-
Onder het beroep van leraar wordt verstaan het dragen van verantwoordelijkheid voor het vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische proces in de school binnen de kaders van het onderwijskundig beleid van de school.
-
De leraar heeft een zelfstandige verantwoordelijkheid voor het beoordelen van de onderwijsprestaties van leerlingen.
-
De leraar beschikt over voldoende vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische zeggenschap, waaronder de zeggenschap over:
de inhoud van de lesstof;
de wijze waarop de lesstof wordt aangeboden en de middelen die daarbij worden gebruikt;
de te hanteren pedagogisch-didactische aanpak op de school en de wijze waarop daar uitvoering aan wordt gegeven, waaronder de begeleiding van de leerlingen en de contacten met de ouders; en
het in samenhang met de onderdelen a, b en c, onderhouden van de bekwaamheid van de leraren als onderdeel van het team.
-
Het bevoegd gezag stelt in overleg met de leraren een professioneel statuut op met daarin de afspraken over de wijze waarop de zeggenschap van leraren als bedoeld in het derde lid wordt georganiseerd.
Wet voortgezet onderwijs 2020 Actueel
Inhoud
Paragraaf 2
Artikel 7.9
-
Voortgezet onderwijs mag alleen worden gegeven door degene die daartoe op grond van deze paragraaf bevoegd is of op grond van paragraaf 3 benoembaar is.
-
Het eerste lid heeft geen betrekking op voortgezet onderwijs in een vak of ander programmaonderdeel dat het bevoegd gezag heeft vastgesteld, behalve godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs. Voor het geven van deze vakken of die programmaonderdelen kunnen bij algemene maatregel van bestuur de paragrafen 2 en 3 van dit hoofdstuk geheel of gedeeltelijk van toepassing of van overeenkomstige toepassing worden verklaard.
Artikel 7.10
-
Bij algemene maatregel van bestuur worden bekwaamheidseisen voor leraren gesteld.
-
De bekwaamheidseisen zijn gericht op het handelen in het onderwijsleerproces, het algemeen professioneel handelen en het werken binnen een onderwijsorganisatie. Zij omvatten in elk geval voorschriften op het gebied van:
pedagogisch-didactische kennis, inzicht en vaardigheden; en
vakbekwaamheid.
-
De bekwaamheidseisen kunnen worden onderscheiden naar schoolsoort en naar samenhangende leerjaren. Zij worden in elk geval specifiek vastgesteld voor de periode van voorbereidend hoger onderwijs, bedoeld in artikel 2.20, eerste lid.
-
Onze Minister stelt ten minste eenmaal in de zes jaren een beroepsorganisatie die hij vanuit het oogpunt van beroepskwaliteit representatief acht voor onderwijspersoneel, in de gelegenheid hem een voorstel te doen over ongewijzigde handhaving of wijziging van de bekwaamheidseisen. Uit het voorstel blijkt in hoeverre het voorstel ook steun geniet van een vertegenwoordiging van bevoegde gezagsorganen, van ouders en van leerlingen.
Artikel 7.11
-
Bevoegd tot het geven van voortgezet onderwijs in enig vak is de leraar die in het bezit is van:
een getuigschrift dat is afgegeven op grond van de WHW, waaruit blijkt dat de leraar voldoet aan de bekwaamheidseisen voor het onderwijs dat de leraar in dat vak zal geven;
een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties, die zijn verleend voor van het onderwijs dat de leraar zal geven;
een buiten de Europese Economische Ruimte of Zwitserland behaald bewijs van bekwaamheid op grond waarvan Onze Minister de leraar, al dan niet onder het stellen van beperkingen of het verbinden van voorwaarden, een bevoegdheid heeft verleend tot het geven van voortgezet onderwijs; of
een verklaring afgelegde vakken en opgedane bekwaamheid die is afgegeven op grond van artikel 7.11, vijfde lid, van de WHW, waaruit blijkt dat de leraar voldoet aan de bekwaamheidseisen voor het onderwijs dat de leraar in dat vak zal geven.
-
Bij ministeriële regeling worden de getuigschriften en verklaringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d aangewezen die zijn afgegeven op grond van de WHW en die een bevoegdheid geven voor algemeen gebruikelijke vakken waarvoor die bevoegdheid niet rechtstreeks op grond van het betreffende getuigschrift of verklaring kan worden vastgesteld. In de ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over bij- of nascholing.
-
Onze Minister kan op aanvraag van het bevoegd gezag of van de leraar schriftelijk verklaren dat de leraar bevoegd is tot het geven van voortgezet onderwijs in een vak of ander programmaonderdeel waarvoor de bevoegdheid:
niet kan worden aangetoond met een bestaand getuigschrift op grond van de WHW; en
niet blijkt uit de ministeriële regeling, bedoeld in het tweede lid.
-
Tot het geven van praktijkonderwijs in een of meer bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen vakken, is ook bevoegd degene die in het bezit is van een getuigschrift op grond van de WHW waaruit blijkt dat hij heeft voldaan aan de bekwaamheidseisen op grond van artikel 32a WPO of artikel 35 WPO BES.
-
Tot het geven van onderwijs in de entreeopleiding, bedoeld in artikel 2.102, is ook bevoegd degene die beschikt over een geschiktheidsverklaring als bedoeld in artikel 4.2.4, eerste lid, WEB of als bedoeld in artikel 4.2.5, eerste lid, WEB BES, en die bovendien beschikt over een getuigschrift als bedoeld in artikel 7a.4 WHW.
-
Degene die voor een vak beschikt over een bevoegdheid voor de periode van voorbereidend hoger onderwijs, bedoeld in artikel 2.20, eerste lid, is daarmee voor dat vak ook bevoegd voor het overige voortgezet onderwijs.
-
In bijzondere gevallen kan Onze Minister aan personen die in een bepaald vak of onderdeel van een vak door buitengewone bekwaamheid uitmunten, een bevoegdheid verlenen voor het geven van onderwijs in dit vak of dit onderdeel.
Artikel 7.12
-
Onverminderd artikel 7.10 is tot het geven van onderwijs in het vbo, het mavo en de eerste drie leerjaren havo en vwo ook bevoegd degene die in het bezit is van een getuigschrift van een bacheloropleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel a, WHW, waaruit blijkt dat betrokkene:
ten minste 30 studiepunten met goed gevolg heeft besteed aan voorbereiding op het geven van onderwijs in een vak in die leerjaren dat inhoudelijk met zijn opleiding overeenkomt; en
heeft voldaan aan de bekwaamheidseisen voor het onderwijs dat hij zal geven.
-
Onverminderd artikel 7.10 is tot het geven van onderwijs in het vbo, het mavo en de eerste drie leerjaren havo en vwo ook bevoegd degene die blijkens een verklaring als bedoeld in artikel 7.11, vijfde lid, van de WHW of blijkens een certificaat dat is afgegeven op basis van artikel 27, vierde lid, van het Besluit experimenten flexibel hoger onderwijs, ten minste 30 studiepunten met goed gevolg heeft besteed aan voorbereiding op het geven van onderwijs in een vak in die leerjaren dat inhoudelijk met zijn opleiding overeenkomt en waaruit blijkt dat de leraar voldoet aan de bekwaamheidseisen voor het onderwijs dat de leraar in dat vak zal geven.
-
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over welke getuigschriften van de bacheloropleidingen, bedoeld in het eerste lid, en over welke verklaringen en certificaten, bedoeld in het tweede lid, de bevoegdheid verlenen tot het geven van de daarbij aan te wijzen vakken.
Artikel 7.13
-
Indien in de eerste twee leerjaren vakoverstijgende programmaonderdelen voorkomen, kan worden gewerkt met teams van leraren die verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van die onderdelen.
-
Elk lid van het team beschikt over een bevoegdheid voor voortgezet onderwijs in ten minste een van de vakken binnen het vakoverstijgende onderdeel.
-
De leraren van het team beschikken samen over de bevoegdheden voor alle vakken binnen het vakoverstijgende onderdeel.
-
De leraren van het team zijn ieder verantwoordelijk voor de kwaliteit van dat deel van het onderwijs van het vakoverstijgende onderdeel waarvoor zij beschikken over een bevoegdheid.
-
Het vakoverstijgende onderdeel kan worden verzorgd door:
leden van het team, al dan niet in combinatie met
andere leraren die daarvoor naar het oordeel van het bevoegd gezag geschikt zijn.
-
Als het vakoverstijgende onderdeel ook wordt verzorgd door andere leraren, stelt het bevoegd gezag met inachtneming van de opvattingen van de leden van het team vast of de inhoudelijke of didactische kennis en vaardigheden van deze leraren voldoende zijn. Indien dat niet het geval is, wordt vastgesteld op welke wijze hierin alsnog wordt voorzien.
Artikel 7.13a
-
Indien in het onderwijsprogramma van een doorlopende leerroute vmbo-mbo als bedoeld in artikel 2.107a of de geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 2.107l sprake is van vak- en sectoroverstijgende programmaonderdelen als bedoeld in artikel 2.107d, tweede lid, onderdeel a, respectievelijk c, kan worden gewerkt met teams die verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van het onderwijsprogramma voor die vak- en sectoroverstijgende programmaonderdelen.
-
Elk lid van het team beschikt over een bevoegdheid voor voortgezet onderwijs in ten minste een van de vakken binnen het vak- of secoroverstijgende programmaonderdeel of voldoet aan de vereisten voor benoeming of tewerkstelling als docent als bedoeld in artikel 4.2.1 WEBen artikel 4.2.1 WEB BES.
-
De leraren en docenten van het team beschikken samen over de bevoegdheden voor alle vakken en programmaonderdelen binnen het vak- en sectoroverstijgende programmaonderdeel.
-
De leraren en docenten van het team zijn ieder verantwoordelijk voor de kwaliteit van dat deel van het onderwijs in het desbetreffende vak- en sectoroverstijgende programmaonderdeel waarvoor zij beschikken over een bevoegdheid.