Wet voortgezet onderwijs 2020 Actueel

Inhoud

Paragraaf 4

Bouwen

Artikel 6.13

  1. Het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school geeft opdracht de huisvestingsvoorziening waartoe op grond van de artikelen 6.5 en 6.8 kan worden overgegaan, tot stand te brengen met daartoe door de gemeente beschikbaar te stellen financiële middelen, tenzij het met de gemeente overeenkomt dat de gemeente deze voorziening tot stand brengt.

  2. Indien de gemeente de huisvestingsvoorziening van een niet door de gemeente in stand gehouden school tot stand heeft gebracht, worden gebouw en terrein om niet aan het bevoegd gezag in eigendom overgedragen, tenzij de gemeente en het bevoegd gezag anders overeenkomen.

  3. Indien de huisvestingsvoorziening, bedoeld in het tweede lid, niet voldoet aan de eisen voor eigendomsoverdracht, geeft de gemeente deze aan het bevoegd gezag in gebruik.

Artikel 6.14

Tenzij het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school dat aanspraak heeft op bekostiging van een huisvestingsvoorziening, met de gemeente overeenkomt dat de gemeente deze voorziening tot stand brengt, behoeven de bouwplannen en de desbetreffende begrotingen de instemming van het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 6.15

De gemeente brengt een huisvestingsvoorziening van een niet door de gemeente in stand gehouden school slechts tot stand, indien tussen het college van burgemeester en wethouders en het bevoegd gezag overeenstemming bestaat over de bouwplannen en de wijze van uitvoering.

← terug naar Wet voortgezet onderwijs 2020