-
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de uitvoering van dit hoofdstuk.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:
de inrichting van de boekhouding van bijzondere scholen en van niet door een gemeente in stand gehouden openbare scholen;
de wijze waarop het bevoegd gezag verslag doet van het financieel beheer van de school;
de vaststelling door het bevoegd gezag van een begroting en een jaarrekening, en de inrichting daarvan; en
de controle van de boekhouding en de administratie van de scholen.
Wet voortgezet onderwijs 2020 Actueel
Inhoud
Paragraaf 8
Artikel 5.48
-
Het bevoegd gezag of het samenwerkingsverband draagt er zorg voor dat Onze Minister beschikt over geordende gegevens die van belang zijn voor de berekening van de hoogte van de bekostiging, en over een verklaring over de juistheid van de bekostigingsgegevens, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek of een deskundige als bedoeld in artikel 121, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES, aangewezen door de toezichthouder of het toezichthoudend orgaan.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de definiëring, de wijze van ordening en de beschikbaarstelling van de gegevens, bedoeld in het eerste lid.
-
Het bevoegd gezag respectievelijk het samenwerkingsverband bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste lid, en de boeken en bescheiden die daarop betrekking hebben, gedurende een periode van zeven jaar.
-
De regels, bedoeld in het tweede lid, hebben geen betrekking op het persoonsgebonden nummer van een leerling of op de andere gegevens waarmee een leerling wordt geïdentificeerd.
Artikel 5.49
-
Onverminderd de bevoegdheid van de inspectie op grond van de WOT kan Onze Minister een onderzoek instellen of doen instellen naar de jaarverslaggeving, naar de gegevens die noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de bekostiging, naar de rechtmatigheid van de bestedingen en naar de doelmatigheid van het beheer van de school.
-
Indien uit een op grond van het eerste lid ingesteld onderzoek blijkt dat de bekostiging voor een school onjuist is vastgesteld, kan Onze Minister correcties aanbrengen op de bekostiging.
-
Onze Minister doet het bevoegd gezag schriftelijk mededeling van een besluit tot het aanbrengen van een correctie op de bekostiging.
-
Indien uit de jaarverslaggeving, bedoeld in artikel 5.46, eerste lid, uit de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 5.46, vierde lid, of uit een op grond van het eerste lid ingesteld onderzoek blijkt dat de bekostiging voor een school onrechtmatig is besteed of evident ondoelmatig is aangewend, kan Onze Minister bepalen dat het desbetreffende gedeelte van de bekostiging niet ten laste komt van het Rijk of dat de daarmee gemoeide bedragen in mindering worden gebracht op de bekostiging, onverminderd artikel 4:49 Awb.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de wijze waarop wordt vastgesteld dat sprake is van evident ondoelmatige aanwending van de bekostiging als bedoeld in het vierde lid.
-
Een in het tweede lid bedoelde correctie wordt indien de correctie strekt tot verhoging van de bekostiging, binnen acht weken na de mededeling, bedoeld in het derde lid, door Onze Minister betaald.