Wet voortgezet onderwijs 2020 Actueel

Inhoud

Paragraaf 4

Beëindiging van de bekostiging

Artikel 4.24

  1. Een openbare school wordt opgeheven en de bekostiging van een bijzondere school wordt beëindigd indien de school in elk van drie achtereenvolgende schooljaren op 1 oktober is bezocht door een aantal leerlingen dat minder bedraagt dan:

    1. voor een school voor praktijkonderwijs: 70 leerlingen;

    2. voor een school voor vbo met een of twee profielen als bedoeld in artikel 2.26, tweede lid: 195 leerlingen;

    3. voor een school voor vbo met drie of vier profielen: 240 leerlingen;

    4. voor een school voor vbo met vijf of meer profielen: 360 leerlingen; en

    5. voor de overige scholen: 3/4 van het aantal leerlingen dat voor de betrokken schoolsoort is genoemd in artikel 4.2, eerste lid.

  2. Een openbare scholengemeenschap wordt opgeheven en de bekostiging van een bijzondere scholengemeenschap wordt beëindigd indien de scholengemeenschap in elk van drie achtereenvolgende schooljaren is bezocht door een kleiner aantal leerlingen dan de helft van het aantal leerlingen dat op grond van artikel 4.2, eerste lid, is vereist voor stichting van de scholen die deel uitmaken van de scholengemeenschap, met dien verstande dat het voor scholen voor vbo binnen een scholengemeenschap gaat om:

    1. 130 leerlingen voor een school met een of twee profielen;

    2. 160 leerlingen voor een school met drie of vier profielen;

    3. 240 leerlingen voor een school met vijf of zes profielen; en

    4. 360 leerlingen voor een school met zeven of meer profielen.

  3. Een openbare school binnen een scholengemeenschap wordt opgeheven en de bekostiging van een bijzondere school binnen een scholengemeenschap wordt beëindigd indien de school gedurende drie achtereenvolgende schooljaren:

    1. door 0 leerlingen is bezocht indien het gaat om een school voor praktijkonderwijs; of

    2. door 0 leerlingen is bezocht voor zover het gaat om de hoogste twee leerjaren, indien het gaat om een school voor vwo, havo, mavo of vbo.

  4. Een openbare school of scholengemeenschap wordt opgeheven en de bekostiging van een bijzondere school of scholengemeenschap wordt beëindigd met ingang van 1 augustus volgend op de drie achtereenvolgende schooljaren, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid.

  5. Indien een profiel als bedoeld in artikel 2.26, tweede lid, of artikel 2.27, tweede lid, aan een school voor vbo gedurende drie achtereenvolgende schooljaren door 0 leerlingen gevolgd is, wordt dat profiel aan een openbare school opgeheven, of eindigt de aanspraak op bekostiging voor dat profiel aan een bijzondere school met ingang van 1 augustus volgend op die drie achtereenvolgende schooljaren.

Artikel 4.25

  1. Ontbreekt voor de leerlingen binnen redelijke afstand plaatsruimte op een gelijksoortige school, dan past Onze Minister artikel 4.24 zo toe dat de leerlingen van elk leerjaar het onderwijs kunnen voltooien.

  2. Artikel 4.24 blijft buiten toepassing, indien de school nog niet wordt bekostigd gedurende het aantal jaren van de cursusduur. In afwijking van de eerste volzin eindigt de bekostiging van de school met ingang van het vierde schooljaar indien op deze school in het derde schooljaar van de bekostiging niet ten minste het volgende aantal leerlingen is ingeschreven:

    1. 195 leerlingen voor een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs;

    2. 195 leerlingen voor een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs;

    3. 195 leerlingen voor een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs;

    4. 195 leerlingen voor een school voor voorbereidend beroepsonderwijs met 1 profiel als bedoeld in artikel 2.26, tweede lid;

    5. 120 leerlingen voor elk profiel voor een school voor voorbereidend beroepsonderwijs met meer dan 1 profiel; of

    6. 72 leerlingen voor een school voor praktijkonderwijs.

  3. Artikel 4.24 blijft buiten toepassing, indien de scholengemeenschap nog niet wordt bekostigd gedurende het aantal jaren van de langste cursusduur van een van de samenstellende scholen. In afwijking van de eerste volzin eindigt de bekostiging van de school die deel uitmaakt van de scholengemeenschap met ingang van het vierde schooljaar indien op deze scholengemeenschap in het derde schooljaar van de bekostiging niet ten minste het volgende aantal leerlingen op de desbetreffende school is ingeschreven:

    1. 146 leerlingen voor een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs;

    2. 146 leerlingen voor een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs;

    3. 146 leerlingen voor een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs;

    4. 146 leerlingen voor een school voor voorbereidend beroepsonderwijs met 1 profiel als bedoeld in artikel 2.26, tweede lid;

    5. 90 leerlingen voor elk profiel voor een scholengemeenschap met een school voor voorbereidend beroepsonderwijs met meer dan 1 profiel; of

    6. 54 leerlingen voor een school voor praktijkonderwijs.

  4. In bijzondere gevallen kan Onze Minister op aanvraag van het bevoegd gezag toestaan dat een openbare school in stand wordt gehouden of een bijzondere school wordt bekostigd, ook al is het aantal leerlingen minder dan in artikel 4.24 is vermeld of op grond van artikel 11.53, tweede of vierde lid, is vastgesteld, dan wel als sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, of derde lid, tweede volzin. De toestemming geldt voor een door Onze Minister te bepalen tijd. Onze Minister beslist binnen 26 weken na ontvangst van een aanvraag.

  5. Binnen acht weken nadat de aantallen leerlingen per school voor voortgezet onderwijs zijn bekendgemaakt door het Centraal Bureau voor de Statistiek of door Onze Minister, stellen gedeputeerde staten vast welke scholen uit hun provincie die door de gemeente in stand worden gehouden al een jaar lang niet meer voldoen aan de norm van artikel 4.24 die voor hen geldt. Wanneer gedeputeerde staten van oordeel zijn dat er als gevolg van de opheffing van een school als bedoeld in de vorige volzin, niet meer voldoende zal zijn voorzien in de behoefte aan openbaar onderwijs in een voldoende aantal scholen, geven gedeputeerde staten aan het college van burgemeester en wethouders de opdracht om een aanvraag te doen op grond van het vierde lid.

Artikel 4.26

  1. Bij het verstrijken van de looptijd van een regionaal plan onderwijsvoorzieningen als bedoeld in artikel 4.19 gaat de aanspraak op bekostiging verloren voor zover het gaat om een profiel als bedoeld in artikel 4.20, eerste lid, onderdeel e, al dan niet met gebruikmaking van artikel 4.20, tweede lid. De bekostiging blijft in dat geval nog 1 jaar gehandhaafd voor het onderwijs in het derde leerjaar en nog 2 jaar voor het onderwijs in het vierde leerjaar.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing indien het betrokken profiel voor bekostiging in aanmerking is gebracht op grond van een aansluitend regionaal plan onderwijsvoorzieningen als bedoeld in artikel 4.19 of op grond van artikel 4.3, eerste lid.

  3. Het eerste lid is niet van toepassing op een profiel dat met ingang van 1 augustus 2016 voor bekostiging in aanmerking is gebracht op grond van artikel 118bb in samenhang met artikel 118cc, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, zoals die wet op die datum luidde.

Artikel 4.27

De artikelen 4.24 en 4.25 zijn, voor zover zij betrekking hebben op scholen voor havo, van overeenkomstige toepassing op afdelingen als bedoeld in artikel 2.5.

← terug naar Wet voortgezet onderwijs 2020