Besluit kwaliteit leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 5.1.4.4

Trillingen

Artikel 5.79

  1. Deze paragraaf is van toepassing op het toelaten:

    1. op een locatie van een activiteit, anders dan het wonen, die trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz veroorzaakt in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; of

    2. een trillinggevoelig gebouw waarop trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz worden veroorzaakt door een activiteit, anders dan het wonen, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

  2. In afwijking van het eerste lid is deze paragraaf:

    1. niet van toepassing op een trillinggevoelige ruimte in een trillinggevoelig gebouw dat geheel of gedeeltelijk is gelegen op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;

    2. met uitzondering van de artikelen 5.82 en 5.83 niet van toepassing op een trillinggevoelig gebouw dat op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar;

    3. met uitzondering van de artikelen 5.82 tot en met 5.85 niet van toepassing op:

      1. activiteiten die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte worden verricht; en

      2. evenementen die niet plaatsvinden op een locatie voor evenementen; en

    4. niet van toepassing op verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen.

Artikel 5.80

  1. Een trillinggevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een:

    1. woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan;

    2. onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan;

    3. gezondheidszorgfuncties met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of

    4. bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan.

  2. Het eerste lid geldt niet voor een gedeelte van een gebouw als het omgevingsplan in dat gedeelte geen trillinggevoelige ruimten toelaat.

  3. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder a, zijn woonschepen en woonwagens geen trillinggevoelige gebouwen.

Artikel 5.81

Een trillinggevoelige ruimte is een verblijfsruimte of verblijfsgebied van een:

  1. woonfunctie of bijeenkomstfunctie die een nevengebruiksfunctie is van die woonfunctie;

  2. onderwijsfunctie;

  3. gezondheidszorgfunctie met bedgebied of bijeenkomstfunctie die een nevengebruiksfunctie is van die gezondheidszorgfunctie; of

  4. bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied.

Artikel 5.82

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt als één activiteit beschouwd:

  1. een activiteit als bedoeld in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of

  2. als het gaat om andere activiteiten dan bedoeld onder a, meerdere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die:

    1. rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan; of

    2. elkaar functioneel ondersteunen.

Artikel 5.83

  1. In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met trillingen door activiteiten in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen.

  2. Een omgevingsplan voorziet erin dat trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen aanvaardbaar zijn.

Artikel 5.84

Als een omgevingsplan waarden bevat voor trillingen door een activiteit, bepaalt het omgevingsplan dat die waarden niet van toepassing zijn op trillingen door die activiteit in trillinggevoelige ruimten van een trillinggevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met die activiteit.

Artikel 5.85

Als een omgevingsplan waarden bevat voor trillingen door een activiteit:

  1. in de agrarische sector als bedoeld in artikel 3.200, 3.205, 3.208, 3.211, 3.215, 3.218, 3.221 of 3.225 van het Besluit activiteiten leefomgeving;

  2. verricht op een bedrijventerrein; of

  3. in de horecasector;

kan het omgevingsplan bepalen dat die waarden niet van toepassing zijn op de trilling door die activiteit in trillinggevoelige ruimten van een trillinggevoelig gebouw dat eerder functioneel verbonden was met die activiteit.

Artikel 5.86

  1. Aan artikel 5.83, tweede lid, wordt voldaan door toepassing te geven aan de artikelen 5.87, eerste lid, en 5.87a, eerste lid.

  2. In afwijking van het eerste lid kan aan artikel 5.83, tweede lid, worden voldaan door toepassing te geven aan artikel 5.87, derde lid, 5.87a, derde lid, 5.88 of 5.89.

Artikel 5.87

  1. Een omgevingsplan bevat voor de toelaatbare continue trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten als waarden de standaardwaarden, bedoeld in tabel 5.87.

  2. Bij de toepassing van het eerste lid bepaalt het omgevingsplan dat:

    1. continue trillingen voldoen aan de in het omgevingsplan opgenomen waarden voor die trillingen, bedoeld onder A1; en

    2. als niet wordt voldaan aan een waarde als bedoeld onder a: continue trillingen voldoen aan de in het omgevingsplan opgenomen waarden onder A2 en A3.

  3. In afwijking van het eerste lid kan het omgevingsplan een hogere waarde bevatten als op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit op grond van het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift voor een activiteit een hogere waarde gold. De waarde is niet hoger dan de grenswaarde, zijnde de waarde die op grond van de omgevingsvergunning of het maatwerkvoorschrift was toegelaten.

  4. Op het bepalen van de trillingen waarvoor het omgevingsplan een waarde als bedoeld in het eerste lid of in afwijking daarvan een hogere of lagere waarde bevat, zijn de bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing.

Artikel 5.87a

  1. Een omgevingsplan bevat voor de toelaatbare herhaald voorkomende trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten als waarden de standaardwaarden, bedoeld in tabel 5.87a.

  2. Bij de toepassing van het eerste lid bepaalt het omgevingsplan dat:

    1. herhaald voorkomende trillingen voldoen aan de in het omgevingsplan opgenomen waarden voor die trillingen, bedoeld onder A1; en

    2. als niet wordt voldaan aan een waarde als bedoeld onder a: herhaald voorkomende trillingen voldoen aan de in het omgevingsplan opgenomen waarden onder A2 en A3.

  3. In afwijking van het eerste lid kan het omgevingsplan een hogere waarde bevatten als op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit op grond van het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift voor een activiteit een hogere waarde gold. De waarde is niet hoger dan de grenswaarde, zijnde de waarde die op grond van de omgevingsvergunning of het maatwerkvoorschrift was toegelaten.

  4. Op het bepalen van de trillingen waarvoor het omgevingsplan een waarde als bedoeld in het eerste lid of in afwijking daarvan een hogere of lagere waarde bevat, zijn de bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing.

Artikel 5.88

  1. In afwijking van de artikelen 5.87, eerste en derde lid, en 5.87a, eerste en derde lid, kan een omgevingsplan hogere of lagere waarden bevatten.

  2. Een omgevingsplan bevat op grond van het eerste lid alleen hogere waarden als:

    1. het gaat om een activiteit die wordt verricht op een in het omgevingsplan aangewezen bedrijventerrein; en

    2. die waarden niet hoger zijn dan de grenswaarde, zijnde de waarden, bedoeld in de tabellen 5.87 en 5.87a, vermenigvuldigd met de factor 1,8.

Artikel 5.89

Als zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen, kan een omgevingsplan hogere waarden bevatten dan:

  1. de standaardwaarden, bedoeld in artikel 5.87, eerste lid, of 5.87a, eerste lid;

  2. de grenswaarde, bedoeld in artikel 5.87, derde lid, of 5.87a, derde lid; of

  3. de grenswaarde, bedoeld in artikel 5.88, tweede lid, onder b.

← terug naar Besluit kwaliteit leefomgeving