Besluit kwaliteit leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 3.5.2

Geluid door gemeentewegen, lokale spoorwegen en waterschapswegen

Artikel 3.26

Deze paragraaf is van toepassing op:

  1. verharde gemeentewegen en waterschapswegen, niet zijnde een erf in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met een verkeersintensiteit van meer dan 2.500 motorvoertuigen per etmaal als kalenderjaargemiddelde; en

  2. lokale spoorwegen die niet bij omgevingsverordening zijn aangewezen.

Artikel 3.27

  1. De basisgeluidemissie van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg is:

    1. de geluidemissie in Lden van die weg of spoorweg in het eerste jaar waarvoor die geluidemissie op grond van artikel 11.46 wordt bepaald, voor een op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit bestaande weg of spoorweg; of

    2. de geluidemissie in Lden die ten grondslag ligt aan het besluit tot aanleg of wijziging van die weg of spoorweg.

  2. Als een lokale spoorweg grotendeels is verweven of gebundeld met een gemeenteweg, kan de basisgeluidemissie van die gemeenteweg worden gebaseerd op het geluid door die gemeenteweg en die lokale spoorweg gezamenlijk. Als toepassing is gegeven aan artikel 5.78m, derde lid, of artikel 5.78n, derde lid, wordt de basisgeluidemissie van die gemeenteweg gebaseerd op het geluid door die gemeenteweg en die lokale spoorweg gezamenlijk.

  3. De basisgeluidemissie van een rijksweg of provinciale weg waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld en waarvan het beheer wordt overgedragen aan een gemeente of een waterschap en van een hoofdspoorweg die na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit bij koninklijk besluit wordt aangewezen als lokale spoorweg is de geluidemissie op grond van de geluidbrongegevens, behorende bij het op het tijdstip van de overdracht of de aanwijzing geldende geluidproductieplafond.

  4. De basisgeluidemissie van een lokale spoorweg waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld, en waarvoor die geluidproductieplafonds komen te vervallen, is de geluidemissie op grond van de geluidbrongegevens, behorende bij het op het tijdstip van de intrekking geldende geluidproductieplafond.

  5. Op het bepalen van de geluidemissie van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg zijn de bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing.

  6. Als basisgeluidemissie van een gemeenteweg, een lokale spoorweg die niet bij omgevingsverordening is aangewezen respectievelijk een waterschapsweg kan worden gehanteerd:

    1. een lagere waarde dan de geluidemissie, bedoeld in het eerste lid, onder a of b;

    2. de geluidemissie die ten grondslag ligt aan de afweging, bedoeld in artikel 3.28; of

    3. een waarde die volgt uit wijziging van de regels, bedoeld in het vijfde lid.

Artikel 3.28

  1. Als het college van burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur van een waterschap naar aanleiding van de monitoring, bedoeld in artikel 11.47, vaststelt dat de basisgeluidemissie met meer dan 1,5 dB is overschreden, beziet het college respectievelijk het dagelijks bestuur voor een geluidgevoelig gebouw waarop het geluid meer dan 1,5 dB hoger is dan in de situatie waarop de basisgeluidemissie betrekking heeft of geluidbeperkende maatregelen of geluidwerende maatregelen worden getroffen.

  2. Als het college respectievelijk het dagelijks bestuur naar aanleiding van de monitoring vaststelt dat voor het in het eerste lid bedoelde geluidgevoelige gebouw sprake is van een overschrijding van de grenswaarde, bedoeld in tabel 3.35, en die overschrijding niet ongedaan wordt gemaakt met het treffen van de in het eerste lid bedoelde geluidbeperkende maatregelen, bepaalt het college respectievelijk het dagelijks bestuur met toepassing van paragraaf 3.5.5 bij besluit of en zo ja, welke geluidwerende maatregelen aan dat gebouw worden getroffen.

← terug naar Besluit kwaliteit leefomgeving