-
Indien het een bevoegd gezag bekend is geworden dat een persoon die voor zijn school met taken is belast, zich mogelijk schuldig maakt of heeft gemaakt aan een seksueel misdrijf als bedoeld in Titel XIV van het Wetboek van Strafrecht of in het Tweede Boek, Titel XIV, van het Wetboek van Strafrecht BES jegens een minderjarige leerling van de school, treedt het bevoegd gezag onverwijld in overleg met de vertrouwensinspecteur, bedoeld in artikel 6 WOT.
-
Indien uit het overleg blijkt dat er sprake is van een redelijk vermoeden dat de betrokken persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een misdrijf als bedoeld in het eerste lid, doet het bevoegd gezag onverwijld aangifte bij een opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 127 juncto artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering of artikel 1 juncto artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES. Voordat het bevoegd gezag aangifte doet, stelt het de ouders van de leerling en de betrokken persoon hiervan op de hoogte. Het bevoegd gezag stelt de vertrouwensinspecteur onverwijld in kennis van de aangifte.
-
Het personeelslid dat bekend is geworden dat een voor de school met taken belast persoon zich mogelijk schuldig maakt of heeft gemaakt aan een misdrijf als bedoeld in het eerste lid, stelt het bevoegd gezag daarvan onverwijld in kennis.
Wet voortgezet onderwijs 2020 Actueel
Inhoud
Paragraaf 10
Artikel 3.40
-
Het bevoegd gezag draagt zorg voor de veiligheid op school, waarbij het in elk geval:
beleid over de veiligheid voert;
de veiligheid van leerlingen op school monitort met een instrument dat een representatief en actueel beeld hiervan geeft;
ervoor zorg draagt dat bij een persoon in elk geval de volgende taken zijn belegd:
- 1°
het coördineren van het beleid in het kader van het tegengaan van pesten; en
- 2°
het fungeren als aanspreekpunt in het kader van pesten.
- 1°
-
Onder veiligheid wordt verstaan de sociale, psychische en fysieke veiligheid van leerlingen.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het instrument, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dat door de school wordt vormgegeven of gekozen, waaronder:
de aandachtsgebieden die het instrument inzichtelijk maakt;
de representativiteit van het instrument; en
de frequentie waarmee het instrument wordt ingezet.
-
Het bevoegd gezag zendt onverwijld de resultaten van de monitor, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, aan de inspectie.
Artikel 3.41
-
Het bevoegd gezag stelt voor het personeel een meldcode vast waarin wordt aangegeven op welke wijze met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan en die er redelijkerwijs aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden.
-
Onder huiselijk geweld wordt verstaan: huiselijk geweld als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
-
Onder kindermishandeling wordt verstaan: kindermishandeling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
-
Het bevoegd gezag bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de elementen waaruit een meldcode in elk geval bestaat.