Besluit kwaliteit leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 8.5.1.1

Algemene beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning milieubelastende activiteit

Artikel 8.7

Deze afdeling is van toepassing op vergunningplichtige milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving en is opgenomen met het oog op het waarborgen van de veiligheid en het beschermen van de gezondheid en het milieu.

Artikel 8.8

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2021/578.

Artikel 8.9

  1. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende criteria:

    1. milieuverontreiniging door de activiteit wordt geïntegreerd voorkomen of, wanneer dit niet mogelijk is, beperkt;

    2. emissies in de lucht, het water en de bodem en het ontstaan van afval door de activiteit worden voorkomen of, wanneer dat niet mogelijk is, beperkt om een hoog niveau van bescherming van het milieu in zijn geheel te bereiken;

    3. alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen;

    4. de voor de activiteit in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden toegepast;

    5. er wordt geen significante milieuverontreiniging veroorzaakt;

    6. energie wordt doelmatig gebruikt;

    7. de nodige maatregelen worden getroffen om ongevallen te voorkomen en de gevolgen van ongevallen te beperken; en

    8. bij de definitieve beëindiging van de activiteit worden de nodige maatregelen getroffen om elk risico van milieuverontreiniging door de activiteit voor het terrein waarop de activiteit werd verricht, te voorkomen of te beperken, als dat nodig is om dat terrein weer geschikt te maken voor toekomstig gebruik.

  2. Op de beoordeling van de aanvraag zijn de artikelen 10.14, eerste en tweede lid, en 10.29a van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing.

  3. Bij de beoordeling of de milieubelastende activiteit voldoet aan het criterium, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder e, wordt bij het bepalen of sprake is van significante milieuverontreiniging in ieder geval rekening gehouden met het omgevingsplan, omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, de waterschapsverordening en de omgevingsverordening.

  4. Bij de beoordeling of de milieubelastende activiteit voldoet aan de criteria, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a tot en met e, wordt ook rekening gehouden met de informatiedocumenten, bedoeld in bijlage XVIII, onder B.

Artikel 8.10

  1. Bij de beoordeling of de milieubelastende activiteit voldoet aan het criterium, bedoeld in artikel 8.9, eerste lid, aanhef en onder d, wordt bij het bepalen van de beste beschikbare technieken rekening gehouden met de BBT-conclusies en informatiedocumenten, bedoeld in bijlage XVIII, onder A.

  2. Als op een milieubelastende activiteit geen BBT-conclusies van toepassing zijn of als de van toepassing zijnde BBT-conclusies niet alle mogelijke milieugevolgen van de activiteit behandelen, wordt bij het bepalen van de beste beschikbare technieken in ieder geval rekening gehouden met:

    1. de toepassing van technieken die weinig afvalstoffen veroorzaken;

    2. de toepassing van stoffen die minder gevaarlijk zijn dan stoffen of mengsels als bedoeld in artikel 3 van de CLP-verordening;

    3. de ontwikkeling van technieken voor de terugwinning en het opnieuw gebruiken van de uitgestoten en gebruikte stoffen en van afvalstoffen;

    4. vergelijkbare processen, apparaten of wijzen van bedrijfsvoering die met succes in de praktijk zijn beproefd;

    5. de vooruitgang van de techniek en de ontwikkeling van de wetenschappelijke kennis;

    6. de aard, de gevolgen en de omvang van de emissies;

    7. de verwachte datum en het verwachte tijdstip waarop met de activiteit wordt begonnen;

    8. de tijd die nodig is om een betere techniek te gaan toepassen;

    9. het verbruik en de aard van de grondstoffen, met inbegrip van water, en de energie-efficiëntie;

    10. de noodzaak de nadelige gevolgen van de emissies en de risico’s voor het milieu te voorkomen of tot een minimum te beperken;

    11. de noodzaak ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan voor het milieu te beperken; en

    12. de informatiedocumenten, bedoeld in bijlage XVIII, onder A.

Artikel 8.10a

  1. Bij de beoordeling of de milieubelastende activiteit voldoet aan het criterium, bedoeld in artikel 8.9, eerste lid, aanhef en onder g, wordt bij het bepalen van de nodige maatregelen om ongevallen te voorkomen en de gevolgen van ongevallen te beperken in ieder geval rekening gehouden met:

    1. voor zover het gaat om de risico’s van branden, rampen en crises als bedoeld in artikel 10, onder a en b, van de Wet veiligheidsregio’s, het belang van:

      1. het voorkomen, beperken en bestrijden van die branden, rampen en crises;

      2. de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; en

      3. de geneeskundige hulpverlening aan personen, bedoeld in artikel 1 van die wet;

    2. de standaardwaarde voor het plaatsgebonden risico van de activiteit van 1 op de 1.000.000 per jaar voor beperkt kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare locaties; en

    3. de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door de activiteit voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen een brandaandachtsgebied, een explosieaandachtsgebied en een gifwolkaandachtsgebied, voor zover dat gebied niet is gelegen binnen een risicogebied externe veiligheid.

  2. Op de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, onder b, is artikel 5.11, derde tot en met vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.

  3. Op de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, onder c, zijn de artikelen 5.12 en 5.13 van overeenkomstige toepassing.

  4. Het eerste lid, aanhef en onder b en c, is niet van toepassing voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 8.14, eerste lid, 8.15, eerste lid, of 8.16, eerste lid.

Artikel 8.11

  1. Bij de toepassing van paragraaf 8.5.1 worden locaties en gebouwen in de nabijheid van de milieubelastende activiteit in aanmerking genomen die in overeenstemming zijn met het omgevingsplan, omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten en de omgevingsverordening.

  2. Voor zover een omgevingsverordening regels bevat over het verlenen of weigeren van een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.19, eerste lid, van de wet, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als die in overeenstemming is met die regels.

← terug naar Besluit kwaliteit leefomgeving