Besluit kwaliteit leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 3.5.4.4

Financiële doelmatigheid geluidbeperkende maatregelen

Artikel 3.47

Deze paragraaf is van toepassing op het treffen van geluidbeperkende maatregelen bij rijkswegen en hoofdspoorwegen.

Artikel 3.48

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder:

  1. geluidgevoelig cluster: een of meer bijeengelegen geluidgevoelige gebouwen die een significante vermindering van het geluid door een weg of spoorweg ondervinden door een aaneengesloten geluidbeperkende maatregel;

  2. geluidreductie: geluidreductie als bedoeld in artikel 3.50;

  3. maatregelpunt: rekeneenheid waarin de kosten voor het treffen van de geluidbeperkende maatregel zijn uitgedrukt, bepaald volgens de bij ministeriële regeling gestelde regels;

  4. reductiepunt: rekeneenheid voor de beoordeling van de financiële doelmatigheid van geluidbeperkende maatregelen voor een geluidgevoelig cluster;

  5. situatie zonder maatregelen: situatie waarin:

    1. een weg of spoorweg voldoet aan de eisen van artikel 3.29; en

    2. geen geluidbeperkende maatregelen, waarvoor maatregelpunten gelden, zijn getroffen.

Artikel 3.49

  1. Een geluidbeperkende maatregel is financieel doelmatig als:

    1. het aantal maatregelpunten lager is dan het aantal reductiepunten voor het geluidgevoelige cluster waarvoor de maatregel is bedoeld; en

    2. de maatregel leidt tot een significante afname van het geluid op het geluidgevoelige cluster.

  2. In afwijking van het eerste lid is een geluidbeperkende maatregel bestaande uit een werk of bouwwerk alleen financieel doelmatig als deze, al dan niet in combinatie met maatregelen aan de bron, leidt tot een afname van het geluid op ten minste één geluidgevoelig gebouw met ten minste 5 dB.

  3. In afwijking van het eerste lid is een geluidbeperkende maatregel niet financieel doelmatig als:

    1. deze de grootste geluidreductie oplevert voor het geluidgevoelige cluster;

    2. het aantal maatregelpunten voor de maatregel hoger is dan het aantal maatregelpunten voor een andere geluidbeperkende maatregel die een gelijke of nagenoeg gelijke geluidreductie voor het geluidgevoelige cluster oplevert; en

    3. de extra maatregelpunten in vergelijking met de andere geluidbeperkende maatregel niet in redelijke verhouding staan tot de extra geluidreductie die door de maatregel wordt bereikt.

  4. In afwijking van het eerste lid is een geluidbeperkende maatregel bestaande uit een werk of bouwwerk niet financieel doelmatig als met de maatregel een bestaande geluidbeperkende maatregel bestaande uit een werk of bouwwerk wordt vervangen die:

    1. niet ouder is dan tien jaar;

    2. niet hoger kan worden gemaakt; en

    3. een geluidreductie oplevert die nagenoeg gelijk is aan die van het nieuwe werk of bouwwerk.

  5. In afwijking van het eerste tot en met het vierde lid wordt de financiële doelmatigheid van een bij ministeriële regeling aangewezen geluidbeperkende maatregel bepaald door de werkelijke kosten van aanleg en onderhoud van die maatregel af te wegen tegen de geluidreductie die door de maatregel wordt bereikt, het aantal geluidgevoelige gebouwen waar de maatregel voor is bedoeld en de daaruit voortvloeiende waarde van het geluid.

Artikel 3.50

  1. Geluidreductie is het verschil tussen:

    1. het geluid op het geluidgevoelige gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder a, in de situatie zonder maatregelen; en

    2. de hoogste van de volgende drie waarden:

      1. het geluid op het geluidgevoelige gebouw in de situatie dat er geluidbeperkende maatregelen zijn getroffen;

      2. het geluid op het geluidgevoelige gebouw bij volledige benutting van geluidproductieplafonds; en

      3. de standaardwaarde, bedoeld in tabel 3.34.

  2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt met een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder a, gelijkgesteld: elke 15 m geluidbelaste gevel van een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b, c, of d, per bouwlaag.

Artikel 3.51

  1. Het aantal reductiepunten voor een geluidgevoelig cluster is de som van de reductiepunten voor alle geluidgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder a, in dat geluidgevoelige cluster.

  2. Het aantal reductiepunten per geluidgevoelig gebouw als bedoeld in het eerste lid is het aantal, bedoeld in bijlage Va.

  3. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid is artikel 3.50, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

← terug naar Besluit kwaliteit leefomgeving