Een geluidproductieplafond als omgevingswaarde is een resultaatsverplichting.
Besluit kwaliteit leefomgeving Actueel
Inhoud
§ 3.5.4.3
Artikel 3.45
-
In plaats van te voldoen aan de plicht tot vaststelling van een programma, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van de wet, treffen de volgende bestuursorganen of instanties maatregelen, gericht op het voldoen aan een geluidproductieplafond als omgevingswaarde:
voor bij omgevingsverordening aangewezen wegen: gedeputeerde staten;
voor bij omgevingsverordening aangewezen lokale spoorwegen: de op grond van artikel 18, eerste lid, van de Wet lokaal spoor aangewezen beheerder;
voor bij ministeriële regeling aangewezen wegen: Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat; en
voor bij ministeriële regeling aangewezen hoofdspoorwegen: de beheerder, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Spoorwegwet.
-
Voor een industrieterrein geeft het college van burgemeester en wethouders, of, als toepassing is gegeven aan artikel 2.12a van de wet, geven gedeputeerde staten uitvoering aan artikel 3.10 van de wet door:
maatregelen te treffen, gericht op het voldoen aan een geluidproductieplafond als omgevingswaarde; of
te voldoen aan de plicht, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van de wet.
Artikel 3.46
-
Bij de vaststelling van een geluidproductieplafond als omgevingswaarde kan worden bepaald dat aan het geluidproductieplafond wordt voldaan op het tijdstip dat een wijziging van de weg, de spoorweg of het industrieterrein of een maatregel aan of bij de weg, de spoorweg of het industrieterrein is gerealiseerd.
-
Als sprake is van bijzondere omstandigheden kan bij de vaststelling van een geluidproductieplafond als omgevingswaarde worden bepaald dat gedurende een termijn van ten hoogste vijf jaar niet aan dat geluidproductieplafond hoeft te worden voldaan. Daarbij kan worden bepaald:
in welke mate en hoe lang het geluidproductieplafond mag worden overschreden; of
dat geluidbeperkende of geluidwerende maatregelen worden getroffen.
-
Paragraaf 3.5.4.2 is niet van toepassing als bij de vaststelling van een geluidproductieplafond alleen het in het eerste lid bedoelde tijdstip of de in het tweede lid bedoelde termijn wordt bepaald.