgebied;

      5. het verschil tussen de geluidemissie in Lden en de basisgeluidemissie, bedoeld in artikel 11.47;

      6. een verwijzing naar de vindplaats waar het verslag van de monitoring van de basisgeluidemissie, bedoeld in artikel 11.47, elektronisch is gepubliceerd; en

      7. het kalenderjaar waar de geluidbrongegevens betrekking op hebben;

    3. voor het geluid door luchtvaart:

      1. de 48 Lden geluidcontour, de 20 Kosteneenheden geluidcontour en de binnen die contouren gelegen 1 Lden geluidcontouren; en

      2. een aanduiding van het besluit waarin de 48 Lden geluidcontour of de 20 Kosteneenheden geluidcontour is vastgesteld;

    4. voor het geluid door een windturbine of een windpark op een industrieterrein:

      1. de geluidbrongegevens; en

      2. een aanduiding van het document op basis waarvan de activiteit rechtmatig wordt verricht en waaraan die gegevens zijn ontleend; en

    5. voor het geluid door een civiele buitenschietbaan, een militaire buitenschietbaan of een militair springterrein op een industrieterrein:

      1. het gebied waarbinnen dat geluid hoger is dan 50 Bs,dan;

      2. de binnen die contouren gelegen 1 Bs,dan-geluidcontouren; en

      3. een aanduiding van het document op basis waarvan de activiteit rechtmatig wordt verricht en waaraan de gegevens zijn ontleend.

  2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a, onder 4°, zijn niet herleidbaar tot activiteiten als het gaat om informatie die is aangemerkt als staatsgeheim als bedoeld in het Besluit Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst Bijzondere Informatie 2013 (VIRBI 2013).

  3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden na ontvangst door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat onverwijld in het geluidregister opgenomen.

Artikel 11.53

  1. Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen agglomeratie stelt geluidbelastingkaarten vast voor de geluidbronnen, bedoeld in artikel 11.50, eerste lid.

  2. Gedeputeerde staten stellen geluidbelastingkaarten vast voor de geluidbronnen, bedoeld in artikel 11.50, tweede lid.

  3. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat stelt geluidbelastingkaarten vast voor de geluidbronnen, bedoeld in artikel 11.50, derde lid.

Artikel 11.54

Geluidbelastingkaarten verbeelden in ieder geval de gegevens, bedoeld in artikel 11.50, vierde lid, en stille gebieden als bedoeld in de artikelen 4.23, tweede lid, en 4.24, tweede lid.

← terug naar Besluit kwaliteit leefomgeving