Wet voortgezet onderwijs 2020 Actueel

Inhoud

Paragraaf 7

Rechtspositie personeel

Artikel 7.34

Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de rechtspositie van het personeel wordt geregeld.

Artikel 7.35

Over de door het bevoegd gezag ingevolge artikel 7.34 te treffen regelingen, alsmede over andere aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel, wordt door of namens het bevoegd gezag overleg gevoerd met de daarvoor in aanmerking komende verenigingen van werknemers, op een met deze schriftelijk overeengekomen wijze.

Artikel 7.36

Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat het verrichten van contractactiviteiten er niet toe leidt dat minder dan 51 procent van de personeelskosten van de school uit ’s Rijks kas wordt bekostigd.

Artikel 7.37

  1. Het bevoegd gezag benoemt, schorst en ontslaat het personeel.

  2. Het bevoegd gezag benoemt het personeel in algemene dienst van het bevoegd gezag.

  3. Onder benoeming in algemene dienst wordt verstaan een benoeming voor het verrichten van werkzaamheden aan scholen die het bevoegd gezag in stand houdt.

Artikel 7.37a

  1. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat afschriften van de bewijsstukken waarmee de bekwaamheid wordt aangetoond, van de geschiktheidsverklaringen, van de verklaringen omtrent het gedrag en van de arbeidsovereenkomsten van het aan de school verbonden personeel worden bewaard.

  2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op personeel dat is tewerkgesteld zonder benoeming.

Artikel 7.38

In afwijking van artikel 7.37 leggen gedeputeerde staten van de betrokken provincie de disciplinaire straf of de schorsing op of verlenen zij het ontslag, indien het betreft een rector, een directeur, een conrector, een adjunct-directeur, een lid van de centrale directie of een leraar van een openbare school, die ook lid is van de raad van de gemeente die de school in stand houdt.

Artikel 7.41

Wie zich bij het geven van onderwijs aan een openbare school schuldig maakt aan plichtsverzuim bij het eerbiedigen van ieders godsdienst of levensovertuiging, kan bij koninklijk besluit voor ten hoogste een jaar en bij herhaling voor onbepaalde tijd worden geschorst in zijn bevoegdheid tot het geven van onderwijs aan een openbare school.

← terug naar Wet voortgezet onderwijs 2020