Besluit kwaliteit leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 11.2.6

PRTR

Artikel 11.55

Voor de toepassing van paragraaf 11.2.6 wordt verstaan onder:

  1. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 11.56;

  2. activiteit: activiteit als bedoeld in bijlage I bij de PRTR-verordening.

Artikel 11.56

Als instantie als bedoeld in artikel 2, onder 2, van de PRTR-verordening wordt aangewezen het bestuursorgaan dat bevoegd is te beslissen op de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in bijlage I bij die verordening.

Artikel 11.57

  1. Het bevoegd gezag beoordeelt de kwaliteit van het PRTR-verslag uiterlijk op 30 juni van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar.

  2. Het bevoegd gezag kan uiterlijk op de datum, bedoeld in het eerste lid, verklaren dat het PRTR-verslag niet voldoet aan artikel 5.10, 5.12 of 5.13 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

  3. Het bevoegd gezag kan de afgifte van de verklaring voor ten hoogste drie maanden uitstellen.

  4. Het bevoegd gezag kan na de datum, bedoeld in het eerste lid, of, als toepassing is gegeven aan het derde lid, na de datum die met toepassing daarvan is vastgesteld, alsnog verklaren dat het PRTR-verslag niet voldoet aan de eisen, als:

    1. het verslag onjuiste of onvolledige gegevens bevat; of

    2. het verslag op een andere manier onjuist is en degene die het verslag heeft ingediend dat weet of behoort te weten.

  5. De bevoegdheid, bedoeld in het vierde lid, vervalt vijf jaar na afloop van het verslagjaar.

Artikel 11.58

Als niet tijdig een PRTR-verslag is ingediend, kan het bevoegd gezag uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar verklaren dat geen PRTR-verslag is ingediend.

Artikel 11.59

Een verklaring als bedoeld in artikel 11.57, tweede of vierde lid, of 11.58 treedt in werking met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop die verklaring is bekendgemaakt. Als gedurende die termijn bij de bevoegde rechter een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, treedt de verklaring niet in werking voordat op dat verzoek is beslist.

Artikel 11.60

  1. Het bevoegd gezag kan, op verzoek van degene die de activiteit verricht of ambtshalve, beslissen dat bepaalde in een PRTR-verslag opgenomen gegevens niet aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat worden verstrekt. Artikel 5.1 van de Wet open overheid is van overeenkomstige toepassing.

  2. Een ambtshalve besluit als bedoeld in het eerste lid wordt uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het verslagjaar genomen.

  3. Een besluit als bedoeld in het eerste lid treedt in werking met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop het besluit is bekendgemaakt. Als gedurende die termijn bij de bevoegde rechter een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, treedt het besluit niet in werking voordat op dat verzoek is beslist.

Artikel 11.61

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat verzamelt gegevens over emissies van verontreinigende stoffen uit diffuse bronnen als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder 9, van het PRTR-protocol, voor zover het opnemen van die gegevens in het PRTR uitvoerbaar is. De gegevens omvatten ook informatie over de methode die is toegepast om de gegevens te verzamelen.

Artikel 11.62

  1. Er is een PRTR dat gegevens bevat over de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen.

  2. Het PRTR wordt beheerd door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat in overeenstemming met artikel 5 van het PRTR-protocol.

  3. Het PRTR is voor een ieder langs elektronische weg toegankelijk.

Artikel 11.63

  1. Het PRTR bevat:

    1. de in overeenstemming met artikel 10.44 van het Omgevingsbesluit aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat verstrekte gegevens en gemelde verklaringen; en

    2. de in overeenstemming met artikel 11.61 verzamelde gegevens over emissies van verontreinigende stoffen vanuit diffuse bronnen, voor zover die gegevens een voldoende mate van ruimtelijke detaillering bezitten.

  2. Als in het PRTR gegevens over emissies van verontreinigende stoffen vanuit diffuse bronnen worden opgenomen, wordt ook de methode aangegeven waarmee die gegevens zijn verzameld.

  3. Als het bevoegd gezag in het PRTR-verslag opgenomen gegevens met toepassing van artikel 10.45 van het Omgevingsbesluit niet aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft verstrekt, bevat het PRTR:

    1. het type informatie dat geheim is gehouden;

    2. in een geval als bedoeld in artikel 10.45, derde lid, van het Omgevingsbesluit: de naam van de groep verontreinigende stoffen waartoe de geheimgehouden verontreinigende stof behoort;

    3. de uitzonderingsgrond uit artikel 5.1 van de Wet open overheid op grond waarvan tot geheimhouding is besloten; en

    4. de samenvatting van de motivering van de beslissing waarbij tot geheimhouding is besloten.

← terug naar Besluit kwaliteit leefomgeving