Wet voortgezet onderwijs 2020 Actueel

Inhoud

Paragraaf 3

Stichting voor openbaar onderwijs

Artikel 3.10

  1. Een gemeenteraad kan besluiten tot de oprichting van een stichting die tot doel heeft om een of meer openbare scholen in de gemeente in stand te houden, al dan niet samen met openbare scholen als bedoeld in de WPO, de WPO BES of de WEC.

  2. De stichting wordt opgericht door een of meer gemeenten, al dan niet samen met een of meer privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid.

  3. De gemeenteraad maakt het voornemen tot het oprichten van een stichting bekend.

  4. Indien de stichting wordt opgericht door meer dan een gemeente, wordt voor de toepassing van deze paragraaf onder «gemeenteraad» mede verstaan: gemeenteraden.

Artikel 3.11

  1. Onverminderd artikel 3.22, eerste lid, is het statutaire doel van de stichting uitsluitend het geven van openbaar onderwijs.

  2. De statuten regelen in elk geval:

    1. de samenstelling, werkwijze en inrichting van het bestuur;

    2. de wijze van benoeming, schorsing en ontslag van de bestuursleden;

    3. de termijn waarvoor de bestuursleden worden benoemd;

    4. de vaststelling van de begroting en de jaarrekening;

    5. de wijze waarop de gemeenteraad toezicht op het bestuur uitoefent;

    6. de gronden waarop het bestuur kan beslissen de vergaderingen besloten te houden;

    7. de periode waarvoor de stichting in het leven wordt geroepen en die ten minste vijf jaar is;

    8. de bevoegdheid de stichting te ontbinden.

  3. In de statuten is een overheersende invloed van de overheid in het bestuur verzekerd.

  4. Wijziging van de statuten behoeft de instemming van de gemeenteraad.

Artikel 3.12

  1. Het bestuur brengt jaarlijks aan de gemeenteraad een verslag uit over de werkzaamheden en maakt dit verslag openbaar. In het verslag wordt in elk geval aandacht geschonken aan de wijze waarop het bestuur gestalte heeft gegeven aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs, te weten:

    1. de toegankelijkheid van de openbare school voor leerlingen zonder onderscheid naar godsdienst of levensovertuiging;

    2. de eerbiediging van ieders godsdienst of levensovertuiging bij het geven van het openbaar onderwijs; en

    3. de benoembaarheid op gelijke voet van het personeel.

  2. De vergaderingen van het bestuur zijn openbaar, tenzij het bestuur anders beslist.

Artikel 3.13

  1. De gemeenteraad benoemt de bestuursleden van de stichting. Ten minste een derde gedeelte en ten hoogste de helft van de bestuursleden wordt benoemd op de bindende voordracht van de ouders van de leerlingen die zijn ingeschreven op de betrokken school of scholen.

  2. De begroting en de jaarrekening van de stichting worden ter instemming voorgelegd aan de gemeenteraad. De gemeenteraad kan instemming aan de begroting onthouden wegens strijd met het recht of met het algemeen belang, waaronder begrepen het financiële belang van de gemeente.

  3. Indien de gemeenteraad voor 1 februari van het jaar waarvoor de begroting geldt, niet heeft ingestemd met de begroting, neemt de gemeenteraad de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijs te waarborgen.

  4. Indien de stichting een raad van toezicht heeft, benoemt de gemeenteraad de leden van de raad van toezicht.

  5. De gemeenteraad is bevoegd tot opheffing van de openbare school.

Artikel 3.14

  1. Indien de stichting een raad van toezicht heeft, is artikel 3.11, tweede lid, niet van toepassing en bevatten de statuten, onverminderd artikel 3.3, in elk geval een regeling van:

    1. de samenstelling, werkwijze en inrichting van de raad van toezicht van de stichting;

    2. de wijze van benoeming, schorsing en ontslag van de leden van de raad van toezicht, met dien verstande dat ten minste een derde gedeelte en ten hoogste de helft van die leden wordt benoemd op de bindende voordracht van de ouders van de leerlingen die zijn ingeschreven op de betrokken school of scholen;

    3. de termijn waarvoor de leden van de raad van toezicht worden benoemd;

    4. de vaststelling van de begroting en de jaarrekening;

    5. de periode waarvoor de stichting in het leven wordt geroepen en die ten minste vijf jaar is; en

    6. de bevoegdheid om de stichting te ontbinden.

  2. De statuten verzekeren een overheersende invloed van de overheid in de raad van toezicht.

Artikel 3.15

De gemeenteraad is in geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet bevoegd zelf te voorzien in het bestuur van de openbare school en zo nodig de stichting te ontbinden.

← terug naar Wet voortgezet onderwijs 2020