Wet voortgezet onderwijs 2020 Actueel

Inhoud

Paragraaf 6

Doordecentralisatie; verticale scholengemeenschappen; informatie

Artikel 6.21

In afwijking van dit hoofdstuk kan de gemeenteraad in overeenstemming met het bevoegd gezag besluiten dat jaarlijks een bedrag voor huisvestingskosten wordt betaald aan het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school voor zover die op het grondgebied van die gemeente in stand wordt gehouden.

Artikel 6.22

  1. In afwijking van dit hoofdstuk en onverminderd het tweede lid zijn de bepalingen inzake de huisvesting die bij of krachtens de WEB zijn vastgesteld van toepassing op scholen die deel uitmaken van een verticale scholengemeenschap.

  2. Artikel 6.20 is van overeenkomstige toepassing op de gebouwen en terreinen waarvan het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school eigenaar is op het moment dat op of na 1 januari 1997 een verticale scholengemeenschap tot stand komt dan wel wordt uitgebreid met een school voor voortgezet onderwijs.

  3. De gemeenteraad kan in overeenstemming met het bevoegd gezag besluiten:

    1. dat het tweede lid niet van toepassing is;

    2. dat daarvoor het bevoegd gezag of de gemeenteraad aan de andere partij een vergoeding is verschuldigd; en

    3. in voorkomende gevallen, hoe hoog die vergoeding is.

  4. Indien toepassing is gegeven aan het derde lid, vindt inschrijving van dat feit plaats in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 6.23

Het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school verschaft aan de gemeenteraad respectievelijk het college van burgemeester en wethouders alle inlichtingen die de gemeenteraad respectievelijk het college van burgemeester en wethouders voor een adequate uitvoering van de bepalingen in dit hoofdstuk noodzakelijk acht.

← terug naar Wet voortgezet onderwijs 2020