-
Bij tijdelijke afwezigheid van een leraar kan deze voor ten hoogste een jaar, met inbegrip van tussenperioden van niet meer dan drie maanden, worden vervangen door iemand die voor dat onderwijs niet bevoegd is.
-
Indien een vacature niet direct kan worden vervuld door de benoeming van een bevoegde leraar, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
-
De termijn van een jaar kan met ten hoogste twee jaar worden verlengd indien het bevoegd gezag en de betrokkene schriftelijk overeenkomen dat betrokkene zich ervoor inspant om binnen twee jaar alsnog zijn bevoegdheid te halen voor het door hem gegeven onderwijs. Het bevoegd gezag kan deze termijn onder dezelfde voorwaarde met nog twee jaar verlengen indien het bevoegd gezag dat noodzakelijk vindt voor de kwaliteit en de voortgang van het onderwijs op de school.
Wet voortgezet onderwijs 2020 Actueel
Inhoud
Paragraaf 3
Artikel 7.15
-
Het bevoegd gezag kan een leraar die in het bezit is van een bevoegdheid voor enig vak, ten hoogste twee jaar onderwijs laten geven in een vak waarvoor de leraar niet bevoegd is. Deze termijn kan het bevoegd gezag met ten hoogste twee jaar verlengen, indien het bevoegd gezag dit noodzakelijk vindt voor de kwaliteit en de voortgang van het onderwijs.
-
Bij toepassing van het eerste lid komen het bevoegd gezag en de betrokken leraar schriftelijk overeen dat de leraar zich ervoor inspant om binnen de genoemde termijnen alsnog de bevoegdheid te halen voor het onderwijs in dat andere vak.
-
De inspectie kan op aanvraag van het bevoegd gezag in de eerste twee leerjaren ontheffing verlenen van het tweede lid.
Artikel 7.16
-
Het bevoegd gezag kan voor maximaal vijf procent van het samenhangende onderwijsprogramma in de periode van voorbereidend hoger onderwijs bedoeld in artikel 2.20, eerste lid, toestaan dat leraren die voor een vak in het vwo of het havo wel bevoegd zijn voor de eerste drie leerjaren maar niet voor de periode van voorbereidend hoger onderwijs, dat onderwijs voor een periode van ten hoogste een schooljaar ook geven in die hogere leerjaren.
-
Binnen de betrekkingsomvang van deze leraren moet het grootste deel van hun werkzaamheden zijn gelegen buiten de periode van voorbereidend hoger onderwijs.
Artikel 7.17
-
Ho-studenten in opleiding tot leraar voortgezet onderwijs in een duale opleiding aan een hogeschool die ten minste 180 studiepunten hebben behaald, of ho-studenten in opleiding tot leraar voortgezet onderwijs in een duale opleiding aan een universiteit, kunnen tijdelijk worden benoemd voor het geven van dat onderwijs waarvoor zij in opleiding zijn, voor een periode die ten hoogste een arbeidstijd omvat die overeenkomt met een volledig dienstverband van vijf maanden.
-
De benoemingsmogelijkheid geldt ook voor een ho-student in opleiding tot leraar voortgezet onderwijs in een duale opleiding aan een hogeschool die minder dan 180, maar ten minste 166 studiepunten heeft behaald indien de hogeschool heeft verklaard dat de ho-student beschikt over met 180 studiepunten vergelijkbare relevante kennis, inzicht en vaardigheden. De tijdelijke benoeming vervalt in dat geval indien de ho-student niet binnen vier weken na begin van het dienstverband over 180 studiepunten beschikt.
-
De benoemingsmogelijkheid geldt ook voor ho-studenten die een opleiding tot leraar voortgezet onderwijs aan een universiteit volgen. In dat geval bedraagt de benoemingsperiode maximaal een schooljaar voor de ho-student die een voltijdse opleiding volgt en maximaal twee schooljaren voor de ho-student die een deeltijdse opleiding volgt.
-
Bij de tijdelijke benoeming van een ho-student tot leraar voortgezet onderwijs wordt een overeenkomst gesloten als bedoeld in artikel 7.7, vijfde lid, WHW. De overeenkomst vermeldt de leraar onder wiens verantwoordelijkheid de betrokken ho-student werkzaamheden van onderwijskundige aard verricht.
Artikel 7.18
-
Het bevoegd gezag kan degene die in het bezit is van een geschiktheidsverklaring als bedoeld in artikel 7.27 voor ten hoogste twee aaneengesloten schooljaren tot leraar benoemen. Het bevoegd gezag kan deze periode, al dan niet onder het stellen van voorwaarden, verlengen met ten hoogste twee jaar als dat bevoegd gezag daarvoor redenen aanwezig acht.
-
Het bevoegd gezag dat betrokkene voor het eerst na afgifte van diens geschiktheidsverklaring tot leraar benoemt, registreert de benoeming en de datum daarvan op de geschiktheidsverklaring.
Artikel 7.19
-
Het bevoegd gezag kan een gastdocent die naar zijn oordeel bekwaam is op grond van specifieke kennis uit de praktijk, benoemen voor het geven van onderwijs in vakken waarop die kennis betrekking heeft.
-
Deze gastdocent kan alleen worden belast met lesgevende taken voor een beperkte betrekkingsomvang van in totaal ten hoogste gemiddeld zes uur per week op jaarbasis, onder de verantwoordelijkheid van een leraar die het bevoegd gezag heeft aangewezen.
-
De vereisten in dit hoofdstuk over bekwaamheid, bevoegdheid of benoembaarheid van leraren, zijn niet van toepassing op de leraar die alleen is belast met contractactiviteiten.
Artikel 7.20
-
Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens over de bekwaamheid en het onderhouden daarvan voor elk personeelslid met een functie of werkzaamheden waarvoor bekwaamheidseisen als bedoeld in 7.10, eerste lid, artikel 7.23, vierde lid, of artikel 7.24, tweede lid, zijn vastgesteld.
-
Voor de onderlinge vergelijkbaarheid en herkenbaarheid van de gegevens kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld over de inrichting en wijze van ordening van de gegevens.
-
Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens over de toepassing van de artikelen 7.14, 7.15 en 7.18.
Artikel 7.21
De periode waarvoor een leraar op grond van artikel 7.5, 7.13, 7.16, 7.17 of 7.18, eerste lid, maximaal kan worden benoemd, gaat niet opnieuw lopen door eenzelfde benoeming.
Artikel 7.22
Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld op welke gronden en volgens welke procedure voor leraren in vaste dienst aan een school kan worden afgeweken van artikel 7.9, eerste lid.