Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

Inhoud

Artikel 1.1.1

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 08-07-2026.

Wettelijk kader

Het wettelijk kader voor het verlenen van de afgeleide verblijfsvergunning asiel voor nareizende gezinsleden van vreemdelingen met een vluchtelingenstatus staat beschreven in artikel 29c Vw.

Het wettelijk kader voor het verlenen van de afgeleide verblijfsvergunning asiel aan nareizende gezinsleden van vreemdelingen met een subsidiaire beschermingsstatus staat beschreven in artikel 29d Vw. De Gezinsherenigingsrichtlijn is hierop niet van toepassing.

De houder van een verblijfsvergunning asiel die op grond van artikel 29c Vw of artikel 29d Vw verzoekt om overkomst van zijn gezinsleden, wordt aangemerkt als ‘de referent’.

De wettelijke termijn van drie maanden, die in artikel 29c, eerste lid, Vw wordt genoemd, gaat in op de dag na die waarop het besluit voor verlening van de verblijfsvergunning asiel aan de referent bekend is gemaakt. De termijn van drie maanden is veiliggesteld als:

  1. het gezinslid eerder dan de referent Nederland is ingereisd en hier een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel heeft ingediend; of

  2. de referent in Nederland of het nareizende gezinslid in het land van herkomst, dan wel het land van bestendig verblijf, binnen de termijn van drie maanden een aanvraag indient voor een mvv.

De IND weigert de afgeleide verblijfsvergunning asiel niet als de termijnoverschrijding op grond van bijzondere omstandigheden objectief verschoonbaar is. Dit is conform artikel 29c, tweede lid, Vw. De IND weigert de afgeleide verblijfsvergunning asiel als er geen objectief verschoonbare reden is voor de termijnoverschrijding.

Bij de beoordeling of de termijnoverschrijding op grond van bijzondere omstandigheden objectief verschoonbaar is kan onder andere rekening worden gehouden met:

  1. de duur van de termijnoverschrijding;

  2. de inspanningsverplichting van de vreemdeling; en

  3. bijzondere omstandigheden die zien op de termijnoverschrijding.

De wettelijke termijn van drie maanden geldt niet voor nareisaanvragen die zijn ingediend op grond van artikel 29d Vw. Voor deze aanvragen zijn de in artikel 29d Vw beschreven aanvullende voorwaarden van toepassing. Zie daartoe ook paragraaf C5/1.2 Vc.

11-07-2026 Huidig 10-07-2026 Historisch 08-07-2026 Historisch 12-06-2026 Historisch 07-04-2007 Historisch 01-03-2007 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 12-06-2026.

Tekst van deze versie

Het wettelijk kader voor het verlenen van de afgeleide verblijfsvergunning asiel voor nareizende gezinsleden van vreemdelingen met een vluchtelingenstatus staat beschreven in artikel 29c Vw.

Het wettelijk kader voor het verlenen van de afgeleide verblijfsvergunning asiel aan nareizende gezinsleden van vreemdelingen met een subsidiaire beschermingsstatus staat beschreven in artikel 29d Vw. De Gezinsherenigingsrichtlijn is hierop niet van toepassing.

De houder van een verblijfsvergunning asiel die op grond van artikel 29c Vw of artikel 29d Vw verzoekt om overkomst van zijn gezinsleden, wordt aangemerkt als ‘de referent’.

De wettelijke termijn van drie maanden, die in artikel 29c, eerste lid, Vw wordt genoemd, gaat in op de dag na die waarop het besluit voor verlening van de verblijfsvergunning asiel aan de referent bekend is gemaakt. De termijn van drie maanden is veiliggesteld als:

  1. het gezinslid eerder dan de referent Nederland is ingereisd en hier een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel heeft ingediend; of

  2. de referent in Nederland of het nareizende gezinslid in het land van herkomst, dan wel het land van bestendig verblijf, binnen de termijn van drie maanden een aanvraag indient voor een mvv.

De IND weigert de afgeleide verblijfsvergunning asiel niet als de termijnoverschrijding op grond van bijzondere omstandigheden objectief verschoonbaar is. Dit is conform artikel 29c, tweede lid, Vw. De IND weigert de afgeleide verblijfsvergunning asiel als er geen objectief verschoonbare reden is voor de termijnoverschrijding.

Bij de beoordeling of de termijnoverschrijding op grond van bijzondere omstandigheden objectief verschoonbaar is kan onder andere rekening worden gehouden met:

  1. de duur van de termijnoverschrijding;

  2. de inspanningsverplichting van de vreemdeling; en

  3. bijzondere omstandigheden die zien op de termijnoverschrijding.

De wettelijke termijn van drie maanden geldt niet voor nareisaanvragen die zijn ingediend op grond van artikel 29d Vw. Voor deze aanvragen zijn de in artikel 29d Vw beschreven aanvullende voorwaarden van toepassing. Zie daartoe ook paragraaf C5/1.2 Vc.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Vreemdelingencirculaire 2000 (C)