Het rivierbed van de grote rivieren bestaat uit de locaties in de rivieren, genoemd in bijlage XII, waarvan de geometrische begrenzing bij ministeriële regeling is vastgelegd.
Besluit kwaliteit leefomgeving Actueel
Inhoud
§ 5.1.3.4
Artikel 5.41a
De beperkingengebieden met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk in het rivierbed van de grote rivieren, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing bij ministeriële regeling is vastgelegd.
Artikel 5.42
-
De reserveringsgebieden voor de lange termijn voor de Rijntakken zijn de locaties, bestaande uit het retentiegebied in de Rijnstrangen, de hoogwatergeul bij Deventer, de dijkteruglegging Brakel, de dijkteruglegging Oosterhout, de dijkteruglegging Loenen en de hoogwatergeul Varik-Heesselt, waarvan de geometrische begrenzing bij ministeriële regeling is vastgelegd.
-
De reserveringsgebieden voor de lange termijn voor de Maas zijn de locaties, bestaande uit de dijkverlegging Bokhoven, de dijkverlegging Kraaijenbergse Plassen, het retentiegebied Kraaijenbergse Plassen-west, het retentiegebied Keent Zuid bij Reek, de retentiegebieden dijkverlegging Overasselt, de dijkverlegging Alem, de dijkverlegging Moordhuizen, de dijkverleggingen Hedel en de dijkverleggingen Noorzijde Bergsche Maas, waarvan de geometrische begrenzing bij ministeriële regeling is vastgelegd.
Artikel 5.43
-
Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk in het rivierbed van de grote rivieren, wordt bij het toelaten van activiteiten gewaarborgd dat:
sprake is van een veilig en doelmatig gebruik van de rivier;
feitelijke belemmeringen voor de vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier worden voorkomen;
een waterstandsverhoging of afname van het bergend vermogen van de rivier wordt voorkomen of zoveel mogelijk wordt beperkt;
resterende onvermijdbare waterstandsverhoging wordt gecompenseerd.
-
Een omgevingsplan waarborgt dat bij het toelaten van activiteiten maatregelen worden getroffen om de resterende onvermijdbare waterstandsverhoging te compenseren.
Artikel 5.44
Artikel 5.45
Artikel 5.46
-
Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk in het rivierbed van de grote rivieren, kan het omgevingsplan alleen de volgende activiteiten toelaten:
de aanleg of wijziging van een waterstaatkundig kunstwerk;
de aanleg van een voorziening voor een betere en veilige afwikkeling van de beroeps- of recreatievaart;
de bouw of wijziging van een waterkrachtcentrale;
de vestiging of uitbreiding van een overslagbedrijf of het realiseren van een overslagfaciliteit, als die activiteit is gekoppeld aan het vervoer over de rivier;
de aanleg of wijziging van een scheepswerf voor beroeps- of pleziervaartuigen en specifiek daaraan verbonden activiteiten als bedoeld in artikel 3.144 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
de aanleg, het beheer of de verbetering van natuur;
de verbetering van de waterkwaliteit;
de uitbreiding of wijziging van een bestaande steenfabriek;
de aanleg van een voorziening die onlosmakelijk met waterrecreatie of extensieve uiterwaardrecreatie is verbonden;
de winning van oppervlaktedelfstoffen;
de aanleg van een noodzakelijke voorziening voor het agrarisch, landschappelijk of daarmee vergelijkbaar beheer van het rivierbed;
een activiteit voor het behoud of herstel van landschappelijke elementen of cultureel erfgoed, in het bijzonder bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten;
de aanleg van een voorziening ten behoeve van drinkwaterwinning of aquathermie;
de aanleg van een voorziening van groot openbaar belang die redelijkerwijs niet buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd;
een activiteit met een bedrijfseconomisch belang voor een bestaand grondgebonden agrarisch bedrijf die redelijkerwijs niet buiten het rivierbed kan worden verricht;
verduurzaming van de energievoorziening van een bestaande activiteit in het rivierbed; of
de aanleg van een voorziening voor elektriciteitsopwekking door zonne- of windenergie die redelijkerwijs niet buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd.
-
Het omgevingsplan kan de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, toelaten, mits het omgevingsplan bij het toelaten van activiteiten waarborgt dat maatregelen worden getroffen om de afname van het bergend vermogen van de rivier als gevolg van die activiteiten te compenseren.
-
Onverminderd het eerste lid, kan het omgevingsplan ook de volgende activiteiten toelaten:
een andere activiteit dan die waarvoor op grond van artikel 6.17, 6.29, 6.35, 6.40, 6.50, 6.54 of 6.58 van het Besluit activiteiten leefomgeving een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk is vereist;
een activiteit voor rivierbeheer en -verruiming;
een tijdelijke activiteit die gedurende maximaal vijf jaar ononderbroken plaatsvindt;
een periodieke activiteit die meerdere jaren achter elkaar uitsluitend in een bepaald deel of bepaalde delen van het jaar plaatsvindt met een maximum van in totaal zeven maanden per jaar;
een activiteit van rivierkundig ondergeschikt belang; of
een wijziging van een gebruiksfunctie van een bouwwerk of het slopen en vervangen van een bouwwerk door een bouwwerk van gelijke omvang, tenzij het gaat om het toelaten van:
- 1°
een gebruiksfunctie waarbij de gebruiksfunctie van het bouwwerk wijzigt naar woonfunctie of naar een logiesfunctie; of
- 2°
een gebruiksfunctie ten behoeve van een andere activiteit dan bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met m.
- 1°
Artikel 5.47
Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op de reserveringsgebieden voor de lange termijn voor de Rijntakken of de Maas, laat het omgevingsplan geen grootschalige of kapitaalintensieve ontwikkelingen toe die het treffen van rivierverruimende maatregelen kunnen belemmeren.