-
Bij omgevingsverordening worden de wezenlijke kenmerken en waarden vastgesteld van de gebieden, bedoeld in artikel 7.6, eerste lid.
-
De wezenlijke kenmerken en waarden, waartoe ook potentiële natuurwaarden en de daarvoor vereiste bodem- en watercondities kunnen behoren, worden bepaald met inachtneming van in ieder geval de doelstellingen, bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder g, van de wet.
Inhoud
Artikel 7.7
Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 11-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 11-07-2026.
11-07-2026
Huidig
01-07-2026
Historisch
29-05-2026
Historisch
31-01-2026
Historisch
01-01-2026
Historisch
30-12-2025
Historisch
20-09-2025
Historisch
01-07-2025
Historisch
21-12-2024
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
Tekst van deze versie
-
Bij omgevingsverordening worden de wezenlijke kenmerken en waarden vastgesteld van de gebieden, bedoeld in artikel 7.6, eerste lid.
-
De wezenlijke kenmerken en waarden, waartoe ook potentiële natuurwaarden en de daarvoor vereiste bodem- en watercondities kunnen behoren, worden bepaald met inachtneming van in ieder geval de doelstellingen, bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder g, van de wet.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.