Wet voortgezet onderwijs 2020 Actueel

Inhoud

Paragraaf 5

Stichting voor instandhouding samenwerkingsschool

Artikel 3.22

  1. Een samenwerkingsschool is een school waarin zowel openbaar onderwijs als bijzonder onderwijs wordt aangeboden. Een samenwerkingsschool kan alleen tot stand komen door samenvoeging van een of meer openbare scholen met een of meer bijzondere scholen en wordt in stand gehouden door een stichting, een stichting als bedoeld in artikel 3.16 of een stichting als bedoeld in artikel 3.10 waarvan het statutaire doel in elk geval is het in stand houden van een samenwerkingsschool.

  2. Artikel 3.33 is van overeenkomstige toepassing.

  3. Een samenwerkingsschool kan alleen tot stand komen indien:

    1. met die totstandkoming van de samenwerkingsschool de continuïteit van het openbaar of bijzonder onderwijs gehandhaafd kan blijven; en

    2. de betrokken scholen en scholengemeenschappen alle leerjaren omvatten.

  4. Van een situatie als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, is sprake als een van de betrokken scholen op 1 oktober van het eerste of tweede schooljaar voorafgaand aan de fusiedatum werd bezocht door een aantal leerlingen gelijk aan of minder dan:

    1. 120 leerlingen voor praktijkonderwijs;

    2. 260 leerlingen voor vbo met één profiel;

    3. 160 leerlingen per profiel voor vbo met twee of meer profielen;

    4. 4/3 van het aantal leerlingen voor de overige scholen dat voor de betrokken schoolsoort is genoemd in artikel 4.24, eerste lid, onderdeel e.

  5. Indien sprake is van een scholengemeenschap, is van een situatie als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, sprake indien de betrokken scholen van een van de betrokken scholengemeenschappen op 1 oktober van het eerste of tweede schooljaar voorafgaand aan de fusiedatum werd bezocht door een aantal leerlingen gelijk aan of minder dan:

    1. 3/2 van het aantal leerlingen genoemd in artikel 4.24, tweede lid, voor praktijkonderwijs, mavo en havo;

    2. 130 leerlingen voor een afdeling voor havo;

    3. 293 leerlingen voor vwo; en

    4. voor scholen voor vbo:

      1. 195 leerlingen voor een school met één profiel als bedoeld in artikel 2.26, tweede lid;

      2. 120 leerlingen per profiel voor een school met twee of meer profielen als bedoeld in artikel 2.26, tweede lid.

Artikel 3.23

  1. Aan een samenwerkingsschool is een identiteitscommissie verbonden.

  2. De identiteitscommissie adviseert gevraagd en ongevraagd het bevoegd gezag en de rector, directeur of centrale directie over alle aangelegenheden die betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het openbare karakter en de identiteit van de samenwerkingsschool. De identiteitscommissie kan ook voorstellen doen over die aangelegenheden.

  3. De statuten van de stichting die de samenwerkingsschool in stand houdt, voorzien in een regeling over de identiteitscommissie waarin in elk geval de samenstelling, benoeming, herbenoeming, ontslag, duur van de benoeming, werkwijze, inrichting en bevoegdheden van de identiteitscommissie zijn vastgelegd en ook een voorziening voor het beslechten van geschillen tussen het bevoegd gezag en de identiteitscommissie. Bij de samenstelling van de identiteitscommissie is sprake van een evenwichtige verdeling tussen openbaar en bijzonder onderwijs.

  4. Wijziging van de statuten van de stichting die de samenwerkingsschool in stand houdt voor zover die betrekking hebben op de regeling over de identiteitscommissie, is slechts mogelijk indien het bevoegd gezag en de identiteitscommissie daartoe gezamenlijk besluiten. Voor een stichting anders dan een stichting als bedoeld in artikel 3.16 en anders dan bedoeld in artikel 3.10, kan een wijziging als bedoeld in de eerste volzin alleen tot stand komen met instemming van de gemeenteraad van de gemeente waarin de samenwerkingsschool gevestigd is. Instemming kan slechts worden onthouden indien overheersende invloed van de gemeente in de identiteitscommissie niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs binnen de samenwerkingsschool betreft.

Artikel 3.24

  1. De stichting anders dan een stichting als bedoeld in artikel 3.16 of in artikel 3.10 brengt jaarlijks aan de gemeenteraad van de gemeente waarin de samenwerkingsschool gevestigd is, verslag uit over de werkzaamheden waarbij in elk geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt openbaar gemaakt.

  2. Overdracht, opheffing of samenvoeging van de samenwerkingsschool is slechts mogelijk na instemming van de gemeenteraad van de gemeente waar de samenwerkingsschool gevestigd is.

Artikel 3.25

  1. Samenwerkingsscholen zijn toegankelijk voor leerlingen zonder onderscheid naar godsdienst of levensovertuiging.

  2. De regels van deze wet en van andere wetten die het voortgezet onderwijs betreffen, en de daarop gebaseerde regelingen, voor zover die regels en regelingen betrekking hebben op een bijzondere school, zijn van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsschool als bedoeld in het eerste lid, tenzij het tegendeel blijkt.

Artikel 3.26

In geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet, voor zover het openbaar onderwijs betreft, neemt de gemeenteraad van de gemeente waar de samenwerkingsschool gevestigd is, de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft. De feitelijke samenwerking wordt beëindigd op 1 augustus van het jaar na een daartoe door de gemeenteraad van de gemeente waar de samenwerkingsschool gevestigd is, en het bevoegd gezag van de samenwerkingsschool gezamenlijk genomen besluit.

← terug naar Wet voortgezet onderwijs 2020