Aan een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 11.54, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving die betrekking heeft op het opzettelijk doden van een wolf, waarbij toepassing is gegeven aan artikel 8.74lb, tweede lid, wordt een voorschrift verbonden dat inhoudt dat het doden in een concreet geval alleen gebeurt nadat:

  1. het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning een onafhankelijke wolvendeskundige heeft geraadpleegd en vervolgens aan de vergunninghouder advies heeft gegeven over het gebruik van de vergunning voor het doden van de betrokken wolf; en

  2. de vergunninghouder het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning heeft geïnformeerd over de wijze waarop hij gevolg geeft aan het advies.