Besluit kwaliteit leefomgeving

Inhoud

Artikel 8.102

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 11-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 11-07-2026.
  1. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit, een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk in ieder geval intrekken in verband met:

    1. een doelmatig beheer van afvalstoffen; of

    2. het niet treffen van passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid als bedoeld in artikel 4.22, tweede lid, onder b, van de wet.

  2. Het bevoegd gezag geeft alleen toepassing aan de intrekkingsbevoegdheid als niet kan worden volstaan met wijziging van de voorschriften van de omgevingsvergunning.

  3. Bij de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder a, wordt rekening gehouden met:

    1. het circulair materialenplan, bedoeld in artikel 10.3 van de Wet milieubeheer; of

    2. de voorkeursvolgorde, aangegeven in artikel 10.4, en de criteria, genoemd in artikel 10.5 van die wet.

11-07-2026 Huidig 01-07-2026 Historisch 29-05-2026 Historisch 31-01-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 30-12-2025 Historisch 20-09-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 21-12-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 30-12-2025.

Tekst van deze versie

  1. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit, een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk in ieder geval intrekken in verband met:

    1. een doelmatig beheer van afvalstoffen; of

    2. het niet treffen van passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid als bedoeld in artikel 4.22, tweede lid, onder b, van de wet.

  2. Het bevoegd gezag geeft alleen toepassing aan de intrekkingsbevoegdheid als niet kan worden volstaan met wijziging van de voorschriften van de omgevingsvergunning.

  3. Bij de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder a, wordt rekening gehouden met:

    1. het circulair materialenplan, bedoeld in artikel 10.3 van de Wet milieubeheer; of

    2. de voorkeursvolgorde, aangegeven in artikel 10.4, en de criteria, genoemd in artikel 10.5 van die wet.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Besluit kwaliteit leefomgeving