Besluit kwaliteit leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 11.2.1.1

Monitoring en gegevensverzameling

Artikel 11.19

  1. Monitoring voor de omgevingswaarden voor de kwaliteit van de buitenlucht, bedoeld in de artikelen 2.3 tot en met 2.8, vindt plaats door metingen en berekeningen volgens bij ministeriële regeling gestelde regels.

  2. In afwijking van het eerste lid vindt de monitoring voor de omgevingswaarden voor benzeen, bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, alleen plaats door berekeningen.

  3. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat is belast met de uitvoering van de monitoring.

Artikel 11.20

De beoordeling of aan de omgevingswaarden voor de kwaliteit van de buitenlucht, bedoeld in de artikelen 2.3 tot en met 2.7, wordt voldaan, vindt niet plaats op:

  1. een locatie waartoe het publiek geen toegang heeft en waar geen vaste bewoning is; of

  2. de rijbaan van wegen en de middenberm van wegen, tenzij voetgangers normaliter toegang tot de middenberm hebben.

Artikel 11.21

  1. Monitoring voor de omgevingswaarden voor de kwaliteit van de buitenlucht, bedoeld in artikel 2.8a, vindt plaats door het voor die stoffen opstellen van de nationale emissie-inventarissen en nationale emissieprognoses, bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid, van de nec-richtlijn, volgens de methode, bedoeld in artikel 9 van en bijlage V bij die richtlijn.

  2. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat is belast met de uitvoering van de monitoring.

  3. Voor de beoordeling of aan de omgevingswaarden wordt voldaan, blijven de volgende emissies buiten beschouwing:

    1. emissies van vliegtuigen, buiten de landings- en startcyclus;

    2. emissies van de internationale zeevaart; en

    3. emissies van stikstofoxiden en vluchtige organische stoffen, met uitzondering van methaan, van activiteiten die vallen onder de categorieën 3B en 3D, bedoeld in de richtsnoeren behorende bij het Verdrag betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand (Trb. 1983, 84).

  4. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

    1. landings- en startcyclus: de cyclus die het taxiën na landing en voor vertrek, starten, opstijgen, aanvliegen en landen en alle andere manoeuvres van het vliegtuig die plaatsvinden beneden een hoogte van 3.000 voet, omvat; en

    2. internationale zeevaart: reizen over zee en in de kustwateren door vaartuigen van alle vlaggen, uitgezonderd vissersvaartuigen, die vertrekken van het grondgebied van het ene land en aankomen op het grondgebied van een ander land.

Artikel 11.22

  1. Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente waarvan het grondgebied ligt in een aandachtsgebied, bedoeld in artikel 5.51, tweede lid, en gedeputeerde staten van de provincie waarvan het grondgebied in dat gebied ligt, verzamelen gegevens over de verkeersintensiteit op wegen in beheer bij de gemeente respectievelijk de provincie voor de monitoring in die aandachtsgebieden van de concentraties van:

    1. stikstofdioxide, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, aanhef en onder b; en

    2. PM10, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid.

  2. Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente waarvan het grondgebied ligt in een aandachtsgebied, bedoeld in artikel 5.51, derde lid, en gedeputeerde staten van de provincie waarvan het grondgebied in dat gebied ligt, verzamelen voor de monitoring in die aandachtsgebieden van de concentraties van PM10, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, gegevens over het exploiteren van een veehouderij, bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving:

    1. waarvan de emissie van PM10 vanuit de dierenverblijven meer bedraagt dan 800 kg per jaar; of

    2. waarvan de emissie van PM10 vanuit de dierenverblijven meer bedraagt dan 500 kg per jaar, als uit de op basis van het derde lid verzamelde gegevens blijkt dat de achtergrondconcentratie van PM10 hoger is dan 27 μg/m3.

  3. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat verzamelt de volgende gegevens:

    1. de gemiddelde concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxide, PM2,5, PM10, benzeen, lood en koolmonoxide op een schaalniveau van 1 bij 1 km, met:

      1. gegevens van het voorafgaande kalenderjaar; en

      2. de verwachte concentraties voor de daaropvolgende kalenderjaren tot en met het jaar 2030;

    2. de correcties voor dubbeltellingen van de lokale bijdragen van wegen in beheer bij het Rijk aan de gemiddelde concentraties van stikstofdioxide, PM2,5 en PM10 op een schaalniveau van 1 bij 1 km, met:

      1. gegevens van het voorafgaande kalenderjaar; en

      2. de verwachte correcties voor de daaropvolgende kalenderjaren tot en met het jaar 2030;

    3. de meteorologische gegevens van het voorafgaande kalenderjaar en de tienjarige gemiddelde meteorologische gegevens;

    4. gegevens over de terreinruwheid op een schaal van 1 bij 1 km; en

    5. het gebruik van wegen in beheer bij het Rijk.

  4. In aanvulling op het eerste tot en met derde lid worden gegevens verzameld over de locaties van monitoringspunten waar de luchtkwaliteit wordt beoordeeld.

Artikel 11.23

  1. Door monitoring worden bewaakt:

    1. de jaargemiddelde concentraties in de buitenlucht van:

      1. de chemische samenstellingen van PM2,5, waaronder in ieder geval sulfaat, nitraat, natrium, kalium, ammonium, chloride, calcium, magnesium, elementair koolstof en organisch koolstof;

      2. vluchtige organische stoffen;

    2. de jaargemiddelde achtergrondconcentraties in de buitenlucht van:

      1. arseen, cadmium, kwik, nikkel en benzo(a)pyreen; en

      2. andere relevante polycyclische aromatische koolwaterstoffen dan benzo(a)pyreen, waaronder in ieder geval benzo(a)antraceen, benzo(b)fluorantheen, benzo(j)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen, indeen(1,2,3-cd)pyreen en dibenzo(a,h)antraceen;

    3. de jaargemiddelde depositie van:

      1. arseen, cadmium, kwik, nikkel en benzo(a)pyreen; en

      2. de onder b, onder 2°, bedoelde andere polycyclische aromatische koolwaterstoffen;

    4. de totale jaarlijkse antropogene emissies van in Nederland gelegen bronnen van de volgende stoffen:

      1. cadmium, kwik en lood; en

      2. persistente organische verontreinigende stoffen, zijnde polycyclische aromatische koolwaterstoffen, benzo(a)pyreen, benzo(b)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen indeen(1,2,3-cd)pyreen, dioxine/furaan, polychloorbifenylen en hexachloorbenzeen; en

    5. de negatieve effecten van de verontreiniging van de buitenlucht op ecosystemen.

  2. Monitoring vindt plaats door metingen en berekeningen volgens bij ministeriële regeling gestelde regels.

  3. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat is belast met de uitvoering van de monitoring.

← terug naar Besluit kwaliteit leefomgeving